Pagina's

dinsdag 24 november 2015

Verdeeldheid en haat begint al om de hoek


De aanslagen in Parijs op 13 november 2015 hebben veel losgemaakt. Als het doel van de aanhangers van de Islamitische Staat is om angst te zaaien in de wereld dan is ze dat goed gelukt. Het is aan ieder van ons om dat niet te laten gebeuren.

Foto: NRC

De afgelopen week stond de krant bol van de reacties waarbij de angst voor aanslagen de boventoon voert. Die angst wordt vooral afgereageerd op de moslimgemeenschappen. Moslims wordt bespuugd, uitgescholden en zelfs met geweld tegemoet getreden. Wij verwachten van moslims dat ze afstand nemen van het geweld en spreken ze daar openlijk op aan. Onterecht want slechts een handje vol ontspoorde voornamelijk jonge mannen pleegt terreurdaden uit naam van de islam, terwijl velen niet eens religieus zijn.

Uiterlijk telt
In onze westerse seculiere samenleving zijn wij zo gewend dat ons geloof een privéaangelegenheid is en dat je daar niet mee te koop loopt, dat we mensen die dat wel laten zien met argwaan tegemoet treden. Zij vallen op door hun niet-westerse uiterlijk. Zij zijn anders en anders zijn leidt vaak tot uitsluiting. Vooral de jonge moslima’s die hun hoofddoek afdoen ervaren het verschil. Zij merken dat de toorn van felle tegenstanders uitblijft en dat ze ineens wel geaccepteerd worden.

Als je wil dat je erbij hoort moet je bepaalde concessies doen. Wil je niet opvallen en mikpunt worden van bespottingen dan is de eerste stap om je uiterlijk aan te passen aan de meerderheid. Kinderen zijn heel goed in het opgaan in de massa. Zij willen dezelfde kleding en haardracht als hun vrienden, klasgenoten en kinderen in de omgeving, omdat ze erbij willen horen. Mijn jongste zoon is gezegend met een flinke bos krullen. Aan het begin van dit schooljaar moesten zijn krullen er aan geloven. Kort haar is vet dus gingen zijn krullen eraf. Met pijn in mijn hart, want juist dat wat hem zo uniek maakt moest weg.

Intolerantie is overal
Vreemdelingenhaat is overal en van alle tijden en niet specifiek tegen moslims die er anders uitzien. Iedereen die maar even afwijkt van de grote massa kan zomaar onderwerp van spot en hoon worden. Zelf heb ik dat ook ervaren. Als geëmancipeerde dochter uit een streng religieus milieu stuit ik met mijn eigenzinnige ideeën geregeld op weerstand. Dus ik ken het gevoel van uitsluiting maar al te goed. Intolerantie is overal, in het gezin, op de werkvloer en in de gemeenschap.

Betuwse oogst
Onlangs was ik als bewoner van een Betuws dorp bij een bijeenkomst over het aantrekkelijker maken van het dorp en de omgeving. Een initiatief van betrokken bewoners van drie naast elkaar gelegen dorpen en de gemeente. De bijeenkomst werd georganiseerd in de kantine van de plaatselijke voetbalvereniging. Een zeer ongebruikelijke locatie met weinig ruimte en slechte akoestiek, terwijl in ons dorp een groot dorpshuis beschikbaar is.

Dorpen twist
In kleine groepen werden ideeën verzameld en de resultaten plenair gedeeld. Op zich was het niet vreemd dat de bewoners van de verschillende dorpen naar elkaar toe trokken. Maar tijdens het rondje langs de dorpen bekroop mij een gevoel van concurrentiestrijd wat ik niet goed kon plaatsen. Bij thuiskomst deelde ik mijn gevoel met mijn man. Hij begon hard te lachen en door zijn uitleg begreep ik ook direct waarom ons dorpshuis niet als locatie voor de ideeënavond was gekozen.

Al van oudsher zijn de dorpen met elkaar in strijd. Vooral de autochtone jongeren gaan zo nu en dan met elkaar op de vuist. Daarom moest de bijeenkomst plaatsvinden op neutraal terrein: de voetbalclub die de dorpen juist verbindt. Ik woon hier nu al bijna 14 jaar en heb er nooit iets van gemerkt. Ik heb mij nooit anders of ‘import’ gevoeld, vooral niet omdat ik met een ‘lokale’ getrouwd ben. Wel merk ik dat de cultuur waar ik uitkom anders is dan de gesloten cultuur in de Betuwe.

Angst is een slechte raadgever
Ook ik ben wel eens uitgescholden toen ik nog maar kort in het dorp woonde. Bij de plaatselijke supermarkt drong iemand op een onbeschofte manier voor bij de kassa dus liet ik duidelijk merken dat ik daar niet van gediend was. “Wie denk jij wel dat je bent, ga terug waar je vandaan komt” was het antwoord van de voordringende man. Ik was gechoqueerd. Mijn man wilde gelijk weten wie dat was om hem even de les te lezen.

De Betuwenaren zijn erg op zichzelf en vinden het niet fijn om aangesproken te worden op hun gedrag. Soms wil ik dat nog wel eens vergeten. Onze buurman is nog boos op mij omdat ik hem vriendelijk verzocht niet te stoken omdat de wind precies onze kant op stond. Hij praat niet meer tegen mij en zijn vrouw vindt mij een stom mens. Er op een volwassen manier over praten kan niet, helaas.

De oplossing ligt bij onszelf
Ooit had ik een collega van Surinaamse afkomst. Zij was heel donker. Op een dag vroeg ik haar of zij wel eens gediscrimineerd werd. “Nee hoor”, zei ze, “het gaat er om hoe je er mee omgaat en hoe je in het leven staat. Ik voel mij nooit gediscrimineerd.” Haar antwoord was verrassend en zal ik nooit vergeten en is typerend voor hoe we ook om kunnen gaan met andersdenkenden en zelfs met de dreiging van terreur.

We moeten ons niet door angst laten leiden en verdeeldheid zien te voorkomen. Soms kan het helpen je te kleden of te gedragen naar de gebruiken van je omgeving, als het maar niet ten koste gaat van wie je werkelijk bent. We zijn allemaal mensen van vlees en bloed en we willen allemaal gelukkig zijn.


woensdag 11 november 2015

Groene belastingen

Er zijn grote veranderingen nodig om ons economisch systeem bestendig te maken voor de 21e eeuw. Beleidsmakers weten dat maar tot actie is het nog niet gekomen. Terwijl de oplossingen er zijn. 

Groen beleggen is inmiddels niet meer iets waar we onze wenkbrauw over optrekken. Groene belastingen daarentegen wel, want waar gaat dat nu weer over? Op 19 oktober 2015 vond in Utrecht een discussieavond plaats over ‘Groene Belastingen’ georganiseerd door het Platform Duurzame en Solidaire Economie (DSE). Heel veel nieuws heb ik die avond niet gehoord omdat ik al jaren in allerlei gremia met dezelfde onderwerpen bezig ben, waaronder de politiek bij De Groenen. Ik heb er al menig blogje aan gewijd en diverse presentaties over gegeven, maar het was goed dat het weer eens op een rij gezet werd.

Wat opviel aan de deelnemers aan de discussieavond was het grote aantal gepensioneerden. Leeft het alleen onder deze groep? Ik hoop van niet. Maar het gebrek aan belangstelling van jongeren en de bestuurders van vandaag is een teken aan de wand. Ook het platform DSE kan wel wat nieuw jong bloed gebruiken, liet de organisatie weten. Zelf vind ik het tekort aan vrouwen in de discussie alarmerender.

Discussie over waarden
De inleider Frans van der Steen van het platform DSE viel direct met de deur in huis. Bij groene belastingen moeten we denken aan belasting die geheven wordt op hetgeen onze leefomgeving nadelig beïnvloed. Dan kom je al gauw uit bij duurzaamheidsaspecten, maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) en de gevolgen van ons consumptiegedrag, de CO2-uitstoot, klimaatverandering en de aantasting van het milieu en onze aarde.

Groene belastingen zijn niet nieuw, denk maar aan milieuheffingen, maar er is nog een andere vorm: de Belasting op Onttrokken Waarde (BOW). Dat houdt in dat alles wat de grond uitkomt zoals grondstoffen (olie, hout, mineralen, water, etc.) wordt belast, maar daarnaast ook de waardevermindering van ons leefklimaat (lucht-, water- en milieuvervuiling) die het ontginnen met zich meebrengt, alsook het verbruik van vruchtbare aarde. BOW is nog altijd erg lastig toe te passen omdat moeilijk is vast te stellen wat de waardevermindering is en ook omdat er zoveel internationale partijen bij betrokken zijn. Maar onmogelijk is het zeker niet, als we maar willen.

BTW is achterhaald
Als een systeem met BOW goed wordt toegepast dan betekent dat het begin van een circulaire economie. Want alle grondstoffen die de grond al uit zijn kunnen worden hergebruikt en zijn daardoor goedkoper dan hetgeen aan de aarde onttrokken moet worden. BOW is een geheel ander systeem dan het huidige Belasting Toegevoegde Waarde (BTW). BOW handelt over het productiefactor natuur, terwijl de BTW de toegevoegde waarde door de productiefactor arbeid betreft. Vraag iedere willekeurige beleidsmaker op gebied van belasting waar deze het beste geheven kan worden en het antwoord zal zijn: op datgene dat schaars is.

Arbeid is niet langer schaars, immers er zijn zo’n 600.000 werklozen tegen ca. 100.000 vacatures, terwijl wij slechts één planeet aarde bezitten, in tegenstelling tot wat wij verbruiken. Zelfs nu nog wordt arbeid te zwaar belast, terwijl dat niet geldt voor robots – gemaakt van grondstoffen – die het werk overnemen. Een belastingverschuiving van arbeid naar resources is een logische stap. Er is helaas nog een lange weg te gaan om tot vergroening van de belastingen te komen. Zolang Nederland nog een belastingparadijs bij uitstek is waarbij belastingontwijking hoogtij viert, is er nog een hoop werk te verzetten.

