Pagina's

donderdag 29 december 2011

Dood hoort bij leven

Tussen de feestdagen in overleed de vader van een vriendinnetje van mijn zoon. Een vrouw met twee nog jonge kinderen blijft achter. Heel triest dat die kinderen op zo’n jonge leeftijd hun vader voor altijd moeten missen. Sneu is het omdat voor altijd de feestmaand december een beladen trekje krijgt.

Ik kan het weten want mijn moeder overleed ook in deze periode. Sindsdien is december nooit meer hetzelfde geweest. Ieder jaar weer steekt de pijn de kop op, vaak op onverwachte momenten. Zoals bij het uitpakken van de kerstspullen als ik een kerstprulletje van mijn moeder tegenkom. Of als ik mijn kerstdiner aan het voorbereiden ben. Dan komt zo nu en dan de herinnering terug aan het laatste kerstdiner dat ik voor haar maakte toen net bekend was dat ze ziek was.

De maand december is er om even te vergeten dat we een lange winter tegemoet gaan. December is ook de maand waarin de zonnewende plaatsvindt met de kortste dag die de winter inluidt. Al eeuwenlang wordt dit feit door vele volken gevierd omdat op dit moment de weg naar het licht wordt ingeslagen. Niet voor niets ook de tijd waarin de christenen de geboorte vieren van het Christuskind, de brenger van het licht.

Verdriet hoort niet thuis in de maand december. Gelukkig is het wel een tijd van verbondenheid en troost. En dat past weer heel mooi bij de gedachte aan een overledene. Steeds meer raak ik er van overtuigd dat de dood het einde niet is, maar het begin van een nieuwe periode in een andere dimensie. Door dit ‘weten’ heb ik de dood van mijn moeder een plek kunnen geven. Ik hoop dat de moeder met haar jonge kinderen ook het verlies op een goede manier leren verwerken.

Als het gemis van mijn moeder mij weleens teveel wordt grijp ik naar het boek van Dan Millman – De spirituele reis van de vreedzame krijger. Hierin beschrijft Millman het verlies van Mama Chia die hem zoveel geleerd heeft. Staande aan haar graf hoorde hij haar stem die de volgende woorden uitsprak:

Huil niet bij mijn graf.
Ik ben er niet; ik slaap er niet.
Ik ben de wind uit duizend richtingen.
Ik ben de diamanten glinstering van de sneeuw.
Ik ben het zonlicht op het rijpe graan.
Ik ben de zachte najaarsregen.
Huil niet bij mijn graf.
Ik ben er niet. Ik ben niet dood.

Uit: De Spirituele reis van de vreedzame krijger – derde druk 2005, Uitgeverij Ankh-Hermes bv, Deventer blz.225

Voor iedereen die het moeilijk heeft en wel een steuntje in de rug kan gebruiken! Ik wens je een licht, vreedzaam en vruchtbaar 2012 toe.

woensdag 7 december 2011

Basisinkomen: Een nieuwe weg uit de crisis

De crisis heeft een dusdanig stadium bereikt dat het water ons aan de lippen staat. Het voorbestaan van de euro staat zelfs ter discussie. Iedereen is overtuigd dat ons huidige financiële systeem zijn langste tijd gehad heeft. Hopelijk zien we nu eindelijk in dat we een radicale draai moeten maken. Maar hoe ziet die eruit en waar moeten we beginnen?


Met de eurocrisis realiseren we ons ineens dat wij ook in de gevarenzone verkeren. We denken dat we in een welvarend land leven, maar ook in ons land stijgt de armoede. De groep Nederlanders die per maand moeten rondkomen van € 1000,- of minder groeit gestaag. Met de afbouw van de verzorgingsstaat is het inkomensverschil in Nederland steeds groter geworden. Daarmee is ons streven naar meer inkomensgelijkheid verder weg dan ooit. Uiteraard heeft de kredietcrisis daar aan bijgedragen, maar de rol van de overheid laat ook te wensen over.

Al jaren is de overheid bezig terug te treden en legt steeds meer taken bij de burger zelf neer. Van een totaal verzorgende overheid naar een zelfbeslissende burger is een logische stap in onze ontwikkeling. Maar hoe paradoxaal bij het terugtreden legt de overheid steeds meer controle en regels op. Ze wil dus op de een of andere manier de touwtjes in handen houden. De burger wil beslist meer zeggenschap, maar vanwege de complexiteit is dat moeilijk realiseerbaar geworden. Toch is er een oplossing: de invoering van een basisinkomen.

Vereenvoudigde overheid
Een basisinkomen is een individueel, levensloop gebonden vast inkomen, waarmee elk mens, op gelijke voorwaarden, een bestaanszekerheid kan opbouwen. Het basisinkomen vervangt alle uitkeringen, ingewikkelde fiscale toeslagen of subsidies door een vast bedrag per persoon. De hoogte van het basisinkomen wordt slechts bepaald door de leeftijd en verder niets. Een basisinkomen is onvoorwaardelijk dus hoeft niet gecontroleerd te worden.

Daarom brengt een basisinkomen een sterke vereenvoudiging van de overheidsfinanciering en daarmee een afgeslankte overheid met zich mee. Het basisinkomen vervangt alle verstikkende en ingewikkelde regelgeving, waardoor de burger meer zelfredzaam kan zijn. Daarmee is het wel degelijk mogelijk om de doelen van de terugtredende overheid te bereiken en de armoede binnen de perken te houden. Maar nog belangrijker we slaan een weg in waarmee de alsmaar oplopende staatsschuld teruggedrongen kan worden.

Overigens is een basisinkomen niets nieuws en bestaat al in Nederland: iedere Nederlander van 65 jaar en ouder heeft namelijk recht op AOW, lees: basisinkomen. De enige voorwaarde voor een volledig AOW is dat je vanaf je 15e jaar alle jaren in Nederland hebt gewoond.

Uitdaging van een basisinkomen
De kritiek die meestal geuit wordt op de invoering van het basisinkomen is dat de mens van nature lui is en niet meer aan het werken slaat als aan de basisbehoefte is voldaan. Maar ervaring leert juist het tegenovergestelde. Bioloog Frans de Waal laat aan de hand van zijn onderzoek naar primaten zien dat wij niet alleen sociale wezens zijn maar ook altruïstisch. Ook ligt het in onze aard om onszelf te ontplooien, zoals Abraham Maslow ons al aantoonde.

Op de site van de Vereniging Basisinkomen zijn diverse positieve ontwikkelingen te zien in landen als Namibië en Iran. Maar ook België, Frankrijk en India voeren discussie over een basisinkomen. En zeg nu zelf de AOW is toch een succes!

Dus dat wij met een basisinkomen eindeloos zappend met een kratje bier op de bank voor de tv gaan zitten zal best voorkomen, maar niet door iedereen en zeker niet voor lang. Tenslotte werkt in ons huidige systeem ook niet iedereen!

Het grootste voordeel is dat de economie erdoor gestimuleerd wordt. Het geeft mensen een vrije keuze en meer mogelijkheden voor ontplooiing op basis van eigen verantwoordelijkheid. Als aan de basisvoorziening is voldaan kunnen mensen het werk gaan doen wat ze leuk vinden. En als mensen doen wat ze leuk vinden en daardoor lekkerder in hun vel zitten gaat ook de betrokkenheid en productiviteit omhoog gevolgd door het vermogen om innovatief en creatief te zijn. Allemaal belangrijk voor de economie. En dat maakt de cirkel rond.

Voordelen voor basisinkomen:
• Vereenvoudiging en vermindering overheidsregels en -wetgeving;
• Afgeslankte overheid vanwege minder controle en handhaving;
• Meer zeggenschap bij de burger vanwege terugdringen complexiteit overheid;
• Mogelijkheid om je passie na te streven, bestaanszekerheid is gegarandeerd;
• Meer ontspannen arbeidsmarkt en natuurlijke arbeidsverdeling;
• Minder loonkosten voor de werkgever door wegvallen regelingen;
• Minder afhankelijkheid partner of ouders (ieder zijn eigen basisinkomen).

Tegen geluiden:
• Mensen worden lui en doen niets meer;
• Wie zal dat betalen?

Waarom wachten tot we 65 zijn?

Hoe vaak hoor je niet mensen zeggen: “Als ik 65 jaar ben, nou dan weet ik het wel!” Dan gaan ze hun passie ten uitvoer brengen. Zou het niet mooi zijn als dat vandaag al kan! Zelf zie ik de invoering van een basisinkomen als realistisch en haalbaar. Ik maak mij daar politiek sterk voor. We zijn aan het onderzoeken op welke manier een basisinkomen ingevoerd kan gaan worden. Wil je meer weten kijk dan eens naar de site van Nederland 3.0.

woensdag 30 november 2011

Lang leve de gezondheidszorg

Ik ben weer even helemaal genezen van de gezondheidszorg! Mijn vader ging drie weken geleden naar het ziekenhuis voor een kijkoperatie. Inmiddels is hij gisteren voor de 4e keer geopereerd omdat er van alles is misgegaan en is hij zieker dan ooit tevoren.