Rookgordijnen
In zijn praatje zei Professor Klaas van Egmond dat de vergroening van onze economie vooral gericht is geweest op technologische vernieuwing en nooit op de economische kant. Daarnaast is ons economisch systeem zo complex dat er gemakkelijk rookgordijnen opgeworpen kunnen worden. Al jaren wordt er vanuit de overheid, de politiek en de wetenschap gesproken dat er iets moet veranderen, maar tot daadwerkelijke verandering leidde het nooit. Zelfs de SER heeft niet tot actie kunnen aanzetten. Dat alles terwijl het Ex’Tax project, dat de belastingverschuiving van arbeid naar resources berekende, afkomstig uit de ideeën van Eckart Wintzen, laat zien dat er €30 miljoen aan ombuigingen te realiseren zijn.

Een paneldiscussie met Klaas van Egmond, Paul Metz van DSE, Carla Dik-Faber Tweede Kamerlid van de Christen Unie en Guiseppe van der Helm, directeur van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO), liep qua onderwerp behoorlijk uiteen.

Producten zijn beter te controleren dan mensen
Heel nadrukkelijk werd gesproken over de huidige uiterst complexe handel in emissierechten en dat een systeem van CO2-heffingen betere oplossing biedt. Alle maatschappelijke kosten moeten in toekomstige prijzen worden doorberekend willen we onze planeet leefbaar houden. Verbruiksbelasting waarbij vervuilende producten hoger worden belast is een veel eenvoudiger en eerlijker systeem, met als voordeel dat vervuilende producten zich vanzelf uit de markt prijzen.

Zorgrobot (foto: Telegraaf)

De opmars van de robotisering is niet meer te stuiten en zal in de toekomst nog veel meer arbeid vervangen, ter compensatie van de productiefactor arbeid is de invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen een mooie oplossing. Betrek hierbij de verschuiving van belasting op arbeid naar belasting op grondstoffen en ons systeem wordt een stuk eenvoudiger. Daarbij is het grote voordeel tevens dat producten veel makkelijker te controleren en te belasten zijn dan mensen.

Onze grootste dwaling
TTIP, het vrijhandelsverdrag tussen de VS en de EU waarover momenteel onderhandeld wordt, kwam ook ter sprake. Het algemene beeld in de zaal was dat we dat niet moeten willen. De burger- en arbeidsrechten zijn in de EU beter geregeld, de milieueisen liggen hoger in Europa en daarbij is het ondemocratische ISDS-mechanisme niet wat wij in Europa als wenselijk ervaren.

Maar de allergrootste dwaling van het westers economisch systeem is dat we de geldschepping in handen van private instellingen hebben gegeven. Dat moet worden teruggedraaid wat naar schatting een besparing oplevert van ca. €25-30 miljard. Geldschepping is het recht van de gemeenschap. Dat hier beweging in zit bewijst het burgerinitiatief ‘Ons Geld’ dat het al tot een hoorzitting in de Tweede Kamer heeft weten te brengen.

Integrale benadering
De grote vraag was waarom al deze positieve ideeën nog steeds niet zijn geïmplementeerd? De beleidsmakers hebben de plannen, maar het bedrijfsleven moet het oppakken en uitvoeren. Zijn zij daar wel toe bereid? Daar ligt de uitdaging. Er waren beslist optimistische geluiden. De VBDO heeft mooie voorbeelden van de manier waarop het bedrijfsleven positief gestimuleerd wordt en daardoor actie onderneemt. Transparantie is daarbij een belangrijk uitgangspunt. Door de juiste mechanismes en incentives te creëren is dat zeker mogelijk.

De algehele conclusie was dat een nieuw economisch systeem vooral eenvoudig moet zijn en een integrale aanpak vraagt met als uitgangspunt het behoud van de aarde voor de toekomstige generaties. Kortom de oplossingen zijn er waarbij groene belastingen zeker een belangrijke bijdrage kunnen leveren. Nu de daadkracht nog.

Bekijk hier een filmpje over het onderwerp van Klaas van Egmond.



maandag 26 oktober 2015

Is een participatie-inkomen de oplossing?

Gratis geld is ‘not done’, je moet er wel wat voor doen. Waarom willen bepaalde (politieke) partijen ons toch massaal ‘aan het werk’ hebben? Zelfs terwijl er steeds minder banen zijn. Is werk dan de panacee voor alles? En vinden we het dan zo erg dat de één fulltime moet werken, terwijl de ander werkeloos aan de kant staat?

Blijkbaar vinden we het heel erg dat wij hard moeten werken terwijl de ander met weinig inspanning de hand op houdt. In een artikel in Trouw van 19 oktober 2015 spraken twee hoogleraren van de VU zich uit over de manier waarop het basisinkomen ingericht zou moeten worden. Voor niets gaat de zon op dus wanneer jij iets doet voor de samenleving mag daar wat tegenover staan, anders niet. Ons sociale stelsel is te duur dus moet het anders. Dat is de redenatie van de hoogleraren. Zij hebben makkelijk praten met hun vaste hoogwaardige banen en een pensioen in het vooruitzicht, dat kan niet iedereen zeggen. Het is net als bij politici lekker makkelijk praten vanuit de ivoren toren.

Definitie van een Onvoorwaardelijk Basisinkomen:
Een vast bedrag dat zonder enige voorwaarden door de overheid wordt uitgekeerd aan ieder individu in de samenleving. Het garandeert om in het basis levensonderhoud te voorzien en deel te nemen aan de samenleving.

Christelijke waarden
Ik kan het niet vaak genoeg herhalen: we hebben allemaal recht op een stukje van deze aarde om te kunnen bestaan. Deze minimale voorwaarde is onvoorwaardelijk, daar hoeft niets tegenover te staan. Werden we vroeger binnen het gezin of de familie opgevangen als we (even) niet voor onszelf konden zorgen, in deze geïndividualiseerde samenleving kunnen wij daar niet meer automatisch op terugvallen. Hebben we geen eigen productiefactoren – kapitaal, eigen grond of de mogelijkheid om arbeid te verrichten – om in eigen onderhoud te voorzien dan moet wat van de welvaart die de aarde ons biedt worden gedeeld.

De hoogleraren Raymond Gradus en Govert Buijs wijzen erop dat een basisinkomen haaks staat op het christelijk-sociale uitgangspunt van wederkerigheid en solidariteit. Van iedereen mag een bijdrage worden verwacht. Vervolgens noemen ze op wat de tegenprestatie voor het participatie-inkomen dan zou moeten zijn. Verder dan actieve om- en bijscholing en vrijwilligerswerk komen ze niet. Maar er is nog veel meer dan dat. De zorg voor (klein)kinderen, ouders, zieken en hulpbehoevenden, maar ook je eigen leven op de rit houden want dat is ook niet altijd voor iedereen even makkelijk. Het is maar wat je onder een bijdrage leveren verstaat.

Foto: Telegraaf

De bureaucratie neemt toe
Gelukkig zien de heren zelf ook in dat de simpelheid van het basisinkomen een flinke impuls kan zijn voor het terugdringen van de bureaucratie in onze samenleving. Toch willen ze het huidige stelsel overeind houden en een deel van de bestaande uitkeringen overhevelen naar het participatie-inkomen. Met dat uitgangspunt dat je er alleen recht op hebt als je er wat voor doet. Lang leve de bureaucratie.

Leuk bedacht door de heren maar wie gaat dat dan controleren? Want als je zelfs de AOW-ers tot 75 jaar wilt laten verplichten om iets te doen voor de samenleving dan controleert straks de ene helft van de bevolking de andere helft. Als vervolgens deze ouderen dat niet doen of niet kunnen dan worden ze gekort. En terugvallen op de familie is er niet bij want iedereen moet in deze geïndividualiseerde samenleving een bijdrage leveren aan de gemeenschap. Getuigt deze regelrechte bezuiniging (als het tenminste nog wat oplevert) van wederkerigheid en solidariteit? Of gaat het hier om een verkapte verhoging van de AOW-leeftijd?

Iedereen wil leuk werk
Het probleem waar we voor staan ligt, anders dan de heren aangeven niet op de onbetaalbaarheid van het basisinkomen, maar op een heel ander terrein, namelijk het gebrek aan betaalde arbeid voor iedereen. Bij volledige werkgelegenheid zou het onderwerp basisinkomen helemaal geen issue zijn. Dan zou de sociale zekerheid niet onbetaalbaar zijn en zou iedereen zijn of haar stukje van de aarde (lees: welvaart) kunnen ontvangen. Maar in die wereld leven we niet (meer).

Wat verstaan we eigenlijk onder het leveren van een bijdrage aan de samenleving? Ik zie de commissies, werkgroepen, rapporten van (meestal) wijze mannen die deze vraag gaan beantwoorden al opdoemen. En als we dat weten dan moet ook de handhaving daarop worden ingericht. Het merendeel van de bevolking is best bereid om iets voor de samenleving te doen, mits op eigen voorwaarden, onder eigen omstandigheden en naar eigen draagkracht. De mens is een sociaal wezen en van nature altruïstisch. Diegenen die echt helemaal niets doen die komen er in het huidige systeem mee weg en dan ook wel.

Vroeger was alles beter
We zijn verworden tot een geldgedreven samenleving waar regeldruk en rendementsdenken hoogtij viert. Alles wordt in geld uitgedrukt en alles wat we doen moet als zodanig worden bezien. Tot aan de jaren ’70 werkte alleen de man in het gezin. De vrouw was thuis zorgde voor het huishouden, dat de kinderen netjes opgevoed en opgeleid werden en was de spil in de gemeenschap. Daar was geen enkele financiële waarde aan gekoppeld. Soms vraag ik mij af of het leven vroeger inderdaad niet beter was, in ieder geval een stuk eenvoudiger en overzichtelijker.

Het leven zal (gelukkig) nooit meer worden zoals vroeger, maar laten we alsjeblieft een systeem inrichten dat de eenvoud van vroeger terug kan halen om de complexiteit van morgen aan te kunnen. Als kind heb ik al geleerd dat je heel efficiënt water naar de zee kunt dragen maar of het effectief is dat is de grote vraag. Als we dan iets gaan veranderen aan ons sociale stelsel laten we dan starten met een onvoorwaardelijk basisinkomen en niet allerlei daarop gebaseerde gedrochten gaan ontwikkelen.



donderdag 10 september 2015

Is grondbezit wel ethisch?