In ieder beroep worden wel fouten gemaakt, tenslotte zijn we allemaal mensen. Maar toch lijkt het er vaak op dat artsen in de reguliere gezondheidszorg nagenoeg onkwetsbaar zijn. Fouten die door artsen worden gemaakt, hebben vaak grote gevolgen maar worden in de meeste gevallen niet toegegeven. Gebrek aan openheid, veelal onder het mom van beroepsgeheim of waarborgen van de privacy van de patiënt, heeft het erkennen van fouten in de weg gestaan. Procederen ertegen is vaak een lange weg met weinig zicht op een positief resultaat.

40.000 fouten per jaar
Dat er veel medische missers voorkomen blijkt alleen al uit het enorme aantal hits na een zoekopdracht op internet. Er zijn genoeg voorbeelden te vinden. Uit onderzoek blijkt dat één op de 20 sterfgevallen in ziekenhuizen voorkomen had kunnen worden. Per jaar overlijden naar schatting 1700 mensen aan medische fouten en leiden ca. 40.000 fouten per jaar tot ziekenhuisopnames. Trekken we deze berekening door dan betekent dat er een compleet ziekenhuis in Nederland nodig is om alle medische missers te herstellen!

Op de fiets naar het ziekenhuis
Met goede moed stapte mijn vader begin november op een vrijdagochtend op de fiets om naar het ziekenhuis te gaan. Het ging immers over een kijkoperatie. Even kijken en daarna weer op de fiets terug naar huis. Dat hij daar wat al te simplistisch over had gedacht bleek achteraf. Voor hij het wist was zijn galblaas verwijderd en was hij klaar om weer naar huis te gaan. Maar op de fiets terug was voor deze bikkel toch wat teveel van het goede.

Zonder enige voorbereiding, laat staan thuiszorg achteraf, werd mijn vader het weekend in gestuurd. Eigenlijk heeft hij, sinds de dood van mijn moeder, niet veel op met ziekenhuizen. Het liefst wil hij er niets mee te maken hebben, maar soms is het onvermijdbaar. Deze houding heeft als neveneffect dat hij niet goed luistert. Of hem vertelt was wat er ging gebeuren kunnen wij niet meer constateren, maar een volgende keer gaan wij dus gewoon vooraf met hem mee.

Dyslexie
Na een week thuis creperen van de pijn en door de huisartsenpost uitgemaakt voor “lastig” belandt hij alsnog in het ziekenhuis. Inmiddels drie weken later en totaal 4 operaties verder, 17 kg zwaarder van het vocht en een ritssluiting van boven naar beneden, is hij een compleet wrak met allerlei slangen die zijn lijf in- en uitgaan.

Tijdens mijn bezoek bekijk ik de indrukwekkende hoeveelheid toeters en bellen aan zijn lichaam en ontdek op de twee morfinespuiten die aan zijn bed hangen de naam Verbrugge, terwijl onze familienaam toch echt Verburg is. Samen met mijn man ga ik op zoek naar een verpleegkundige om verhaal te halen over de naamsverwarring. Tot onze ontsteltenis krijgen wij te horen: “Ja, dat kan kloppen, er werkt iemand met dyslexie op de afdeling.” Wij zijn perplex!

Meer openheid
Angstaanjagend als je nadenkt over de hoeveelheid incidenten. Voor ons staat vast: in dit ziekenhuis kan nog een hoop verbeteren. Arts en filosoof Bert Keizer wijt gebrek aan openheid aan de hooghartige en afstandelijke houding van artsen. Met het praktijkvoorbeeld van mijn vader bij de hand kunnen we eerder verbaasd zijn dat het in de meeste gevallen gewoon wel goed gaat. Door de aandacht die het onderwerp de laatste jaren heeft gekregen is gelukkig ook het besef aan het toenemen dat het anders moet en dat meer openheid gewenst is. In een onlangs verschenen boekje geven artsen hun fouten ruiterlijk toe.

Terwijl ik dit zit te schrijven moet ik ook constateren dat het vandaag op de kop af 15 jaar geleden is dat mijn moeder in hetzelfde ziekenhuis is gestorven aan kanker. Ik hou mijn hart vast en hoop dat mijn vader binnenkort, weliswaar niet op de fiets, het ziekenhuis levend en wel kan verlaten.

vrijdag 11 november 2011

Dag van de Duurzaamheid

Vandaag 11/11/11 hebben we uitgeroepen tot de Dag van de Duurzaamheid. Dat is hard nodig want het is nog droevig gesteld met het terugdringen van de CO2 uitstoot en investeringen in duurzame energie. En als we zo doorgaan zal dat gevolgen hebben voor ons leefklimaat.

Gisteravond tijdens het achtuur journaal vertelde de oud-minister Maria van der Hoeven, thans directeur van het Internationale Energie Agentschap, dat de behoefte aan energie de komende 25 jaar zeer sterk zal stijgen. Niets nieuws natuurlijk, want met de opkomende industrieën en de wereldwijde stijging van welvaart neemt de behoefte aan energie toe. “Zoals het er nu uitziet is de doelstelling, de temperatuur op aarde met niet meer dan 2ºC te laten stijgen, niet haalbaar.” betoogde van der Hoeven. Grote vraag blijft: Wat gaan we er aan doen?

Investeren in groene energie
“De tijd van goedkope energie is voorbij”, maakte van der Hoeven duidelijk. Of dit nu goed of slecht nieuws is liet ze in het midden. Dat we niet meer terug kunnen naar de prijs van de vorige eeuw lijkt mij evident. Slecht nieuws dus voor onze portemonnee, maar goed nieuws voor de duurzame energieontwikkeling. Want de prijs zal niet langer leidend zijn om te gaan investeren in duurzame energie. Ook de NRC maakte daar deze week gewag van. Naar aanleiding van het rapport van de European Climate Foundation kopte de krant: “Duurzame energie over 10 jaar amper duurder dan gewone stroom.”

Daarmee ligt de weg open om fors te investeren in duurzame energie zou je denken. Maar niets is minder waar. Schokkend is de constatering dat overheden de conventionele en dus de vervuilende energie-industrie (kolen/olie/gas) nog altijd fors stimuleert en wel met $409 miljard. Slechts 14% van de investering die overheden doen is in duurzame energie. “Het roer moet om!”, geeft van der Hoeven terecht aan, maar daarmee lijkt alles gezegd.

Macht van bestaande leveranciers
We kunnen concluderen dat de gevestigde energieleveranciers nog altijd de macht in handen hebben. Zij weten de politici en overheden het best te bespelen en voor hun belangen in te zetten. Zij weten rapporten van de Club van Rome en Brundtland, waarin wordt opgeroepen dat er een einde is aan de groei, buiten de massa te houden. Zij hebben geld om mensen met goede initiatieven, zoals Al Gore met zijn film “An inconvenient truth”, belachelijk te maken en de publieke opinie te beïnvloeden.

Het zijn ook deze machtsblokken die goed in staat zijn om de wetenshap aan hun kant te krijgen. Slechts een kleine hoeveelheid wetenschappers beweert dat de mens niet verantwoordelijk is voor de temperatuurstijging en klimaatverandering, dat het een natuurlijk verloop betreft en dat we aan de vooravond van een nieuwe ijstijd staan. Hun woorden worden in de pers uitvergroot en het luidst verkondigd. Terwijl al sinds de jaren ’70 door heel veel mensen, maatschappelijke organisaties en wetenschappers is aangetoond dat ons klimaat sneller veranderd dan ooit tevoren.

Reddingsplan Europa
Europa zit in een diepe crisis waarvan het einde nog niet in zicht is. Waarom komen we niet massaal in actie om te investeren in duurzame energie? We zijn nu alleen maar bezig om ons geld te redden in plaats van de leefbaarheid op onze planeet.








Als we nu investeren in duurzame ontwikkeling dan slaan we twee vliegen in een klap: we jagen de economie weer aan en helpen daarmee Europa uit de crisis en we zetten de energietransitie van conventioneel naar duurzaam in gang. Door hierin te investeren kunnen we gelijk een voorbeeld zijn voor de opkomende economieën en daarmee ook concurrentievoordeel behalen.

Pas als het water aan onze lippen staat zijn we in staat om creatief tot vernieuwing te komen. Laten we daar nu gebruik van maken en niet wachten tot Europa ten onder gaat. Laten we vandaag, op de Dag van de Duurzaamheid, starten om van de crisis een kans maken.
.

woensdag 9 november 2011

Masters of the Universe

Het kapitalisme heeft door de kredietcrisis aardige imagoschade opgelopen wat het 'vrije marktdenken' geen goed heeft gegaan. De tegenhanger van het kapitalisme – het communisme – heeft in de jaren ’80 al aangetoond geen solide economisch systeem te zijn. Wat nu? Zijn er alternatieven?

We zitten inmiddels al diep in de crisis en er zijn geluiden dat het nog tot zeker 2014 op deze manier zal doorsudderen. Na de val van de muur leek het kapitalisme de grote winnaar van de Koude Oorlog, maar inmiddels zijn we daar niet meer zo zeker van. We kunnen nu concluderen dat beide systemen hun langste tijd gehad hebben en dat het tijd is voor wat nieuws. De vraag is alleen: bestaat er een manier van economie bedrijven dat nog onderbelicht is gebleven en past in de toekomstige situatie?

Jarenlang is het 'vrije marktdenken' leidend geweest in wat we doen. De aanjagers en leiders van de enorme groei – de Masters of the Universe (1) – werden vereerd als helden. We keken tegen ze op, wilden net zo zijn als zij. Nu het tegen zit hebben we de neiging om deze leiders te beschimpen en zwart te maken, we moeten tenslotte iemand de schuld geven van de ellende waar we ons in bevinden. Maar zijn we onze kritische blik al niet veel eerder kwijt geraakt?

Terug naar de basis

Nu het wat minder gaat zijn we weer met beide benen op de grond gezet. We zijn namelijk helemaal vergeten waar het eigenlijk allemaal om draait in dit leven: gelukkig zijn! En dat bereiken we echt niet door meer, meer, meer en nog meer consumeren. Ik merk dat steeds meer mensen dit besef krijgen en dat ze (soms beschaamd) vaststellen dat het zo niet meer gaat. Maar mensen zijn verward, want hoe moet het verder?

Vanaf de jaren ’60 hebben we welvaartsgroei meegemaakt. Diep geworteld is de gedachte dat onze kinderen het beter moeten krijgen dan wij. Ineens blijkt dit een utopie. Dat maakt ons angstig en stuurloos. Ook de opkomst van landen als China maakt ons bezorgd. Niet omdat we bang zijn dat het communisme nu weer de boventoon gaat voeren, maar omdat we bang zijn dat we overspoeld worden door een cultuurverandering waar we ons niet in kunnen vinden.

Herrijzenis van de Feniks
De integraal filosoof Ken Wilber spreekt over ‘transcend and include (2)’. Als we omarmen wat we hebben en wat we weten en daarop voortbouwen dan kunnen we het nieuwe bereiken. We kunnen nooit onze afkomst verloochenen of veroordelen, dan doen we onszelf tekort. Als we deze wetenschap ter harte nemen kunnen we een nieuwe toekomst opbouwen, die al het voorgaande incorporeert zodat we er sterker uitkomen.

Daarom is de tijd waarin we leven zo boeiend. De naoorlogse generatie heeft een basis gelegd voor stabiliteit. In de wetenschap hebben we de materie doorgrond. We hebben technologische hoogstandjes bereikt: de eerste mens op de maan; iedereen via internet verbonden. Daar kunnen we trots op zijn en nemen we met ons mee.

Boeddhistische economie
De tijd dat de Masters of the Universe, de ego’s, de helden, het voor het zeggen hadden is voorbij. De tijd is nu gekomen om de mens zelf te doorgronden en te erkennen dat we een ziel hebben. Ieder mens is krachtig en uniek en telt mee. Als we deze gedachte centraal stellen en ook ons ego opzij durven zetten, dan kunnen we een mooie nieuwe samenleving en economie opbouwen.

In zijn boek ‘Hou het klein’ beschrijft E.F. Schumacher de elementen van de Boeddhistische economie. Er bestaat een duidelijk verschil met de westerse denkwijze waar we beslist iets van kunnen leren.

Westerse denken:
• Arbeid is nodig om geld te verdienen.
• Wie niet werkt zal niet eten.
• Werkeloosheid is toegestaan mits er een uitkering bestaat.
• Het product van de arbeid is belangrijk, het resultaat telt.
• Groei, consumeren en goederen verkrijgen zijn belangrijk.

Boeddhistische denken:
• Arbeid is goed voor de persoonlijke ontwikkeling.
• Wie niet kan werken wordt geholpen.
• Werkeloosheid is ongewenst want belemmert persoonlijke groei.
• Het proces leidt tot ontwikkeling en is net zo belangrijk als het resultaat.
• Arbeid leidt tot een creatieve activiteit en vormt een beloning op zich.

Er is een verandering in onze samenleving zichtbaar waarbij deze vorm van economie bedrijven helemaal zo gek nog niet is. De roep om zingeving, meer betrokkenheid in de samenleving, ethisch handelen en duurzaamheid worden steeds luider. Dan volgt vanzelf de vraag: Werken we om te leven of leven we om te werken?


Bron 1:
Masters of the Universe - uitspraak uit: The Bonfire of the Vanities - Tom Wolfe
Bron 2:
Transcend and include... this is the self-transcending drive of the Kosmos - to go beyond what went before and yet include what went before... to open into the very heart of Spirit-in-action. uit: A Brief History of Everything - Ken Wilber

zaterdag 22 oktober 2011

Strikt gescheiden

We zien steeds meer dat ons werk- en privéleven met elkaar verweven worden. Dat is vooral te danken aan de digitalisering van onze samenleving en de mobiele technologie die dat mogelijk maakt. Maar de vraag is of iedereen daar wel zo gelukkig mee is?

Het is heerlijk dat we steeds meer plaats- en tijdonafhankelijk kunnen werken. ‘Het Nieuwe Werken’ heeft het gevoel van vrijheid absoluut versterkt. Mensen die geloven in eigen kracht kiezen steeds vaker voor een zelfstandig bestaan. Ook voor mensen die hun werk en gezin op een goede manier willen combineren is het een zegen als ze ook thuis kunnen werken en dichtbij zijn als de kinderen zorg nodig hebben. Vooral de digitale mogelijkheden heeft het aantal ZP-ers sterk doen stijgen. Een groei waarvan het einde nog niet in zicht is.

Grenzen stellen
Toch zijn er nog voldoende tegengeluiden te horen van mensen die helemaal niets moeten hebben van de inmenging van hun werk in hun privéleven en andersom. Als je door de technologische mogelijkheden overal en altijd bereikbaar bent is dat voor mensen die moeilijk de scheidslijn kunnen hanteren en moeilijk ‘nee’ kunnen zeggen een potentiële kans op problemen. Natuurlijk is het van groot belang om zelf je grenzen te bepalen. Zo liet ik in mijn blogje van 29 juli zien dat ik op vakantie geen PC meeneem en in principe onbereikbaar ben. Als je niet goed voor jezelf zorgt ligt overbelasting op de loer en kan leiden tot ziekteverzuim of zelfs tot een burn-out.

Inbreuk op de privacy
Onlangs sprak ik met iemand van een hogeschool die resoluut aangaf werk en privé strikt gescheiden te houden. Het gesprek ging aanvankelijk over de voor- en nadelen en de gebruiksmogelijkheden van twitter. Ik liet haar zien dat je als 'ego-tripper' heel goed je eigen boodschappen kunt verkondigen door inhoudelijk te twitteren, zonder ook maar iets van jezelf prijs te geven. Maar dat je daarmee de functie van twitter als sociaal medium tekort doet. Want alleen door iets van jezelf te laten zien en de interactie aan te gaan ontstaat de verbinding met de ander. Daar ligt de winst.

Wil je sociaal zijn dan betekent dat verbindingen aangaan. “Betekent dat ook dat je over je privéleven twittert?” vroeg mijn gesprekspartner. “Ja hoor, dat hoort daar ook bij”, antwoordde ik. Als door een bij gestoken veerde zij op en zei: “Je gaat toch geen persoonlijke informatie delen met de hele wereld, dat maakt je toch ontzettend kwetsbaar?” Een boeiend gesprek volgde.

De discussie spitste zich vooral toe op wat persoonlijke en vertrouwelijke informatie is en wat niet. Ik kwam er achter dat zij totaal niets met collega’s deelt. Dat zij amper weet of collega’s getrouwd zijn, laat staan wat ze in hun privétijd uitspoken. “Maar is dat niet ontzettend jammer dat je helemaal niet over andere zaken dan over je werk met je collega’s praat?” vroeg ik haar. “Nee, helemaal niet, zolang ze niets over mijn privéleven weten kunnen ze dat ook niet tegen mij gebruiken”, was haar argument. En daarmee schetste zij in een klap de cultuur van haar organisatie: een cultuur van angst.