Er is een ware volksverhuizing gaande in de wereld. Mensen trekken massaal naar de welvarende gebieden. Het is niet alleen geweld of oorlog waarom mensen naar Europa trekken. Er zit meer achter dan dat. Dat er iets moet veranderen is wel duidelijk.

Wereldwijd zijn op dit moment meer dan 60 miljoen mensen onderweg naar een veiliger of welvarender omgeving. Zij hebben huis en haard verlaten op weg naar onbekende bestemming. Misschien hebben ze wel iets gehoord over het land waar ze heen willen maar hoe het daar echt is weten ze niet. Die onzekerheid nemen ze voor lief. Je geboortegrond verlaten doe je niet zomaar, want je weet wat je hebt en je weet niet wat je terugkrijgt. Toch is de wanhoop vaak zo groot dat mensen een onzekere reis en toekomst voor lief nemen.

Het beeld van het aangespoelde Syrische jongetje op het Turkse strand zegt genoeg over de risico’s die mensen nemen om uit hun uitzichtloze positie te komen. Het raakte mij diep van binnen, een verscheurd gevoel overviel mij bij het zien van die foto. Ooit waren mijn zoons zo klein. Spontaan barste ik in huilen uit, waarop mijn zoon zei: “Mam, wat is er? Doe niet zo raar.” Misschien moet je moeder zijn of in ieder geval volwassen om te beseffen wat dat beeld oproept.

Eerlijk aarde-aandeel
De gebeurtenissen zetten aan tot nadenken. Waarom is er zoveel ongelijkheid in de wereld? Waar is het misgegaan? Sinds het ontstaan van nederzettingen, waarbij de mens zich voor langere tijd ergens vestigde, is grondbezit al voorwerp van opstanden en oorlogen. En zelfs in onze tijd is het een hot issue. Ook nu nog wordt op slinkse en veelal onrechtmatige wijze grond toegeëigend. Poetin heeft de Krim geannexeerd en een deel van Oost-Oekraïne ingenomen. De Chinezen kopen grond op in Afrika en breiden hun eigendomsrechten op de Zuid-Chinese zee uit door eilanden aan te leggen. En ondertussen wordt er geruzied over de eigendomsrechten van de noordpool.

Door: BJ Hale via Flickr
Grond geeft bestaansrecht aan de mens. Hij kan er zijn voedsel op verbouwen, zijn vee op hoeden en een huis op bouwen om te wonen. Grond is vóór iedereen, omdat ieder mens dat geboren wordt recht heeft om te bestaan. Vanuit die gedachte wordt ook jaarlijks vastgesteld wat de mondiale voetafdruk is en wordt berekend wat wij gemiddeld per inwoner gebruiken. Een eerlijk aarde-aandeel is de totale hoeveelheid bruikbare ruimte gedeeld door het aantal bewoners op aarde, dat komt neer op 1,8 ha per persoon.

Earth Overshoot Day
Helaas verbruiken we momenteel meer dan de aarde beschikbaar heeft. Oceanen worden leeggevist en grond erodeert door intensieve landbouw. Hierdoor neemt de vruchtbare ruimte af en heeft de natuur minder tijd om te herstellen. In 2015 waren, gerekend vanaf 1 januari, alle beschikbare grondstoffen die de aarde in een heel jaar kan leveren op 13 augustus al opgebruikt. Dat is een kwalijke zaak waar we nog steeds te weinig bij stil staan. Deze dag, de Earth Overshoot Day, komt ieder jaar vroeger te liggen. Vooral in het Westen verbruiken we meer dan waar we eigenlijk recht op hebben, daarmee doen wij een deel van de wereldbevolking tekort.

Ook dichter bij huis in ons eigen land is grond en grondbezit een probleem. Nederland behoort tot een van de dichtst bevolkte gebieden ter wereld. Omgerekend hebben Nederlanders slechts 0,5 ha per persoon ter beschikking. Daarom is onze grondprijs ook relatief hoog, we hebben namelijk niet genoeg voor ieders behoefte. Grond is naast kapitaal en arbeid een van de drie productiefactoren en heeft dus een economisch belang. Grond heeft echter naast de economische waarde ook een emotionele waarde. Onze geboortegrond is zo speciaal dat wij daar ons leven lang een bijzonder gevoel bij hebben.

Grondpolitiek
In de Nederlandse politiek is grond en grondbezit sinds de jaren ’50 regelmatig een punt van discussie vanwege verschil van inzicht tussen partijen. Het standpunt van vooral de sociaal-democraten is dat grond meer ten goede moet komen aan het collectief. Ook zien zij grond, grondbezit en grondverdeling juist voorwerp voor maatschappelijke hervorming. Terwijl de liberalen grond als productiemiddel ervaren, daar horen investeringen bij en mag dus ten goede komen aan het ondernemerschap.
Den Uyl kondigt val kabinet aan
De christelijke partijen, vooral gevormd door agrariërs, zitten daar precies tussenin voor hen is grondbezit belangrijk voor het voortbestaan van het boerenbedrijf. Op 22 maart 1977 is zelfs het kabinet den Uyl gevallen over de grondpolitiek, vanwege de discussie over de waardering van grond.

Wereldwijd ligt de grondpolitiek in de tegenstelling tussen het communisme versus het kapitalisme. In het communisme is grond het eigendom van het collectief, hetgeen in het Westen altijd met afschuw is bekeken. Na de val van het communisme dreigt nu ook het failliet van het kapitalisme. Door de druk op grondstoffen en het milieu, evenals de klimaatverandering zullen we met z’n allen een nieuwe weg moeten inslaan.

Massale volksverhuizing
Er moet wat gebeuren willen we onze planeet leefbaar houden en massale volksverhuizingen voorkomen. Zeker gezien de sterke groei van de wereldbevolking. De prognose is dat tegen het eind van deze eeuw de mensheid uit 11,2 miljard mensen zal bestaan. In 1960 was dat nog slechts 3 miljard en nu leven we met 7 miljard mensen op aarde.

Het is al jaren bekend dat als we zo doorgaan met het uitputten van de aarde er steeds meer onenigheid en zelfs oorlogen zullen ontstaan puur en alleen om grondstoffen. Met volksverhuizingen tot gevolg. Is het vreemd dat er nu zoveel mensen naar Europa verhuizen? Het is niet alleen het geweld en de oorlog die mensen op drift doet raken maar zeker ook de klimaatverandering en de strijd om grond en grondstoffen.

Grondgebruik i.p.v. grondbezit
Foto: Richard Mulder
Ieder mens dat geboren wordt heeft recht op zijn stukje van de aarde. De vraag is nu of we mensen de toegang tot ons grondgebied kunnen weigeren? Want als de aarde voor iedereen is dan kunnen we toch eigenlijk niet van grondbezit spreken. Wat ook niet kan is met de hele wereldbevolking in Europa en de Westerse Wereld wonen, er moet dus wat gebeuren.

Er zijn een aantal oplossingen om de enorme volksverhuizing te beteugelen:
  1. De beschikbare grond moet een hogere opbrengst gaan krijgen of (weer) geschikt gemaakt worden voor voedselproductie. We kunnen met de huidige technologie woestijnen weer vruchtbaar maken.
  2. De grondstoffen in de wereld moeten beter verdeeld worden, dat betekent dat de welvarende landen met minder genoegen moeten nemen.
  3. We zullen een begin moeten maken met het afbouwen van grondbezit. Het grondgebruik moet ten goede komen aan het collectief.
  4. De grenzen moeten minder definitief zijn. Als mensen moeilijk ergens binnenkomen gaan ze zeker niet meer terug naar waar ze vandaan kwamen. Meer soepelheid is vereist.
Indien er niets geregeld wordt dan zullen migranten blijven komen, los van oorlog en geweld, en dan kunnen we niet anders doen dan ze de toegang bieden tot ons grondgebied en onze welvaart, maar dan wordt het wel een beetje druk om ons heen.


Meer bewustzijn
Tijdens een congres van NieuwNederlandNu spraken wij over grond, grondbezit, de grondpolitiek en omgaan met grondstoffen. Ik kreeg toen de opmerking dat de genoemde oplossingen nogal naïef zijn. Natuurlijk zal dit alles niet snel te regelen zijn en roept het heel veel weerstand op, maar niets doen is ook geen optie. Door een stip op horizon te zetten en er veel over te praten kunnen we mensen bewust maken dat de verandering onvermijdelijk is als we wereldvrede en welvaart voor iedereen willen bereiken.
   

dinsdag 25 augustus 2015

Hoop voor vluchtelingen

Mensen op drift is iets van alle tijden. Alleen de omvang verschilt. Op dit moment zijn wereldwijd 60 miljoen mensen door oorlog of geweld ontheemd, meer dan na de Tweede Wereldoorlog. Welke oplossingen moeten minimaal geboden worden?

Aankomst op Kos (foto: De Morgen)
Op het Griekse vakantie-eiland Kos is het altijd goed toeven, tot de zomer van 2015. Door het goede weer en de rustige zee staken duizenden vluchtelingen vanuit Turkije de Egeïsche Zee over om zo het ‘beloofde land’ Europa binnen te komen. De chaos is er compleet. Vooral veel mensen uit Syrië wagen de oversteek. Mensen die soms al jaren in opvangkampen wonen en de moed verloren hebben dat ze ooit veilig naar hun eigen land terug kunnen keren.

Vluchtelingenproblematiek
De afgelopen maanden waren het de verdrinkingsdrama’s op de Middellandse Zee die de voorpagina’s van de kranten haalden. Het eiland Lampedusa kampt al langer met een onophoudelijke toestroom van vluchtelingen uit Noord-Afrika. Met gevaar voor hun leven maken ze, veelal in gammele bootjes, de oversteek naar Europa in de hoop daar meer geluk te treffen. Door risico’s laten ze zich niet tegenhouden.

Ook kennen we de plaatjes van de immens hoge hekken rondom de Spaanse enclave in Marokko vol met jonge mannen die halsbrekende toeren uithalen om Europa binnen te komen. En bij Calais ondervinden vrachtwagenchauffeurs hinder van de vluchtelingen die de oversteek naar het Verenigd Koninkrijk willen maken. De sfeer wordt er steeds grimmiger.

Migranten als kostenpost
Sinds de mislukte Arabische revolutie, de opkomst van de Islamitische Staat (IS) en de problemen in Syrië verlaten steeds meer mensen in die regio hun geboortegrond. De toestroom naar Europa is een ware volksverhuizing aan het worden hetgeen de Europese lidstaten de nodige hoofdbrekens kost.

De kritiek van veel Europese burgers dat de toestroom van migranten een onbetaalbare kostenpost zijn, is tot nu toe niet bewezen. Extreem rechtse partijen hebben echter voldoende twijfel gezaaid en zijn daar niet slechter door geworden. Maar de veranderende arbeidsmarkt en de vooruitzichten voor de toekomst waarbij veel laaggekwalificeerde banen door automatisering worden overgenomen baren wel zorgen. Is er wel voldoende werk voor alle nieuwkomers?

Ontheemd en verscheurd
De meeste migranten zouden ook het liefst in eigen land zijn gebleven. Denk je maar eens in om alles wat je had te moeten achterlaten en met slechts een rugzak met het hoognodige te moeten verhuizen naar een ander land met een andere taal en cultuur. Hoe zou jij je voelen in een vreemd land waar ze je liever zien gaan dan komen?

Werk van Tony Monsanto
Een inmiddels overleden kennis van mij, Tony Monsanto geboren op de Antillen, kwam ooit naar Nederland om te studeren, vond een leuke vrouw en bleef. Toch verlangde hij met heel zijn ziel terug naar de Antillen. Hij overtuigde zijn vrouw en ze gingen. Maar inmiddels was alles zo veranderd dat hij zich daar ook niet meer echt thuis voelde, vanaf dat moment leefde hij in twee werelden. Dat kwam vooral goed tot uitdrukking in de kunst die hij maakte: rauw, vurig en stekelig. Hij legde mij ooit uit dat hij zich ‘verscheurd’ voelde tussen twee culturen.

Datzelfde gevoel bespeur ik bij veel van de tweede en derde generatie Marokkaanse jongens. Ook zij leven in twee culturen waar ze niet echt geaccepteerd worden. Op vakantie in Marokko zijn ze vernederlandst en hier worden ze niet als volwaardig Nederlander gezien. Een lastig onderwerp zeker als de cultuur veel verschilt. Ontheemden hebben kans op levenslang gevoelens van angst en onzekerheid, wat integratie alleen maar lastiger maakt. Iets wat we zouden moeten voorkomen.

Hoe kunnen we vluchtelingen hulp bieden
Alleen als Europa niet in staat blijkt om de brandhaarden in de wereld te helpen voorkomen en oplossingen binnen de regio mogelijk te maken, dan zit er niets anders op dan vluchtelingen naar Europa te laten komen. Ieder mens dat geboren wordt heeft recht op voedsel, kleding en een veilige plaats om te wonen. Dan zullen wij onze grenzen in Europa open moeten stellen en soepele asielprocedures hanteren. Daarmee halen wij ook de wind uit de zeilen van de mensensmokkelaars en worden de levens van migranten niet langer op het spel gezet.

Maar om echt structurele oplossingen te bieden en de problemen van ontheemding te beperken is het van groot belang dat mensen worden opgevangen in de eigen regio, dicht bij de eigen geboortegrond en cultuur. Inspanning en moed zullen nodig zijn om dat voor elkaar te krijgen en om economische ontwikkeling mogelijk te maken, zodat mensen zonder externe hulp kunnen leven. De oplossingen zijn er, nu de wil nog.

Vluchtenlingekamp Zaatari in Jordanië
Landbouw en permacultuur
Kijkend naar het vluchtelingenkamp Zaatari in Jordanië, waar 115.000 Syrische vluchtelingen al jaren wonen, dan jeuken mijn handen om bomen te planten en moestuinen op te zetten. Groen moet het worden. Dat dit mogelijk is bewijst het Egyptische project Sekem waar met behulp van biologisch-dynamische landbouw de woestijn weer vruchtbaar gemaakt is.

Nieuwe technieken om water op te vangen en landbouwtechnieken als permacultuur leren ons dat we zelfs woestijngrond weer vruchtbaar kunnen maken. Een goed voorbeeld is te zien in de aflevering Groen Goud van Tegenlicht. Is het niet een enorme uitdaging voor de ingenieurs in Wageningen om daar hun nieuwe ideeën over voedsel waar te maken? Waarom stropen we de mouwen niet massaal op om de aarde weer vruchtbaar te maken? Dan is migratie toch nog ergens goed voor en kunnen we ook de steeds verder uitdijende wereldbevolking blijvend voeden. Waar wachten we nog op?

Hieronder is de documentaire van Tegenlicht te zien in het Engels:








woensdag 15 juli 2015

Onvoorwaardelijke bijstand

Gemeenten starten experimenten voor een onvoorwaardelijke bijstand. Fijn dat er eindelijk beweging komt in het idee van het basisinkomen. Maar is een onvoorwaardelijke bijstand hetzelfde als een onvoorwaardelijk basisinkomen? Een bespiegeling.

Niet alleen wereldwijd groeit het idee van het onvoorwaardelijk basisinkomen ook in Nederland begint het gedachtegoed post te vatten. Steeds meer gemeenten voeren experimenten uit met het basisinkomen. Persoonlijk ben ik daar heel blij mee, een beloning voor jarenlang lobbyen voor de invoering ervan. Toch is het nog veel te vroeg voor een hoerastemming en zijn de experimenten nog ver weg van de invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen. Een onvoorwaardelijke bijstand is namelijk nog geen onvoorwaardelijk basisinkomen.

Bijstand of basisinkomen
De Vereniging Basisinkomen heeft mede op basis van historische publicaties een viertal criteria gedefinieerd waaraan een basisinkomen voldoet, te weten:
· Universeel: iedereen heeft er recht op;
· Individueel: persoonsgebonden;
· Onvoorwaardelijk: het is een mensenrecht zonder voorwaarden;
· Voldoende: hoog genoeg om zonder luxe van te kunnen leven.
Deze criteria vormen eveneens de grondslag voor de internationale beweging georganiseerd in the Basic Income Earth Network - BIEN. Een basisinkomen is geen uitkering en kent ook geen tegenprestatie. Het basisinkomen is de erkenning van het Recht van Bestaan en geeft mensen de mogelijkheid hun leven naar eigen inzicht in te richten.

Cartoon: Tom Janssen
Een bijstandsuitkering is zoals het woord al zegt een uitkering en wel van tijdelijke aard ter overbrugging van een periode om in het levensonderhoud te kunnen voorzien. Een bijstandsuitkering wordt slechts verstrekt als men niet terug kan vallen op andere inkomsten uit werk, voormalig werk of vermogen dan wel het onderhoud door een familielid. Een bijstandsuitkering is niet vrijblijvend, er staat een arbeidsplicht tegenover die streng wordt gecontroleerd en gehandhaafd.

Participatiewet knelt
Het verschil tussen een basisinkomen en een bijstandsuitkering ligt dus in de verplichte tegenprestatie. Binnen de huidige participatiewet die per 1 januari 2015 in werking is getreden past een onvoorwaardelijke basisinkomen daarom ook niet, omdat de wet uitgaat van een te leveren tegenprestatie of dit nu betaalde arbeid, mantelzorg of vrijwilligerswerk is. Maar minister Plasterk keurde in januari 2015 experimenten goed daar waar de bestaande wet- en regelgeving problemen oplevert.

Door de toenemende werkloosheid en het structureel verdwijnen van veel banen als gevolg van onze digitale samenleving neemt de druk op de bijstand steeds verder toe. Voeg daarbij de afnemende financiële middelen van gemeenten en de problemen stapelen zich op, dus zijn oplossingen zeer gewenst. Met een onvoorwaardelijke bijstand denkt men een oplossing voor de problemen gevonden te hebben. Ik hoop dat het verlichting biedt, een structurele oplossing is het niet daarvoor is een bredere aanpak nodig waarvoor een onvoorwaardelijk basisinkomen een uitkomst biedt.

Onvoorwaardelijk basisinkomen is en blijft onbespreekbaar
De afgelopen jaren was het onvoorwaardelijk basisinkomen bij de meeste politieke partijen nog onbespreekbaar. Vanuit mijn partij De Groenen heb ik in 2013 met GroenLinks om de tafel gezeten om tot samenwerking te komen en gezamenlijk de verkiezingen voor het Europees Parlement van 2014 in te gaan. Het onvoorwaardelijk basisinkomen, ons belangrijkste speerpunt al sinds de oprichting in 1983, was toen voor GroenLinks onbespreekbaar. Zelfs de publicatie uit de jaren ’80 van voormalig GroenLinks fractievoorzitter Bram van Ojik, waarin hij zijn voorkeur uitgesprak voor het basisinkomen, werd in de besprekingen van 2013 snel van tafel geveegd en afgedaan als een persoonlijke hobby.

Ook socioloog Dick Pels, voormalig directeur van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks, is er duidelijk over: onvoorwaardelijkheid bestaat niet, je moet wat doen voor de uitkering. Met hem heb ik menig gesprekje gevoerd en onze overeenkomst houdt op bij het woord “onvoorwaardelijk”. Daarom vind ik het wat flauw dat GroenLinks ‘goede sier’ probeert te maken met de invoering van het basisinkomen. Het arbeidsmarkt en sociale zekerheidsprogramma (juni 2015) van GroenLinks is heel helder: zij zijn voor een voorwaardelijk basisinkomen, je moet er wel wat voor doen.

Is een onvoorwaardelijke bijstand de oplossing?
De partijen die de onvoorwaardelijke bijstand promoten zijn zeker niet allemaal voorstander van een onvoorwaardelijk basisinkomen. Volgens de wet is een bijstandsuitkering altijd maar tijdelijk. Dus waar gaat dat heen met een onvoorwaardelijke bijstand? Een tijdelijke maatregel, zonder structurele oplossing. We kunnen maar vast gewaarschuwd zijn.


donderdag 25 juni 2015

Microkrediet versus basisinkomen

Geef arme mensen geld in handen en ze maken wat van hun leven. Maar de manier waarop en de voorwaarden waaronder bepaalt het succes voor de toekomst, meent Jolanda Verburg, die zich inzet voor de invoering van het basisinkomen.