Succes van het verbinden
Toch is de herkenbaarheid groot. Zelf heb ik jarenlang onder dezelfde omstandigheden gewerkt. Als je maar even je masker liet zakken en je kwetsbaarheid liet zien was dat voor anderen een mogelijkheid om je onderuit te halen. Erg ongelukkig heb ik mij in die jaren gevoeld. Ik ben er achter gekomen dat vooral het aangaan van verbindingen en je kwetsbaarheid durven tonen de sleutel vormen om gelukkig te kunnen zijn in je werk en dat wens ik iedereen toe.

Mijn gesprekspartner vervolgde “Het is hier geen sociale werkplaats, we zijn professionals ingehuurd om een prestatie te leveren. Als je niet over je privéleven praat hoef je niet bang te zijn emotioneel te worden.” Ik kon alleen maar denken: “Wat een akelig gevoel om in zo’n omgeving te moeten werken. En wat een gemiste kans om echt het verschil te maken als organisatie.”

Kennis en emoties delen
Natuurlijk weet ik dat er nog zat bedrijven zijn waar scheiding tussen privé en zakelijk normaal is, maar toch ben ik iedere keer weer verrast over extreem patriarchale toestanden binnen sommige organisaties. Vooral in het onderwijs kom ik ze maar al te vaak tegen. En dat is jammer, want we leven in een veranderende samenleving. Transparantie en openheid zijn begrippen die passen binnen deze verandering. De graaiende topmanagers zijn niet langer onzichtbaar. De misstanden in de financiële sector worden blootgelegd. Zelfs de katholieke kerk ontkomt er niet aan.

Willen we een kenniseconomie worden dan zal vooral het onderwijs nog een belangrijke draai moeten maken. Willen we creatief en innovatief zijn zal er veel meer gedeeld moeten worden dan kennis alleen. Ook emoties spelen hierbij een belangrijke rol. Mijn handen jeuken om daarmee aan de slag te gaan binnen onderwijsorganisaties. Maar zolang de top van de hogescholen en de universiteiten nog sterk verankerd zijn in het ‘oude’ denken zal dat lastig zijn. Misschien moeten we wachten tot de babyboomers met pensioen gaan voordat grootschalige verandering echt kan plaatsvinden?

Je hoeft heust geen vrienden te zijn of geregeld bij elkaar over de vloer te komen, maar wat meer aandacht voor de mens achter de collega zal in veel gevallen de werksfeer ten goede komen en een impuls zijn voor nieuwe initiatieven. En die bedrijven die zich verzetten tegen transparantie en openheid zullen vanzelf verdwijnen omdat de nieuwe generatie daar niet wil werken.

dinsdag 4 oktober 2011

Kennis en ervaring in de wachtkamer

“Doet u vrijwilligerswerk? Geef dit dan aan bij uw uitkeringsinstantie, want het kan gevolgen hebben voor uw uitkering.” Ik erger mij groen en geel aan dit radiospotje. Waar zijn wij nu helemaal mee bezig in dit land?

Alle bedrijven zitten in een kramp vanwege de crisis en bewegen voor geen meter. De arbeidsmarkt zit volledig op slot omdat geen enkel bedrijf een beslissing durft te nemen. Door deze afwachtende houding van de werkgevers neemt de werkloosheid eerder toe dan af. Moeten al die werklozen ook afwachtend toezien op wat komen gaat? Laat ze lekker vrijwilligerswerk doen dan beweegt er in ieder geval nog iemand in dit land.

Juist de mensen met het hart op de goede plaats die niet werkeloos op de bank gaan zitten maar de handen uit de mouwen willen steken voor de samenleving worden door één reclamespotje de boom ingejaagd. Wie neemt er dan nog de moeite om iets goeds te doen voor een ander als daarmee je uitkering in gevaar komt? Niemand toch! Terwijl het juist ontzettend goed is om mensen, op welke manier dan ook, aan het werk te houden. Daarmee blijven vaardigheden behouden of worden juist uitgebreid.

Slimme inzet
Hebben de uitkeringsinstanties niets beters te doen dan mensen schrik aan te jagen? Ze kunnen beter creatief meedenken met de werklozen om ze op een goed manier weer ingezet te krijgen. Laat ze met de bedrijven innovatieve oplossingen bedenken om meer mensen actief aan de slag te laten gaan. In de jaren ’80 hadden we zo iets als arbeidstijdverkorting. Dat was pas slim. Iedereen iets minder werken zodat meer mensen actief konden zijn. Waar zijn dergelijke regelingen nu?

Door de overheidsbezuinigingen raken veel NGO’s en Goede Doelen organisaties hun subsidie kwijt waardoor ze met minder arbeidskrachten hetzelfde werk moeten doen. Laat vrijwilligers en werklozen daar een helpende hand bieden. Als ze deze organisaties helpen omvormen zijn die in de toekomst in staat op een andere manier te werken.

Veel zelfstandigen zonder werk
Uit de werkeloosheidscijfers blijkt dat wij het in Nederland ten opzichte van de EU nog niet zo slecht doen. De laatste cijfers van het CBS komen uit op 5,3%. Een prima percentage als we onze economen mogen geloven, binnen de marge van een evenwichtige arbeidsmarkt die ligt tussen 5 en 6%. Daaronder is slecht voor de flexibiliteit en verhoogt de druk op de lonen en boven de 6% is slecht voor de sociale lasten.

Toch denk ik dat het percentage hoger is dan wordt aangenomen. Een grote groep die niet in de cijfers voorkomt zijn de zelfstandigen (ZP-ers of ZZP-ers) waarvan er velen op dit moment geen of weinig werk hebben. Zij zijn de flexibele schil rondom de arbeidsmarkt die de ergste klappen opvangt en die niet tot uitdrukking komt in de cijfers. De omvang van deze groep is bekend, maar hoeveel van deze zelfstandigen momenteel geen werk hebben blijkt moeilijk te achterhalen.

Onbenut vermogen

“Onze economie verkeert in zwaar weer”, zei minister de Jager op Prinsjesdag, “waarbij alle zeilen moeten worden bijgezet en alle mogelijkheden benut.” De afwachtende houding van werkgevers werkt door naar de werkvloer waar ook de actie stokt met alle gevolgen van dien. United Sense doet al jaren onderzoek naar het onbenut vermogen in organisaties met soms schokkende uitkomsten. Ik ben er van overtuigd dat in deze crisistijd de cijfers nog verder zijn opgelopen.

Willen we onze economie uit het slop halen dan moeten we alle capaciteit benutten die er is, zowel binnen organisaties als de mensen die nu zonder baan of werk aan de kant staan. Dat betekent dus niet de vrijwilligers en ‘werkwillenden’ ontmoedigen, maar juist stimuleren en de kans geven om wat te gaan doen. De mensen die nu aan de kant staan zien met lede ogen aan dat de economie tot stilstand is gekomen. Zij staan te popelen om daar iets aan te doen.

Frisse wind
Laten we ophouden met afwachten. De oplossing komt toch niet van buitenaf. Iedereen is in staat om het tij te keren. “Vreemde ogen dwingen”, luidt het spreekwoord, laten we dat ter harte nemen. Als het bedrijfsleven massaal mensen die nu aan de kant staan een kans geeft om een aantal uren per week betaald in actie te komen, dan zullen zij door de frisse wind die er binnen de bedrijven gaat waaien, veel mensen mee krijgen in de weg omhoog. Het is net als met de beurskoersen: het is een en al sentiment wat ons drijft. Waar wachten we nog op?

vrijdag 23 september 2011

Reddingsplan Griekenland

Griekenland staat op de rand van de afgrond. Een faillissement lijkt onafwendbaar. Een mooi moment om het roer volledig om te gooien. Tijd voor iets nieuws. Tijd voor het invoeren van een onvoorwaardelijke basisinkomen.

Vorig jaar nog was ik in Griekenland op vakantie. Deze keer naar Rhodos, een van de Griekse eilanden. Ik vind het een heerlijk vakantieland. Wat het vooral boeiend maakt, naast het altijd goede weer, is de geschiedenis van het land en de vele bewaarde oudheden. Interessant vanwege de niet te onderschatten en basale invloed die dat heeft gehad op ons leven van vandaag. Ons huidige democratisch staatsmodel, het rechtssysteem, het onderwijs, de ethiek, de filosofie vindt voor een groot deel haar oorsprong in het oude Griekenland. We kunnen niet ontkennen dat Griekenland de bakermat van onze beschaving is, dat zie je en dat voel je vooral als je daar bent.

Omdat in het oude Griekenland de basis is ontstaan van de systemen die wij nu hanteren is het misschien een mooie gelegenheid om aldaar een nieuwe systeem in te gaan voeren. Namelijk een onvoorwaardelijke basisinkomen, een nieuwe vorm van overheidsfinanciering, op zich niets nieuws, alleen anders ingericht. Met de invoering van een basisinkomen wordt direct het overheidssysteem geherstructureerd. En als we de media mogen geloven ligt daar een groot deel van de problematiek waardoor Griekenland in de huidige penibele situatie is terecht gekomen.