Yunus geeft uitleg over microkrediet
In onze huidige samenleving is een bestaan zonder geld ondenkbaar. Er zijn voorbeelden van mensen die zonder geld leven, maar dat zijn uitzonderingen en vaak eenlingen. De Ierse activist en schrijver Mark Boyle – The Moneyless Man – is zo’n voorbeeld. Maar hij leidt in zijn eentje een nomadebestaan in de voetsporen van Mahatma Gandhi. Wil je op een fatsoenlijke manier jezelf en je gezin onderhouden dan kan dat niet zonder inkomen.

Microkrediet stimuleert ondernemerschap
In het Westen kunnen we veelal terugvallen op voorzieningen van de Staat, in tegenstelling tot veel ontwikkelingslanden. In de jaren ’70 wilde de Bengalese econoom en bankier Muhammad Yunus wat doen aan de hongersnood in zijn land en ontdekte dat arme mensen vaak al geholpen zijn met een kleine lening. Hij ontwikkelde het microkrediet en ontving in 2006 de Nobelprijs voor de vrede voor “zijn inspanningen om economische en sociale ontwikkelingen van onderop mogelijk te maken”. 

Definitie Microkrediet:
Een kleine lening voor kleine ondernemers zonder onderpand. Ze kunnen daarmee een investering doen in een productiemiddel waardoor ze hun financiële positie in de toekomst verbeteren. In de praktijk zijn het vaak de vrouwen die ondernemen en zo hun gezin kunnen onderhouden.

Gratis geld helpt
De toegang tot sociale voorzieningen is soms niet voldoende. In 2009 in Londen vormde een groep notoire overlast veroorzakende daklozen een enorme kostenpost voor de stad. In plaats van het bieden van gratis voedsel en onderdak gooide welzijnswerkers het over een andere boeg. Iedere zwerver kreeg een persoonlijk budget ter beschikking dat ze naar eigen inzicht konden besteden om hun positie te verbeteren, zonder dat ze daarvoor wat hoefden te doen. Geholpen door een persoonlijke coach konden ze hun wensen en behoeften kenbaar maken en realiseren.

Wat bleek, na een jaar had het merendeel van de zwervers weer een dak boven het hoofd en was hun sociale en economische situatie aanzienlijk verbeterd. Uit de terugkoppeling bleek dat vooral hun eigenwaarde was opgekrikt. Dit voorbeeld illustreert de werking van het onvoorwaardelijk basisinkomen waaruit blijkt dat gratis geld bijdraagt aan welzijn. Over de hele wereld zijn vergelijkbare succesverhalen omtrent het basisinkomen.

Bekijk de video: De Groenen

Definitie Onvoorwaardelijk basisinkomen:
Een vast bedrag dat zonder enige voorwaarden door de overheid wordt uitgekeerd aan ieder individu in de samenleving. Het garandeert om in het basis levensonderhoud te voorzien en deel te nemen aan de samenleving.

Bestaansrecht en economie
Of nu een dakloze gratis geld in handen krijgt of een ondernemer de toegang tot financiële middelen om te kunnen ondernemen, de uitkomst is hetzelfde. Beiden worden geholpen omdat ze niet over een productiefactor (natuur, arbeid of kapitaal) beschikken, dé voorwaarde om te kunnen leven. Het verschil zit hem in de manier waarop het bestaansrecht wordt gegarandeerd.

Als we er vanuit gaan dat ieder mens een stukje van de aarde en zijn grondstoffen nodig heeft om te kunnen bestaan en we dat als geboorterecht beschouwen, dan is de aarde vóór ons allemaal en niet ván een enkeling, zoals de situatie nu feitelijke is. Het basisinkomen kan gezien worden als de vergoeding voor het niet beschikken over het stukje geboorterecht en rechtvaardigt de onvoorwaardelijkheid.

Abla uit Togo (foto: FairSpirit)
Het microkrediet daarentegen is niets meer en niets minder dan een handeling in het economisch verkeer. Daarom ook moet er rente betaald worden. Weliswaar wordt de ondernemerschap gestimuleerd, maar het bestaansrecht niet gegarandeerd, want als de oogst tegenvalt of de vraag voor de producten wegvalt dan blijft de ondernemer met een schuld zitten. Het grootste risico ligt hierbij altijd bij de zwakste partij.

Het baanloze tijdperk
Tegenstanders van het basisinkomen zijn er ook. Zij vinden dat je wat moet doen voor je geld. Maar daarbij wordt over het hoofd gezien wat er allemaal onbetaald al gedaan wordt in onze samenleving. Een basisinkomen heeft ten opzichte van een microkrediet een onzichtbaar voordeel: het doet recht aan mensen die onbetaald zorgen voor kinderen, zieken en ouderen en het doet recht aan al die vrijwilligers die als zij hun werkzaamheden zouden staken het halve land stil doen leggen.

Basisinkomen in Zwitserland
Maar wat nu als er weinig te ondernemen valt of er geen banen zijn? Een reële veronderstelling in het huidige tijdgewricht. Door de verregaande digitalisering van onze samenleving staat de factor arbeid en dus inkomen onder druk. En als je dan ook niet beschikt over een eigen stukje grond of kapitaal en het economisch klimaat tegenvalt dan kan de toekomst wel eens erg onzeker worden. Die onzekerheid wordt niet weggenomen met een microkrediet. Terwijl het basisinkomen de vergoeding is voor ons aarde-aandeel vanuit ons geboorterecht.

We kunnen concluderen dat geld een belangrijke voorwaarde is om te leven. Maar als ons bestaansrecht zonder voorwaarden is gegarandeerd ben ik overtuigd dat we door de vrijheid die ontstaat, los van economische omstandigheden, tot ondernemerschap komen waardoor we automatisch een succesvolle toekomst genereren.


Over Jolanda Verburg
Ze is adviseur in verandering in organisatie en samenleving en lid van de Vereniging Basisinkomen en zet zich ook politiek in voor invoering van een basisinkomen via De Groenen. Reacties: naar jolanda@degroenen.nl

www.basisinkomen.nl
www.degroenen.nl

Deze blog is eerder gepubliceerd in de De Betere Wereld krant, nummer 3, 2015
www.debeterewereld.nl



zondag 31 mei 2015

We kunnen ons volk niet eens te eten geven

Deze maand was ik voor het congres van de Europese Groenen in Kroatië. Verrast was ik door de ruimte van de hoofdstad Zagreb en de landelijke uitstraling. In niets lijkt het op een Europese hoofdstad zoals we dat kennen. Toch zijn de problemen niet gering.

Naast de politieke agenda van het halfjaarlijkse EGP-congres is er ook nog enige ruimte om kennis te maken met het land waar we te gast zijn en haar bevolking. Kroatië is een groter land dan Nederland, maar heeft maar 4,5 miljoen inwoners, en dat merk je duidelijk aan de hoofdstad. Zagreb doet aan als een middelgrote stad, maar wel met heel veel ruimte. Om te vergelijken Amsterdam met zijn 825.000 inwoners heeft een oppervlakte van 219 km² tegen Zagreb met een oppervlakte van 640 km², weliswaar met 1,2 miljoen inwoners, maar dat voelt wel heel anders.

De bevolking is gemoedelijk en toegankelijk, hoewel de taal wel wat problemen vormde, omdat velen geen Engels spreken. Een van de eerste Kroaten die ik op het congres ontmoette was een zakenvrouw, werkzaam bij een voedingsconcern. Zij vertelde honderduit over haar werk en over het land, de bevolking en de historie. Heel boeiend en heel inspirerend. Dit soort gesprekken met de lokale bevolking zijn altijd de pareltjes van de congressen. Ook nu weer.

Postzegeltjes
Op zeker moment kwam het onderwerp over voeding en vergroening van de landbouw, niet vreemd natuurlijk als het om De Groenen gaat. Het bedrijf waar ze werkt heeft niet alleen kwaliteit van voeding hoog in het vaandel staan, maar ook heel nadrukkelijk de kwaliteit van het leven. Daarom zijn corporate social responsibility en de impact op het milieu belangrijke waarden. Ecologie gaat hand-in-hand met economie.

Toch deelde zij haar zorgen met mij. “Kroatië is nog niet eens in staat is haar eigen bevolking te voeden, veel moet geïmporteerd worden”, vertelde zij. Dat verbaasde mij hooglijk. Vanuit het vliegtuig leek Kroatië behoorlijk groen en vruchtbaar en zelfs de hoofdstad heeft een landelijke uitstraling. Ik deelde mijn observatie met haar en daar reageerde zij weer op. “In Kroatië heerst het idee, zoals dat wereldwijd gedeeld wordt, dat je alleen succesvol kunt boeren als je veel grond bezit. Alleen door een monocultuur, waardoor met grote machines gewerkt kan worden, is geld te verdienen.” legde zij uit. Het land is teveel verdeeld in kleinere kavels om grootschalig te kunnen werken, dat had ik inderdaad vanuit het vliegtuig al gezien.

Groene ambities bieden hoop
“Hoe zit het met de werkgelegenheid?”, vroeg ik de Kroatische zakenvrouw. “Die is niet hoopgevend, zeker niet voor de jeugd en zeker niet in het binnenland”, gaf ze aan. Kroatië is voor een groot deel afhankelijk van het toerisme dat vooral naar de Adriatische Kust afkomt. In het binnenland is de werkloosheid extreem hoog. Het werkloosheidpercentage in Kroatië ligt rond de 21%, weliswaar lager dan de omringende landen op de Balkan, maar nog steeds behoorlijk hoog. Het buurland Bosnië en Herzegovina voert wereldwijd bijna de ranglijst aan met een werkloosheid van ruim 44%. Dat is weinig hoopgevend voor de regio.

“Ligt hier niet een enorme kans?” vroeg ik mijn gesprekspartner. “Als Kroatië meer groen en kleinschalig landbouw gaat bedrijven en direct de slag maakt naar duurzaamheid en biologisch en ecologisch verantwoord dan kan daar een enorme voorsprong mee behaald worden.” De zakenvrouw gaf dat toe en voegde daarbij nog de mogelijkheden van groene energie. Ze vertelde dat er wel een omslag in het denken gaande is, hoewel nog zeer pril. Dat verklaart het succes van de Kroatische groene partij Orah, waar we te gast waren. Opgericht in 2013 en bij de laatste verkiezingen al goed voor een zetel in het parlement. Dat succes is mede te danken aan de kleurrijke leider van de partij Mirela Holy, een bekende Kroatische politica.

Kolinda Grabar-Kitarović
Overheid als voorbeeld
De meeste mensen in Kroatië wachten lijdzaam af tot de overheid in actie komt. Toch is er een beweging op gang aan het komen die het lot in eigen hand neemt en niet meer afwacht tot de overheid te hulp schiet. De Kroatische zakenvrouw was hoopvol voor de toekomst. Een mooi signaal is tijdens het congres afgegeven door de komst en de toespraak van de Koratische President Kolinda Grabar-Kitarović. Door haar aanwezigheid bij het congres gaf zij het belang aan van de Groene Beweging die in Kroatië op gang aan het komen is. De zakenvrouw hoopte dat de overheid nu het juiste voorbeeld gaat geven.

PS.
Tijdens mijn wandeling door de stad Zagreb zag ik een boek over permacultuur in de etalage liggen. Ook in Kroatië is daar dus belangstelling voor. Zie ook de opmerking van Jeroen Boland.




donderdag 30 april 2015

Hoe zou geld kunnen werken

Ons geldsysteem stamt nog uit het industriële tijdperk en heeft zijn doel ruimschoots behaald: welvaart voor de westerse samenleving. Echter de houdbaarheidsdatum van het systeem is verstreken. Tijd voor wat nieuws.

Na decennia van groei zijn we de afgelopen jaren opgeschrikt door een crisis die zijn weerga niet kent. De gevolgen zijn zichtbaar in onze hele samenleving. We kennen allemaal wel mensen die hun baan zijn kwijtgeraakt, die hun huis hebben moeten verkopen en zelfs de gang naar de voedselbank hebben moeten maken. Wie durft te ontkennen dat er iets aan de hand is heeft zijn kop diep weggestoken in het zand. Nog dagelijks gaat het bijna nergens anders over.

Apennootjes
Het begon allemaal met de val van Lehman Brothers in september 2008. Voor wie nog nooit van deze bank gehoord had is de naam voor altijd verbonden aan het verval van het oude financiële systeem. Ook al heb je zelf weinig van de crisis gemerkt de onrust in ons land, in Europa en in de gehele wereld spreekt boekdelen. “Komt het ooit nog goed?” vragen we ons vertwijfeld af.

Toch zijn er signalen die duiden op het eind van de crisis. Of is dat maar schijn? Bankiers immers krijgen, onder grote publieke verontwaardiging, weer volop dikke bonussen. Onder het mom van “If you feed peanuts, you only get monkeys” rechtvaardigen de topbankiers hun salaris met bijbehorende overdadige bonussen. Maar de vraag is of de kans dat de bankiers worden weggekocht reëel is als ze minder gaan verdienen.

We zijn verslaafd
Op 28 april 2015 was ik op een congres met als titel: “Hoe werkt geld en hoe zou het kunnen werken”. Heidi Leenaarts, kernteamlid van het netwerk United by Passion, laat zien dat het anders kan en zet zich in om tot een Passiegedreven samenleving te komen. In haar inleiding laat zij zien waarom het systeem niet meer past. Niet alleen is het huidige geld gedreven systeem gebaseerd op groeidwang, waardoor er vooral verliezers zijn, maar het huidige geld dat uit het niets gecreëerd wordt heeft ook de neiging om daar naar toe te stromen waar het meeste rendement gemaakt wordt. Dat zijn niet de sectoren onderwijs en zorg die daardoor het kind van de rekening worden.

Maar het erge van alles is dat we ons naadloos aanpassen aan de destructieve en verslavende werking van geld. We denken allemaal dat geld belangrijk is, waardoor we vergeten waar het in het leven echt om draait. Herman Wijffels, als tweede spreker, doet er in zijn betoog nog een schepje bovenop. We denken nog steeds dat materie gelukkig maakt. De formule van geld is nog altijd: ∆BNP = ∆Geluk. Hoe hoger de groei van het Bruto Nationaal Product, hoe groter ons geluk. En als we nagaan dat naar mate meer mensen antidepressiva slikken het BNP toeneemt, we op ons klompen kunnen aanvoelen dat er iets grandioos mis is met de formule.

Geld als ruilmiddel
Maar wat kunnen we dan doen om het tij te keren? De oplossing is een bewustzijnsverandering die van twee kanten komt. Van bovenaf beïnvloeding via de politiek richting de burger. Maar de meest effectieve oplossing komt van onderop uit de samenleving zelf. Mensen creëren een nieuwe parallelle economie, waar ruil van goederen en diensten voorop staat en waarbij geld weer gebruikt wordt waar het voor bedoeld is: als ruilmiddel. Geld wordt weer een hulpmiddel en geen doel op zich. Ook een basisinkomen voor iedereen past in het nieuwe denken, als vergoeding voor wat de aarde oplevert. Tenslotte hebben we niet allemaal de beschikking over productiefactoren.

Door de stijgende werkloosheid is er een enorm potentieel aan mensen die aan de kant staan en maar al te graag de handen uit de mouwen willen steken, maar vast zitten in het systeem. Als we nu eens beginnen om geld gratis te maken door geen rente te heffen dan stoppen we de dwang tot groei. Dan wordt er van onderop een lokale economie gecreëerd waar de bureaucratie ook uit verdwijnt. We zijn volwassen genoeg om zaken onderling te regelen, dat hoeft niet langer via de overheid.

We zijn er klaar voor
De creatieve sector begint zich al volop te roeren. Met behulp van 3D-printers kunnen we binnenkort van alles ‘zelf maken’ en worden we van consument een procument. Allerlei initiatieven zoals een lokale munteenheid, Peerby, Airbnb en autodelen schieten als paddenstoelen de grond uit. En er is nog een aspect dat bij deze nieuwe ontwikkelingen een belangrijke rol speelt waardoor de tijd meer dan rijp is, dat is de ondersteuning door de Informatie en Communicatie Technologie (ICT). Waar zouden we zijn zonder internet?
 
Maar vooral de lokale economie en sectoren die het zo nodig hebben, zoals de thuiszorg, zullen tot bloei komen. Pas dan zal de participatiesamenleving echt gestalte krijgen. Laten we samen bouwen aan een passiegedreven samenleving. Het kan als we maar willen!

dinsdag 31 maart 2015

Ongelijkheid voedt onzekerheid

Hoe we in het leven staan bepaalt hoe we tegen de wereld aankijken. Maar er is meer. De diamant die het leven symboliseert bestaat uit veel facetten die we niet allemaal tegelijk kunnen zien. 

Vraag aan mensen uit verschillende lagen van de bevolking of de ongelijkheid is toegenomen en je krijgt verschillende antwoorden. Mensen die door de crisis hun baan zijn kwijtgeraakt, moeilijk weer aan het werk komen en uiteindelijk hun huis moeten verkopen ervaren hoe lastig het leven kan zijn. Maar mensen die het goed voor elkaar hebben, weinig merken van de crisis en in vergelijkbare kringen verkeren hebben de neiging om te denken dat het allemaal wel meevalt. 

Zelfs als het ons wat minder gaat hebben we toch de neiging om dat te verbloemen. Je laat je vuile was immers niet buiten hangen. Belangrijke onderzoeksinstituten in Nederland zoals de WRR, het SCP laten zien dat de ongelijkheid ook in Nederland groeit. Terwijl het CBS daar wat minder uitgesproken over is. Het hangt er geheel vanaf welke cijfers je beschouwt, van welke kant je naar de cijfers kijkt en waar je ze mee vergelijkt. Ten opzichte van het buitenland is en blijft Nederland welvarend en een egalitair land. Alles is relatief.
 
Vermogensongelijkheid
Het idee dat de ongelijkheid is toegenomen is vooral aangewakkerd door het werk van de Franse econoom Thomas Piketty die zijn bevindingen vastlegde in zijn lijvige boek ‘Kapitaal in de 21e eeuw’. Misschien dat aan de inkomenskant de ongelijkheid niet noemenswaardig is toegenomen doordat ons belasting- en sociale zekerheidssysteem een herverdelend effect heeft, toch is geconstateerd dat vooral aan de vermogenskant dit wel degelijk het geval is. Het CBS laat zien dat vooral het vermogen van de welgestelden is toegenomen ten opzichte van de rest.

Nadat Piketty op 5 november 2014 zijn boek in de Tweede Kamer presenteerde was de kritiek op zijn theorie, vooral vanuit de rechtse hoek, niet van de lucht. De lijst met bronnen van de tegenstanders van de ongelijkheidstheorie is haast net zo lang als die van de voorstanders. Moeten we nu concluderen dat de onderzoeksinstituten een gekleurde bril op hebben of dat het boegeroep van de politiek gewoon luid klinkt? Ook in mijn naaste omgeving zijn de meningen zwaar verdeeld.

Kijk, luister en wees voorbereid
En als de ongelijkheid is toegenomen is dat dan erg? Wel als je jezelf voortdurend vergelijkt met anderen. Niet als je jezelf voorbereidt op onzekerheden in de toekomst. Maar het blijkt dat veel mensen niet willen zien wat er zich in hun omgeving afspeelt. Dan kunnen tegenslagen hard aankomen. Laatst was ik op een congres over nieuwe business modellen. Daar vertelde ik dat ik mij voorbereid op de toekomst door zelfvoorzienend te worden, zodat ik minder afhankelijk wordt van de arbeidsmarkt. Iemand verklaarde mij voor gek en vroeg zich af waar ik dat op baseerde. “Luister je niet naar de signalen?” vroeg ik hem “je hebt toch ook wel van Piketty gehoord?” Nee, daar had hij nog nooit van gehoord, ik was verbaasd. De crisis was volledig aan de man, directeur van zijn eigen bedrijf, voorbij gegaan.