Basisinkomen
En wat is dan het basisinkomen, hoor ik je denken. Het betreft een individueel, levensloop gebonden vast inkomen, waarmee elk mens, op gelijke voorwaarden, een bestaanszekerheid kan opbouwen. Geen uitkeringen meer, geen ingewikkelde fiscale toeslagen, subsidies of AOW, maar gewoon een vast bedrag per persoon, jong en oud. De hoogte van het basisinkomen wordt slechts bepaald door de leeftijd en verder niets. Het onderwerp onvoorwaardelijk basisinkomen is beslist niet nieuw. De Vereniging Basisinkomen bestaat inmiddels al 20 jaar. Ook in het buitenland is dit begrip bekend en er wordt in de praktijk al mee gewerkt.

Voor informatie over het basisinkomen zijn verschillende bronnen te raadplegen. Te beginnen bij het boek van Jan-Frank Koers getiteld Nieuw Nederland. In heldere taal legt hij uit hoe het basisinkomen in elkaar zit en hoe dit gefinancierd kan worden. Het boek vormt de basis van de daaruit ontstane politieke partij Nieuw Nederland, de politieke partij in Nederland die het onvoorwaardelijk basisinkomen hoog op de agenda heeft staan. Alle ander partijen die het er over hebben verbinden voorwaarden aan het ontvangen van een basisinkomen. Dat doet Nieuw Nederland niet. Beoogd wordt een maximaal effect voor mens, samenleving en economie.

Het basisinkomen brengt een sterke vereenvoudiging van de overheidsfinanciering en daarmee een afgeslankte hoeveelheid ambtenaren met zich mee. Het basisinkomen vervangt alle verstikkende regelingen, zoals het gekrakeel van nu over de pensioenleeftijd. Maar het allergrootste voordeel is dat het mensen een vrije keuze geeft en meer mogelijkheden voor ontplooiing op basis van eigen verantwoordelijkheid. Minder loonslaaf, minder stress. Minder Mentaal Verzuim, dat volgens de laatste onderzoeken op kan lopen tot 60 à 70% van de in Nederland werkende mensen (ca. 8 miljoen). Als aan de basisvoorziening is voldaan kunnen mensen het werk gaan doen wat ze leuk vinden. En als mensen doen wat ze leuk vinden en daardoor lekkerder in hun vel zitten gaat ook de productiviteit omhoog. Dat is gelijk weer gunstig voor de economie. En dat maakt de cirkel rond.


Hulptroepen naar Griekenland
Wat nodig is om tot invoering van een basisinkomen over te gaan is een proeftuin om in de praktijk te laten zien dat het werkt. En daarmee kom ik weer terug op Griekenland. De Grieken staan met hun rug tegen de muur, de overige lidstaten zitten met hun handen in het haar. Nog meer geld toesturen betekent in stand houden van de oude machtsstructuur die er nu heerst en dat lost dus niets op, maar kost de economie veel geld met alle risico’s van dien. Het enige dat Europa op dit moment kan doen is mensen en middelen inzetten om Griekenland een nieuwe weg in te laten slaan.

Mijn voorstel zou zijn: laat een groep deskundigen uit de Vereniging Basisinkomen, Nieuw Nederland en diverse economen en financiële experts, aangevoerd door Jan-Frank Koers, onder mandaat van de Europese Unie, naar Griekenland afreizen om de invoering van het basisinkomen in gang te zetten. Eenmaal ingevoerd kunnen alle landen van de Europese Unie individueel tot invoering overgaan. Als we dan nu met z’n allen constateren dat we een nieuwe weg moeten inslaan omdat de huidige weg een doodlopende blijkt te zijn, laten we daar dan zo snel mogelijk mee van start gaan, liefst vandaag nog.

Teken de petitie
Enthousiast over een onvoorwaardelijke basisinkomen teken dan de petitie voor de invoering.

zaterdag 10 september 2011

10 september: Gedenkdag

We weten allemaal nog waar we waren en wat we deden op 11 september 2001. Voor mij is deze dag ook gedenkwaardig, maar niet zozeer vanwege het drama dat zich op die dag voltrok, meer vanwege de gebeurtenis de dag ervoor.

Voor mij heeft 9/11 een totaal andere betekenis dan voor de meeste mensen in de wereld. Ik was een aantal weken zwanger van mijn tweede kind, tot het moment dat ik op kantoor ineens in een plas bloed zat. Foute boel wist ik meteen. Nog voel ik de brok in mijn keel toen ik mijn man belde om hem het slechte nieuws te vertellen. Wie ooit een miskraam heeft gehad weet precies hoe ik mij toen voelde.

De volgende ochtend ben ik weer aan het werk gegaan, de beste afleiding. De huisarts had gezegd dat ik in de komende dagen maar even langs moest komen, maar het had geen haast. Half verdoofd niet bewust van mijn omgeving werd ik ’s middags door een aantal collega’s geroepen. Er was een vliegtuig tegen het WTC in New York gevlogen. Internet lag direct plat, maar op de afdeling opleidingen stond een televisie. Daar ter plaatse zagen wij het tweede passagiersvliegtuig de tweede toren binnenvliegen.

Het gevoel wat mij toen bekroop vergeet ik nooit meer. Onmiddellijk besefte iedereen dat het geen ongeluk was. De derde wereldoorlog was aangebroken. Op dat moment kon ik mijn tranen niet meer bedwingen. Gelijk besefte ik waarom mijn kindje niet op deze wereld had willen komen. En dat ons een tweede kind bespaard bleef in deze vijandige mensonvriendelijke wereld.

De volgende ochtend stond de vertegenwoordigster van Moeders voor Moeders op de stoep. Helemaal vergeten haar af te zeggen. Ik voelde mij verschrikkelijk. Toch deed zij een zwangerschapstest en tot mijn stomme verbazing sloeg die positief uit naar de hoogste score. Onmiskenbaar, ik ben toch nog zwanger. Ik begrijp er niets van. ’s Middags bevestigt de dokter dat het zo is. Niet veel later gevolgd door een echo waarop een hartje zichtbaar is. Er is dus toch een tweede kind op komst.

8 maanden later
Het is maandagmiddag en ik drentel wat door het huis omdat de weeën zijn begonnen. Aan het begin van de avond belt mijn vader. “Heb je de televisie aan staan en het nieuws gehoord?” “Nee”, zeg ik, “ik wil even niets aan mijn hoofd want de weeën zijn begonnen.” “O, dan laat ik je maar met rust.” Hij wenst mij sterkte en hangt op. Natuurlijk is mijn nieuwsgierigheid gewekt en kom er achter dat Pim Fortuyn is neergeschoten, naar later blijkt dodelijk getroffen.

Nog voor de dag om is beval ik van een gezonde zoon, het is 6 mei 2002. Net zo bizar als het begin van de zwangerschap, is de afloop. Na de bevalling blijkt dat er aan de placenta een tweede vruchtzak zit. En daarmee vallen alle puzzelstukjes op hun plaats. Ik had inderdaad een miskraam de dag voor 9/11. Ik moet nu leven met het idee dat ik eigenlijk een tweeling zou hebben gekregen. Nu jaren later is voor mij 10 september nog altijd de dag dat ik een kind verloor. Een kind dat liever aan de andere kant wilde blijven, waarom zullen we nooit te weten komen.

woensdag 31 augustus 2011

Het onderwijs van morgen

Vanmorgen ging mijn kind boos en stampvoetend de deur uit naar school. Geen zin! Tja wat moet je daar nu mee als ouder? Is het onderwijs van vandaag nog wel zinvol voor de kinderen van vandaag en de volwassenen van morgen?

Ach iedereen heeft wel eens een off-day. Zo ook onze kinderen. Vaak geeft “er niet op reageren” het beste resultaat. Maar soms vraag ik mij af of ik daarmee niet mijn kop in het zand steek. Is het onderwijs van vandaag nog wel toegesneden op de huidige generatie jongeren? Op het eerste gezicht is het onderwijs behoorlijk veranderd sinds ik zelf op school zat. Maar toch mis ik er wat aan. Juist die zaken waar ik in mijn werk ook tegenaan loop. We zitten al volledig in het digitale tijdperk maar we doen alles nog volgens de denkbeelden van de industriële revolutie.