Er ontstond een discussie over de ontwikkeling van de arbeidsmarkt en hoe afhankelijk wij zijn als we het moeten hebben van inkomen uit arbeid. Met name de grote groep aanwezige ZZP'ers beaamden hun kwetsbare positie. Jarenlang was ook ik van mening dat als je wil werken er altijd wel werk is, maar daar kom ik toch steeds meer van terug. Niet alleen door mijn eigen ervaring maar vooral omdat ik luister naar wat er om mij heen gebeurt.


Het is niet de ongelijkheid waar we ons zorgen over moeten maken, maar het is de onzekerheid over de toekomst die ons parten speelt. Een gewaarschuwd mens telt voor twee.

Andere waarden
Als je blijft kijken vanuit je eigen referentiekader dan zie je veel niet en zal de kloof, zoals het SCP constateert, alleen maar verder toenemen. Laten we daarom vooral blijven zoeken naar de andere kant van de waarheid. Mijn blik op de wereld is aan het veranderen gegaan door het vroege overlijden van mijn moeder. Ineens sta je stil bij de noodzaak om geld en bezit na te jagen. “Is dit het? Doen we het hier allemaal voor?” waren vragen die zich aan mij opdrongen. Ik kwam tot de conclusie dat er meer waarden zijn dan financiële of materiële. Sinds die tijd is mijn leven een stuk waardevoller geworden. Dat de ongelijkheid toeneemt raakt mij niet en door mijn ogen en oren open te houden kan ik mij op de toekomst blijven voorbereiden. 



donderdag 12 maart 2015

Vrijwilligerswerk: maar niet voor iedereen

Natuurlijk doen we allemaal geregeld vrijwilligerswerk. Toch? Een bijdrage leveren aan de samenleving is toch normaal. Maar zo vanzelfsprekend is dat helemaal niet voor iedereen.

Oma leest voor
Mijn moeder heeft ons al heel snel uit de droom geholpen over het onderwerp oppasoma. Dat ging zij niet worden. Natuurlijk wilde ze wel eens oppassen maar niet structureel. Nadat zij als huisvrouw het merendeel van de tijd aan huis gebonden was om ons op te voeden vond ze het heerlijk dat ze, toen wij de deur uit waren, buitenshuis betaald aan het werk kon. Haar eigen inkomen, haar vrijheid, dat liet zij zich niet meer afnemen. Mijn broer werd het eerst met het standpunt van mijn moeder geconfronteerd. Maar hij was in de gelukkige omstandigheid dat zijn vrouw zelf een moeder had die maar al te graag wilde oppassen, dus was het geen onderwerp.

Wat is vrijwilligerswerk
Veel mensen zijn bereid wat te doen voor een ander zonder dat daar direct een vergoeding tegenover staat. Uit Duits onderzoek blijkt dat van alle arbeid die verricht wordt slechts 40% voor de arbeid betaald wordt. Dat betekent dat onze samenleving draait op vrijwilligerswerk. Maar waarom heeft nog niet iedereen dat door? En waarom zijn er dan nog altijd mensen die aan vrijwilligerswerk geen gehoor geven? Onlangs sprak ik een dame die net met prepensioen was gegaan. Ze had wel wat langer door willen werken, maar het werk was er niet dus kon ze eerder van haar welverdiende oude dag gaan genieten. En dat ging ze doen.

“Ga je vrijwilligerswerk doen?” vroeg ik haar in mijn naïviteit. Ze keek mij aan als door een bij gestoken. “Nee natuurlijk niet”, beet zij mij toe, “ik heb mijn hele leven hard gewerkt en nu is het genoeg geweest. Ik heb mijn pensioen verdiend.” Ze zei het zo stellig en bijna vijandig dat ik mij er behoorlijk ongemakkelijk bij voelde, alsof ik een oneerbaar voorstel had gedaan. Ik was verbaasd maar vooral teleurgesteld. Dat mensen zo’n houding kunnen aannemen kan ik maar moeilijk bevatten.

Wel of geen vrijwilligerswerk
Zelf heb ik altijd vrijwilligerswerk gedaan, naast mijn werk en naast mijn drukke gezin. Ik vind dat normaal. Dat mijn moeder niet als oppasoma wilde fungeren betekent niet dat zij niets voor de samenleving wilde doen. In tegendeel mijn moeder heeft altijd veel vrijwilligerswerk gedaan. Nog even afgezien van het feit dat ze ons heeft opgevoed, wat ik schaar als arbeid in de 60% categorie waaruit geen inkomen vergaard wordt, stond ze altijd klaar als er iets op school of in de kerk gedaan moest worden. Maar ook voor haar familie en voor mensen in de buurt die hulp nodig hadden was ze altijd bereid om iets te doen. Daar kwamen wij pas achter toen zij zelf ziek werd. Van alle kanten werd hulp aangeboden, honderden meelevende kaarten en vele bezoeken waren het resultaat. Mijn vader raakte zelfs wanhopig van al de bezoeken en al de kopjes koffie die hij moest schenken.

Maar ik kan de dame die geen vrijwilligerswerk wil doen dat niet kwalijk nemen. Zelfs onze overheid geeft daar gemengde signalen over af. Een paar jaar geleden werd in een radiospotje duidelijk gemaakt: “Doet u vrijwilligerswerk dan kan dat gevolgen hebben voor uw uitkering”. Terwijl vorig jaar uit monde van Jetta Klijnsma het tegenovergestelde aan de orde was: “Doet u GEEN vrijwilligerswerk dan kan dat gevolgen hebben voor uw uitkering”. Je moet tenslotte wel wat doen voor je geld. Zeker in de discussie over het onvoorwaardelijk basisinkomen is dit steevast het argument om mensen aan te zetten tot arbeid.

De overheid is de weg kwijt
Helaas heeft mijn moeder ten aanzien van mijn eigen kinderen nooit de keuze kunnen maken om oppasoma te worden, want ze is veel te jong gestorven en heeft mijn kinderen en die van mijn zus nooit gezien. Maar gelukkig zijn er nog voldoende opa’s en oma’s die wel willen oppassen. Zo ook de schoonmoeder van de rapper Lange Frans. Zij past geregeld op haar kleinkinderen, de mooiste activiteit die ze zich maar kan indenken. Maar helaas ziet de sociale dienst dat anders. Zij ontvangt een bijstandsuitkering en verricht met het oppassen, volgens de sociale dienst, geldwaarderende arbeid, ondanks dat ze er niet voor wordt betaald. Dus kreeg zij een boete van ruim € 34.000,-!





De overheid is nu zelf de weg kwijt. Aan de ene kant moet je iets doen voor je uitkering en aan de andere kant wordt je gestraft als je dat doet. Waar gaat nu eigenlijk allemaal om? De welvaartsstaat is te duur dus moeten we over naar een participatiesamenleving waarbij iedereen (gratis) bijdraagt. Als je geen betaald werk hebt kan je terugvallen op een uitkering, maar daar moet je wel (gratis) wat voor doen. Begrijpt u het nog?

Een pensioen is geen vrijbrief 
Ons hele economische systeem moet op de schop, dat weten we allemaal. Dat vraagt offers van iedereen. Maar laten we wel praktisch en menselijk blijven en eerst vaststellen wat de nieuwe situatie nodig heeft en dan voorwaarden stellen, in plaats van onduidelijke regels, zodat iedereen weet waar die aan toe is.

Maar laten we vooral al die mensen die denken dat ze van hun welverdiende pensioen kunnen gaan genieten uitleggen dat de participatiesamenleving ook voor hun gevolgen heeft. Zelfs een goed pensioen mag geen vrijbrief zijn voor allerlei rechten waarbij we achterover kunnen leunen zonder een tegenprestatie aan de participatiesamenleving, waarvoor we met z’n allen verantwoordelijk zijn.

De volledige aflevering van De Monitor vindt u hier.

vrijdag 27 februari 2015

Hoog tijd voor ander onderwijs

“Hij zit zijn tijd uit”, zei de docent van mijn zoon tijdens een ouderavond. Waar is de inspiratie gebleven zodat de school weer leuk wordt? Hoog tijd voor een nieuw schoolsysteem zodat het voor mijn zoon ook weer uitdagend en aantrekkelijk wordt. 
 
Mijn man en ik zijn af en toe de vertwijfeling nabij. Hoe kunnen wij onze oudste zoon motiveren om iets meer te doen aan zijn schoolprestaties dan het behalen van de eeuwige zesjes? Hij doet geen draad meer! “Vind je het er niet leuk?”, vroegen wij hem na een paar maanden toen zijn cijfers afgleden en het niet aan zijn mogelijkheden leek te liggen. “O, ja hoor, best gezellig”, was zijn antwoord, “maar de vakken zijn zo saai”. Er zijn vakken bij waar hij totaal de noodzaak niet van inziet en daar doet hij zo min mogelijk voor.

Natuurlijk is het fijn als het ook een beetje leuk is op school. Maar sinds wanneer zitten wij voor de gezelligheid op school? Het gaat er toch om dat je er wat van opsteekt. Bij mijn zoon is dat helaas niet het geval. Hij is niet dom, hij is juist heel efficiënt bezig en heeft zijn eigen systeem ontwikkeld waardoor hij met minimale inspanning net voldoende punten haalt. Heel effectief. En zonder het hardop te zeggen kunnen we hem geen ongelijk geven.

Keuzemogelijkheden
Zelf heb ik bedrijfskunde gestudeerd dus toen hij het vak economie kreeg was ik nieuwsgierig naar de lesstof. Ik was diep teleurgesteld over hetgeen ik aantrof. Alsof er niets veranderd was ten opzichte van mijn oude schoolboeken, hooguit wat meer opgeleukt. Tja, wat moet je dan als ouder? Ik geef hem gelijk dat het saai is, het gaat nog steeds over het leren van feiten. Maar waar is het zelf uitproberen en proefondervindelijk ervaren?

Al jarenlang zie ik geweldige voorbeelden voorbijkomen over de mogelijkheden van vernieuwend onderwijs. Vooral de ongekende mogelijkheden van de ICT en internet helpen daarbij, maar vragen ook om vernieuwing. Maar waarom is het er dan nog steeds niet? Komt het omdat ik op het platteland woon? Woon ik soms in achtergebleven gebied? Verre van, de twee dichtstbijzijnde scholen behoren tot de top van Nederland. Mijn kinderen hebben zelfs keuze zou je denken. Maar niets is minder waar, het zijn buiten kijf goede scholen, maar ze lijken ook heel erg op elkaar en doen hun stinkende best dat zo te houden. Over marktwerking gesproken! Waarom durft niet een van beide scholen het roer totaal om te gooien? Dan pas is er sprake van keuze.

Het kan anders - de voorbeelden zijn er
Onder de titel “De onderwijzer aan de macht” besteedde Tegenlicht op 1 februari 2015 weer een keer aandacht aan het onderwijs, waarin drie scholen werden getoond die vernieuwend bezig zijn. Heel relevant, want hierbij geldt hoe vaker het onderwerp ter tafel komt hoe meer het tussen de oren komt. Het systeem moet om! We moeten veel meer thematische met onderwijs aan de slag, het leven bestaat ook niet uit vakken. Als per thema verschillende vakken aan bod komen blijft er vast wel iets hangen over het vak wat minder interessant is.

De Prikklok
Wat in de documentaire vooral duidelijk wordt is dat de vernieuwing van onderop moet plaatsvinden, waarbij de docenten een belangrijke rol spelen. Het onderwijs gaat ook over leren keuzes maken, over gevoel, zelf denken, ervaren, over grenzen heen leren kijken, maar niet meer het uit je hoofd leren van een rijtje. Als je de logica snapt komt het met een rijtje wel goed. Helaas leiden we nog steeds op volgens de eisen van het industriële tijdperk, het werken in de fabriek met de prikklok. Dat is heel lang zinvol en nuttig geweest maar de tijd is veranderd door de technologische ontwikkeling en de samenleving past zich daar al op aan, nu het onderwijs nog. Met het verdwijnen van de prikklok kan ook de 1040 uren norm, ook wel ophokuren genoemd, overboord.

Er is hoop voor de toekomst
“Mam, zit niet zo over mijn cijfers te zeuren”, zei mijn zoon laatst “het kan veel slechter, kijk maar naar …..” en hij noemde een paar namen van jongens uit zijn klas die uit verveling kattenkwaad uithalen en al (wiet) roken en drinken. Hij niet, hij is gewoon zichzelf. Hij heeft helemaal gelijk en eigenlijk zijn wij best trots op onze zoon. Ook wij zijn grootgebracht in het oude systeem en moeten nog wat meebewegen. Daarom zijn wij er van overtuigd dat hij er wel gaat komen, maar ik had hem zo graag een inspirerende tijd gegund.

Uit Rusland komt een heel mooi voorbeeld van een vernieuwende manier van onderwijs dat nog een flinke stap verder gaat dan de voorbeelden in Tegenlicht. Vernieuwend onderwijs betekent algehele vrijheid, ruimte voor creativiteit, eigen inbreng en zelfredzaamheid. De leraar en een lesprogramma ontbreekt, alles met het doel de leerlingen uit te dagen om zelfstandig te leren denken, te leren samenwerken, leren vernieuwend te zijn en het uitvinden wat co-creatie betekent. De documentaire is de moeite van het bekijken waard.








maandag 26 januari 2015

Gratis geld bestaat niet

Het afgelopen jaar is er nogal wat te doen geweest over het onderwerp “gratis geld”. Opvallend, provocerend en populistisch. Wie wil er niet geld ontvangen zonder er iets voor te hoeven doen? Maar zoals ik al vroeg in mijn carrière geleerd heb: “There ain’t no such thing as a free lunch*”.

Tik “gratis geld” in op google en je wordt verwezen naar allerlei obscure aanbiedingen voor snel geld verdienen via louche baantjes of casino’s. Om nog maar te zwijgen over de eenvoudig af te sluiten leningen, die achteraf bezien, altijd veel te duur zijn. Of het gaat over de ergernis over het uitdelen van “gratis geld” door de EU aan de zuidelijke landen van Europa.

Zelfs het FD waagt zich op  29 november 2013 aan het onderwerp “gratis geld”. Toch ging het daarbij over een andere obscuriteit namelijk bitcoin, het internetgeld dat in een aantal weken sterk in waarde was gestegen, waardoor een aantal jongeren ineens schatrijk waren geworden. Kortom we zijn het er al gauw allemaal over eens dat “gratis geld” stinkt of in ieder geval een negatief beeld oproept. Niet echt een onderwerp waar je mee geassocieerd wilt worden.

Basisinkomen
Toch gebruikte Rutger Bregman van De Correspondent de term “gratis geld” in de titel van zijn stuk over het onvoorwaardelijk basisinkomen en gaf zelfs zijn nieuwe boek de titel mee. Ik was alles behalve blij met de door hem gebruikte aanduiding, omdat dit een geheel verkeerd signaal afgeeft aan het toch al omstreden onderwerp basisinkomen. De belangstelling die de term “gratis geld” opriep had direct zijn weerslag op het onderwerp. Maar tot mijn verbazing in positieve zin. Als uit de as herrezen had ineens iedereen het over het onvoorwaardelijk basisinkomen. En dat was natuurlijk goed nieuws voor de Vereniging Basisinkomen en de initiatiefnemers van het Europees Burgerinitiatief Basisinkomen, die het al jaren op de agenda proberen te krijgen.

Bregman laat in zijn artikel zien wat de voordelen zijn als mensen onverwacht geld in handen krijgen waar ze ook nog eens niets voor hebben hoeven doen. Het blijkt dat ze dit zeker niet zo maar over de balk smijten, maar het aanwenden om hun positie te verbeteren. Toch zijn we geneigd te oordelen dat een ieder moet werken voor zijn geld. Dat zit ingebed in onze cultuur en wordt ons in onze (christelijke) opvoeding, al dan niet vanuit de bijbel, al meegegeven. Dat verklaart wellicht de aarzeling en de geringe bereidheid om het onvoorwaardelijk basisinkomen op de agenda te krijgen.


Gratis geld bestaat niet
Maar als “gratis geld” wel werkt maar niet wenselijk is hoe kan het dan toch succesvol worden? “Gratis geld” is niets meer en niets minder dan een investering in toekomstige opbrengst. Doen niet alle ondernemers dat? “De kost gaat voor de baat uit” luidt immers het spreekwoord. En doet de reclame niet anders? Het blijkt dat we al snel geneigd zijn in te gaan op de lokkertjes van “gratis”, die achteraf toch geld kosten. Vooral kinderen hebben erg veel last van de commerciële verleidingen en zijn nog moeilijk in staat te doorzien dat “gratis” niet bestaat, maar dat er altijd iets tegenover staat.

Als “gratis” al lastig is dan is “geld” dat helemaal. Geld heeft met vertrouwen te maken en juist het gebrek daaraan was de start van de kredietcrisis. Dat op vertrouwen gebaseerde geld was van de een op het andere moment volledig weg, waardoor de waarde van het geld als bij toverslag verdween? Dus kan er dan nog sprake zijn van “gratis geld”? Is het niet zo dat we met “gratis geld” gewoon bedoelen dat we iemand iets geven waardoor zelfvertrouwen en eigenwaarde ontstaat waaruit iets moois gaat ontstaan?

Bestaansrecht
Sinds we in ons economisch proces alles in geld zijn gaan uitdrukken zijn we het zicht waar geld voor staat kwijtgeraakt. Ieder mens heeft recht op een stukje van de aarde. Zonder een deel van de opbrengst die de aarde biedt is geen bestaan mogelijk, omdat alleen grond de toegang biedt tot voedsel. De aarde is vóór ons allemaal en niet ván enkelingen, zoals nu vooral de situatie is. Goed beschouwd is het zelfs onethisch om grond in eigendom te hebben, tenzij iedere wereldburger een evenredig deel van de aarde in zijn bezit krijgt. Dit leidt tot de berekening van de mondiale voetafdruk en betreft 1,8 hectare per persoon.

Dit aarde-aandeel zoals dat genoemd kan worden is geen nieuw fenomeen. Diverse denkers hebben het al benoemd zoals de econoom Henry George (1839-1897) en de filosoof Edward Bellamy (1850-1898) waarvoor in Nederland een Instituut is opgericht dat zich inzet voor de invoering van het basisinkomen. De filosoof en politicus Thomas Paine (1737 -1809) schreef in 1797 in zijn pamflet “Agrarian Justice” dat ieder mens recht heeft op een stukje van de aarde. Bij gebrek aan bezit wordt derhalve ieder mens gecompenseerd voor “verlies van erfrecht” op grond. Deze denkers zijn de grondleggers van het onvoorwaardelijk basisinkomen.


Factor arbeid onder druk
Dat niet ieder mens in staat is om voldoende middelen van bestaan te creëren zegt meer over de complexiteit van het systeem waar we in leven dan over de mensen die het betreft. Bij “gratis geld” denken we veelal aan het uitschot van de maatschappij, de nietsnutten en klaplopers. De belangrijkste productiemiddelen van de industriële revolutie grond, kapitaal en arbeid zijn in ons systeem niet gelijkelijk verdeeld. En door de oplopende werkloosheid vanwege de crisis staat de factor arbeid, waar de meeste mensen van moeten bestaan, zwaar onder druk. Waardoor het ineens zeer wel denkbaar wordt dat je zelf op een punt komt waarbij je niet meer voor jezelf kunt zorgen. En wat dan?

Dat het een hot topic is blijkt uit de populariteit van het boek “Kapitaal in de 21ste eeuw” van Thomas Piketty, waarin hij aantoont dat in de afgelopen decennia het rendement op kapitaal harder is gestegen dan het rendement op arbeid. Uit recente publicaties blijkt dat de rijken nog rijker zijn geworden en de 1% rijksten samen meer bezitten dan de rest van de wereld. Wordt het dan niet hoog tijd dat we de beschikbare vruchtbare grond gelijkelijk over de wereldbevolking verdelen, dan wel iedereen daar een vergoeding voor geven? Die vergoeding noemen we het onvoorwaardelijk basisinkomen en heeft daarmee niets met “gratis geld” te maken. En als iedereen zijn vergoeding voor wat de aarde oplevert persoonlijk en zonder voorwaarden ontvangt ben ik overtuigd dat er hele mooie dingen gaan ontstaan.

* There ain’t no such thing as a free lunch