Ondanks dat scholen hun best doen denk ik dat het roer om moet. Vrije scholen geven daarin al een goed voorbeeld. Zij gaan veel meer uit van de persoonlijke interesse van kinderen en spreken daardoor hun innerlijke kracht aan. Heel belangrijk om dat al op jonge leeftijd te ontwikkelen. Toch zijn er ook kinderen die meer structuur en regels en grenzen nodig hebben. Daarmee raken we de kern namelijk dat ieder kind anders is en het mooi zou zijn als ieder kind individueel benaderd wordt. Maar dat betekent meer begeleiding en dat is vloeken in de kerk, want in het huidige economische klimaat wordt het onderwijs eerder uitgekleed dan uitgebreid.

Wat we nu al jaren zien zijn de verschillende discussies over hoe het onderwijs er uit zou moeten zien. Beter Onderwijs Nederland maakt zich druk over de laatste onderwijsvernieuwing die in hun ogen volledig is mislukt. Geen kind kan meer fatsoenlijk taal en rekenen. En niet te vergeten de parlementaire onderzoekscommissie Dijsselbloem die een vernietigend rapport heeft opgeleverd over twintig jaar onderwijsvernieuwing. Het uitgangspunt dat jarenlang gehanteerd is gaat er vanuit dat ieder kind gelijk is en gelijke kansen moet krijgen. Maar helaas hebben we daarmee een belangrijk aspect over het hoofd gezien: niet elk kind is gelijk, wel gelijkwaardig.

Om deze ongelijkheid van kinderen te benadrukken verscheen de laatste weken de discussie in de pers dat meisjes en jongens apart onderwijs zouden moeten krijgen. Maar of dit nu de oplossing is? Of dat we weer terug moeten naar de situatie van voor de jaren ’80? Ik denk persoonlijk van niet. Alles valt of staat bij een op het kind toegesneden persoonlijke aanpak. Wie daar een schitterend betoog over kan houden en de spijker op de kop slaat is Sir Ken Robinson. Op internet zijn vele filmpjes van hem te zien.



Robinson laat duidelijk zien dat kinderen niet over een kam geschoren kunnen worden en dat onderwijs kinderen niet altijd slimmer maakt. Ook kunnen we concluderen dat in de huidige snel veranderende samenleving de eisen voor de toekomst heel anders zijn dan de ontwikkelingen die achter ons liggen. Om dat te ondersteunen is geheel ander onderwijs noodzakelijk. Wat kinderen vooral geleerd moet worden is om zelf na te denken.

Ik kan mij niet herinneren dat ik vroeger met tegenzin naar school ging. Ook heb ik het gevoel met het onderwijs dat ik genoten heb uit de voeten te kunnen. De echte ontwikkeling die ik nodig had heb ik later vanzelf opgepikt (wel met vallen en opstaan overigens). Dus ik ben er niet bang voor dat mijn kinderen iets te kort komen. Ze halen eruit wat ze nodig hebben en pakken later wel op waar ze behoefte aan hebben. En ondertussen probeer ik ze de begeleiding te geven waarvan ik verwacht dat ze die nodig hebben om zo goed mogelijk op de toekomst voorbereid te zijn.

dinsdag 23 augustus 2011

Stel nu dat de economie ontploft


De tekenen van een dubbele dip worden steeds duidelijker. Of waren we überhaupt al uit de eerste dip? De ene crisissituatie is nog niet bezworen of de volgende dient zich al weer aan. Waar is het eind? En kunnen wij ons er op voorbereiden?

De VS is in zwaar weer en in Europa gaat het al niet veel beter. De randen van Europa brokkelen af en de verschillende landen ruziën over mogelijke oplossingen. We moeten concluderen dat de welvaart van de westerse samenleving onder druk staat. Op Keynesiaanse wijze hebben we de afgelopen jaren de pijn vakkundig uitgesteld. Maar nu de bodem in zicht is van alle noodfondsen blijven we achter met een enorme schuld en is de crisis nog niet bezworen.

Stel nu dat we het tij niet weten te keren en de economie ontploft en er daardoor geen geld meer uit de automaat komt. Als het betalingsverkeer stil valt en we dus geen voedsel meer kunnen kopen. En als alle transport stopt waardoor de winkels niet meer bevoorraad worden. Dan hebben we dus geen voedsel meer! Wat gaan we dan doen?




Natuurlijk draait de economie niet in de soep, zover komt het niet, denk je nu. Daar zorgt de overheid wel voor en de deskundigen. Maar zijn zij wel in staat om de economie te redden? Is het reëel om op hen te vertrouwen? Zijn zij niet degenen die het zover hebben laten komen? We zitten nu in zo’n uitzonderlijke situatie, nooit eerder vertoont, die zelfs de crisis in de jaren ’30 van de vorige eeuw doet vervagen. We realiseren ons dat de globalisering en de jarenlange welvaartsgroei een keerzijde heeft.

Parallelle economie
Als er nog wat te redden valt voor het echt te laat is zullen we een aantal maatregelen moeten nemen. Het huidige economische systeem zal omgevormd moeten worden zodat we onze kwetsbare situatie reduceren. Daar hebben we niet alleen deskundigen voor nodig maar ook mensen met gezond verstand.

Wat kunnen we er gezamenlijk doen:
• Inrichten van zelfvoorziende gemeenschappen
• Creëren van lokale voedselvoorziening
• Stimuleren van de lokale economie
• Alternatieven voor geld ontwikkelen
• Stimuleren van creativiteit, inventiviteit en sociale innovatie
• Herstel van de Menselijke Maat
• Passend onderwijs.

Wat kunnen wij er zelf aan doen:
• Onze kinderen leren waar het voedsel vandaan komt
• Start een moestuin of ga aan de slag met een "windowfarm"
• Inrichten van lokale energietoepassingen (wind, zon)
• Opbouwen van kennis van de eigen gemeenschap
• Herstel van de gemeenschapszin.

Onderzoek wijst uit dat de actiebereidheid van mensen op dit moment ver beneden peil is. Door de crisis zit iedereen in een kramp. Dus als we dit niet zien zitten kunnen we altijd nog de boel laten crashen? Maar dat leidt onherroepelijk tot chaos waar niemand op zit te wachten. Ik roep daarom iedereen op om vandaag nog te beginnen, zodat we naast de huidige (zieke) economie een parallelle economie ontwikkelen waar we op termijn allemaal de vruchten van kunnen plukken. Dit is niet ouderwets teruggrijpen op het oude, maar gebruik maken van kennis uit het verleden met de mogelijkheden van vandaag.

donderdag 11 augustus 2011

Het kan vriezen en het kan dooien

Wie is er nu eigenlijk van slag, het weer of wij? Deze zomer is een aaneenschakeling van lange natte en grauwe dagen. Of is het de verbeelding? Komt het wellicht door de crisis dat we niet meer rooskleurig naar buiten kunnen kijken?

Ik kan mij niet heugen dat een zomer zo slecht is geweest. Vaak is het een kwestie van verbeelding als het lijkt dat een zomer niet zo mooi is. Dan blijkt dat aan het eind van de maand het aantal zonuren moeiteloos is gehaald en was de temperatuur ook normaal. Vaak maken de slechte dagen meer indruk zodat wij die onthouden en gaan de mooie dagen gedachteloos aan ons voorbij.

Nu trof ik een toch wel heel opmerkelijk berichtje aan in de Telegraaf: “Hittegolf op de Noordpool verslaat Nederlandse zomer” . Nu is er deze keer niet zo heel veel voor nodig om de Nederlandse zomer te verslaan, maar blijkbaar is het klimaat op aarde nogal van slag als er zich op de Noordpool een hittegolf voordoet. Voor mij staat het als een paal boven water dat ons klimaat aan het veranderen is. De laatste tien jaar zie ik het onder mijn ogen gebeuren.

Dat de wetenschappers er nog niet over uit zijn blijft mij verbazen. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de tegenstanders van de gedachte dat de aarde aan het opwarmen is, blijkbaar hebben ze daar voordeel bij, harder roepen en meer gehoor krijgen dan de wetenschappers die met harde bewijzen komen. Dat het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) zo nu een dan een fout maakt in haar aannames en daarmee niet helemaal de juiste waarheid weergeeft, werkt ook niet mee aan de beeldvorming.


Gelukkig zijn er ook nog deskundigen en wetenschappers die flink van zich laten horen. Zij maken zich er hard voor dat het broeikaseffect onze planeet geen goed doet en welke gevolgen dat voor ons heeft. Jeremy Rifkin is zo iemand. Hij propagandeert de overstap op waterstof als alternatieve brandstof, omdat dit een schone en veilige energiebron betreft. Er komt namelijk geen kooldioxide vrij, een van de grote boosdoeners als het om de opwarming van de aarde gaat. Zijn visie wordt helder uiteen gezet in bijgaand filmpje, de moeite waard om te bekijken.



Wat ik vooral geweldig vind is dat het idee van Rifkin voor een waterstofeconomie realiseerbaar is, als we maar willen! Het grote voordeel hierbij is dat de wereldwijde afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en de daarmee gepaard gaande onrust in de wereld kunnen afnemen. Ook krijgen mensen met deze technologie de mogelijkheid om waar ook ter wereld zelf energie op te wekken.

Ik had niet gedacht ooit een column over het weer te schrijven. Als iets vervelend is en typisch Nederlands is het wel klagen over het weer. Maar deze keer kon ik het echt niet laten. Omdat ik een optimistische kijk op het leven heb ga ik er vanuit dat we nog wel wat zon in het vooruitzicht hebben. Ik ben er daarom van overtuigd dat we in 2011 nog een heerlijke nazomer zullen krijgen.

vrijdag 29 juli 2011

Sociale media en mindfulness

Hè heerlijk, het is weer vakantie. Even afstand nemen van de dagelijkse beslommeringen van thuis, het werk, het moeten. Tijd om tot jezelf te komen en toe te geven aan het niets doen. Slow down. Maar lukt ons dat wel in deze door de digitale technologie gedomineerde tijd?







foto: Chambord







Bij aankomst in ons hotel in de Loire zei de receptioniste dat de televisie kapot was en dat ze zo snel mogelijk een vervanging zou regelen. Wij hebben dat resoluut van de hand gewezen, voor ons hoefde ze geen moeite te doen. Onze kinderen mopperden wat toen wij vertelden dat de tv kapot was, maar ook dat was van korte duur. Tenslotte hadden ze hun iPod meegenomen en stroom hadden we gelukkig wel, dus geen nood. En daarnaast was de Franse taal toch ook wel een belemmerende factor.

In tegenstelling tot mijn kinderen heb ik tijdens de vakantie bewust al mijn elektronische apparatuur thuis gelaten. Even afstand nemen van het werk, tot rust komen en bijtanken. Geen telefoon, geen computer, geen kranten, geen televisie. Kortom de wereld even buiten sluiten. Door bezoeken aan kastelen in de Loire maken we letterlijk een duik in het verleden en weten we de wereld daadwerkelijk buiten te sluiten. Opgeladen en vol inspiratie is het weer fijn om thuis te komen.

Er heerst chaos in de wereld
Terug van vakantie heb ik sterk de behoefte om nog even in ‘Slow’ te blijven hangen. Maar al rap wordt er weer aan mij getrokken om zaken op te pakken en in de versnelling te gaan. Hoewel ik werken leuk vind had ik deze keer toch sterk de behoefte de buitenwereld buiten te laten. Er heerst zoveel chaos overal. Aan de randen van Europa lopen de schulden op. Landen dreigen failliet te gaan als we niet ingrijpen. Europees topberaad moest er aan te pas komen om de zaken weer enigszins op de rails te zetten.

De kranten laten bedrijven aan het woord die naar aanleiding van de kwartaalcijfers een winstwaarschuwing afgeven. Ik kan alleen maar concluderen dat de kredietcrisis toch tekenen van een dubbele dip begint te vertonen. Dat al deze berichtgeving bij mensen de stoppen doet doorslaan is ineens niet vreemd. Een paar maanden gelden kwamen mensen in het noorden van Afrika massaal in opstand en gingen de straat op. Nu slaat de vlam in de pan bij een verwarde man in Noorwegen, waar hij een waar bloedbad aanricht.

Op 2 augustus moet de Amerikaanse President Obama met een plan komen om niet aan de haast onafwendbare schuldencrisis ten onder te gaan. Een vriendin van mij is al aan het hamsteren geslagen. Zij denkt dat de VS omvallen en daarmee de hele wereld meesleurt waardoor er straks geen geld meer uit de pinautomaat komt. Zij ziet niet dat de hegemonie van Amerika voorbij is. De overige (opkomende) grootmachten laten dat echt niet gebeuren en vormen de tegenhanger om het niet zover te laten komen. Al snel na thuiskomst hoort de vakantie tot het verleden.

Ons bewustzijn aanspreken
Na al dit soort berichten zou ik heel graag weer terug willen naar mijn vakantieadres in Frankrijk, even de wereld vergeten. Waar ik mij nu sterk over verbaas is het grote aantal mensen dat ik om mij heen zie en hoor die vanuit hun vakantieadres twitteren of e-mails versturen. Ieder met een andere reden. De een wil bijblijven zodat het werk niet in de soep loopt. De ander laat wat van zich horen zodat het dievengilden denkt dat ze gewoon thuis zijn. En de volgende wil
gewoon op de hoogte blijven (van de chaos).

Wat laten we ons toch gek maken! Moeten we dan alles volgen wat er gebeurt? Missen we iets als we er even niet zijn? Geen wonder dat we mindfulness trainingen nodig hebben, we kunnen niet meer loslaten en in het nu leven. Op deze manier is de digitalisering van onze samenleving eerder een vloek dan een zegen. We worden geachte overal en altijd bereikbaar te zijn. Is dat de bedoeling van social media? Ik mag toch hopen van niet.

Verveling leidt tot creativiteit
Mijn kinderen vervelen zich als er geen stroom in de buurt is. “Ga toch lekker buiten spelen, hutten bouwen, in de sloot poeren of er gewoon overheen springen”, roep ik dan.
Bij volwassenen is het al niet anders. Terwijl we allemaal weten dat uit afstand nemen en tot rust komen de meeste creativiteit geboren wordt. We boren daardoor een diepere laag van ons bewustzijn aan. Een absolute voorwaarde om onszelf niet te verliezen en afgesloten te raken van gevoel en emotie. Helaas zijn we vergeten dat we een binnenwereld bezitten, een enorme bron van inspiratie en kracht. We doen onszelf en de wereld tekort als we daar niet van tijd tot tijd naar luisteren.

Voor mij is een vakantie pas echt waardevol als ik alles los kan laten. Als ik niets hoef, een paar boeken kan lezen, in een andere omgeving ben en bij voorkeur een andere cultuur kan opsnuiven. Daar hoef ik niet eens heel ver voor weg. Als ik de digitale wereld achter mij kan laten om te luisteren naar mijn innerlijke stem, dan kan ik er weer voor lange tijd tegen.

vrijdag 17 juni 2011

Ziek zijn is goed voor onze economie

Ik word altijd zo verdrietig van berichten in de krant die alternatieve geneeswijzen afkraken. Waar is dat toch goed voor? Blijkbaar duldt de reguliere gezondheidszorg geen concurrentie en claimt zij de alleenheerschappij op dit vakgebied. Leven en laten leven, zou ik zeggen. Waar is de reguliere gezondheidszorg toch zo bang voor?

Onder de kop: “Waarom vergoeden we die dure nepmedicijnen toch?”, was het onlangs weer helemaal raak met een artikel in het NRC Handelsblad. Omdat we de zorgkosten, mede door de vergrijzing, flink zien stijgen moeten er voorstellen op tafel komen om de kosten in de hand te houden. Omdat de geldpot kleiner wordt moet de alternatieve zorg worden ingeperkt, vond de huisarts in het artikel. Blijkbaar voelt hij zich bedreigd. Als een patiënt dit zou schrijven zou ik mij pas echt zorgen gaan maken.

Het artikel suggereert dat mensen die zich bezig houden met alternatieve zorg alleen maar uit zijn op snel rijk worden. Men neme een neppil en brengen dat voor veel geld op de markt, liefst gefinancierd door de ziektekostenverzekeraar. Als ik naar de rekeningen kijk die in de reguliere zorg gepresenteerd worden en deze vergelijk met de alternatieve zorg dan kan ik alleen het omgekeerde concluderen. Maar dat zal wel mijn beeldvorming zijn. Tenslotte moeten de grote ziekenhuizen ergens mee gefinancierd worden.

Wat de boer niet kent….
Waarom kunnen we niet gewoon accepteren dat er meer is tussen hemel en aarde? Hoe vaak is niet de werking van placebo’s wetenschappelijk bewezen? Zit dat tussen de oren? Ja, dat zit tussen de oren en juist omdat de menselijke geest sterker is dan we vaak willen inzien. Gelukkige en actieve mensen zijn gezonder en leven vaak ook langer. Daar hebben ze geen pilletje voor nodig.

Natuurlijk zit altijd wel ergens kaf tussen het koren, zowel in de reguliere als in de alternatieve zorg. Maar dat betekent toch niet dat alle alternatieve zorg per definitie niet deugt. Ook behandelwijzen in de reguliere zorg werkt bij de ene patiënt wel en bij de ander niet. Net zo als het ene medicijn wel werkt wel en het andere niet. Dat ligt toch niet aan het medicijn of de behandeling? Dat ligt aan het feit dat ieder mens anders is.

En wat is trouwens alternatief? Vroeger was er alleen sprake van natuurgeneeswijze. We leefden dicht bij de natuur en mensen vonden verlichting voor hun kwalen in kruiden uit de natuur. Tot de wetenschap zich aandiende, de farmaceutica haar intrede deed en men met chemicaliën aan de slag ging. Toen is de natuurgeneeswijze als ‘alternatief’ bestempeld of soms nog erger afgedaan als ‘kwakzalverij’. En de nieuwe inzichten werden ‘regulier’.

De depressie-epidemie
Sinds een aantal gedegen studies van onder andere Trudy Dehue zijn we de rol
van de farmaceutische industrie ook in een ander licht gaan bezien. We zijn nooit eerder zo rijk en welvarend geweest, maar toch zijn er nooit eerder zoveel anti-depressiva gebruikt. Dehue stelt deze enorme toename kritisch aan de orde in haar boek “De depressie-epidemie”. Zijn we niet doorgeslagen in het gebruik van medicijnen uit de reguliere gezondheidszorg? Is aandacht voor de mens niet hetgeen we in tekort geschoten zijn?

Water als informatiedrager
Anderhalf jaar geleden was ik op een congres waar Masaru Emoto een lezing verzorgde. Deze wetenschapper uit Japan (steevast als pseudowetenschappen aangeduid) onderzoekt water in relatie tot de omgeving. Hij heeft prachtige foto’s gemaakt van waterkristallen. Het bijzondere van zijn foto’s is dat hij heeft weten vast te leggen dat schoon water met schitterende kristalvorming gepaard gaat, terwijl de structuur van vervuild water ongedefinieerd (amorf en chaotisch) van vorm is. Hij toont daarmee aan dat invloeden van buitenaf gevolgen heeft voor de moleculestructuur van het water. Hij ging nog een stapje verder door aan water ‘liefde’ en ‘aandacht’ toe te voegen, met prachtige kristalvormen als resultaat.

Emoto heeft bewezen dat water informatie kan bevatten. De mens bestaat voor 70% uit water, dus is de wetenschap van Emoto daarmee uiterst interessant voor de mens. De homeopathie wordt nogal eens verweten dat ze met zeer verdunde oplossingen werkt. Maar als we aannemen, wat Emoto aantoont en wat placebo’s ons al hebben laten zien, dat de homeopathie meer effect heeft dan we wetenschappelijk kunnen bewijzen? Is dat dan niet voldoende? Het gaat toch om het welzijn van de mens!

Ziek zijn is handel
De keuze om bepaalde medicijnen al dan niet in het vergoedingenstelsel van de zorgverzekeraars te laten opnemen wordt vooral gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Wat als nu veel patiënten baadt hebben bij alternatieve zorg en homeopathische geneesmiddelen? Waarom zouden we die niet vergoeden. Laten we stoppen met onnodige medicatie en vaak dure medische ingrepen. De reguliere zorg is ook niet altijd zaligmakend. Voor alle medische fouten die jaarlijks in Nederlandse ziekenhuizen gemaakt worden hebben we een compleet ziekenhuis nodig om die mensen in op te vangen en weer gezond te maken.

De wereld zit raar in elkaar. Geld en economie domineert. Zolang mensen zich niet goed voelen en zorg nodig hebben stijgen de uitgaven en dus het Bruto Binnenlands Product (BBP). En algemeen is bepaald dat de stijging van het BBP, oftewel de stijging van de economische bedrijvigheid, goed is. Want een opgaande en stijgende economie is gunstig, wordt ons voortdurend door economen voorgehouden. Hoezo gunstig? De hieruit af te leiden conclusie is: naarmate er meer mensen ziek zijn is dat beter voor onze economie.

Met de huidige discussie over alle bezuinigingen in de zorg in volle gang, maak ik mij ernstig zorgen. Wat wij en vooral de politiek nodig hebben is kennis van ons eigen ziektebeeld. Als we daar nu eens mee beginnen dan kunnen we pas echt goede toekomstbestendige keuzes maken.

vrijdag 10 juni 2011

Hoop voor de toekomst

Afgelopen dinsdag was ik op uitnodiging van de Rabobank bij een diner van de groep HopeXXL. Een bevlogen groep jongeren die samen discussiëren over maatschappelijke vraagstukken en problemen. Ik was verrast over de bevlogenheid en het idealisme van deze groep jonge mensen die heel begaan zijn met wat er gaande is in de wereld.

Vanwege mijn betrokkenheid bij de het project Fairtrade Gemeente Culemborg was ik samen met andere ondernemers uit de regio uitgenodigd voor een biologisch diner met de regionale groep van HopeXXL. Het thema Duurzaamheid en Economie stond tijdens dit diner centraal. Het doel van de avond was het delen en uitwisselen van de visie van de jongeren met de lokale ondernemers. Het geheel leverde boeiende gesprekken en interessante discussies op.

Ontstaan van HopeXXL
De groep is opgezet vanuit de gedachte dat Nederland nooit helemaal klaar is. Hoewel we het in ons land sinds de industriële revolutie steeds beter hebben gekregen zijn er altijd zaken die beter kunnen. Door de groei van de wereldbevolking neemt de druk op onze natuur toe. Dat heeft gevolgen voor alle levende wezens op aarde, hetgeen tot wereldwijde spanningen leidt. Om het niet uit de hand te laten lopen zal er actie ondernomen moeten worden.

Een groep van 10 jongeren uit de omgeving van de Liemers in Oost-Gelderland zijn in 2008 gestart met het opstellen van een lijst – de Liemers List – met 100 stellingen voor een betere en eerlijkere wereld. Onderwerpen op de lijst variëren van economie, ontwikkelingssamenwerking, duurzaamheid tot oorlog & vrede. De stellingen zijn vervolgens besproken met prominente Nederlanders. Het resultaat – een lijst met 100 aanbevelingen die de wereld kunnen veranderen – is begin 2010 landelijk gepresenteerd.

Landelijke uitdaging – lokale zichtbaarheid
In heel Nederland zijn inmiddels diverse groepen jongeren tussen 18 en 25 jaar regionaal met de aanbevelingen aan de slag gegaan. Zij komen maandelijks bijeen om te discussiëren over thema’s uit de lijst en maken deze bespreekbaar met burgers en ondernemers uit hun regio. HopeXXL is onderweg een succes te worden en uit te groeien tot een landelijke beweging.

Tijdens het diner presenteerden de jongeren een aantal thema’s en de resultaten van hun eigen bijdragen aan het project. Het geheel werd gevolgd door een discussie met de genodigden. Vanwege de achtergrond van de ondernemers en de studierichting van de betreffende jongeren ontstonden uiteenlopende discussies. Zoals de rol die het onderwijs zal gaan innemen in de toekomst. Welke vormen van alternatieve energie zijn realiseerbaar? De vraag in welke mate de welvaart terug zal lopen in de westerse samenleving en hoe we ons daar op in kunnen stellen.

Bijdrage aan de VN



Het uiteindelijke doel van HopeXXL is de presentatie van de Liemers List aan de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. De aanbevelingen dienen als bijdrage aan een slagvaardiger Verenigde Naties die daarmee in staat zal zijn om in 2050 aan negen miljard mensen een menswaardig bestaan te garanderen.


Mijn conclusie van HopeXXL: Zelf buig ik mij al jaren over de thema’s waar de jongeren van HopeXXL mee bezig zijn. Ik ben blij dat er een nieuwe jonge generatie klaar staat die de problematiek waar we voor staan inziet en de noodzakelijke actie onderneemt om er iets aan te doen! Mijn motto: “verander de wereld en begin bij jezelf” wordt door hun opgepakt en uitgedragen. Na een heerlijk maar bovenal gezonde maaltijd met een uitermate prettig en inspirerend gezelschap ging ik als een heel tevreden mens op weg naar huis met het gevoel: Er is hoop voor de toekomst!

dinsdag 31 mei 2011

Persoonlijk leiderschap werkt


In tijden van crisis waarin mensen hun baan verliezen, er overnames zijn en reorganisaties plaatsvinden is het lastig om positief te blijven over het bedrijf waar je werkt. Daar waar onzekerheid en onvrede op de loer liggen is een kritische noot gauw geplaatst. Durf jij in deze lastige tijd op feestjes nog vol trots over je werk te praten?

Geregeld hoor ik dat mensen de behoefte hebben om trots te zijn op de eigen organisatie. Maar dat ze dat helaas niet zo kunnen ervaren. Dat is ontzettend jammer voor zowel de werknemer als de werkgever. Werken maakt een belangrijk deel uit van het leven dus is het wel handig als dat een beetje prettig is. Daarnaast biedt werk de mogelijkheid aan mensen om zich te ontplooien. Voor de werkgever is het eveneens van belang omdat niet gemotiveerde mensen minder bijdragen aan het resultaat.

Actiebereidheid ontbreekt
Mensen die lekker in hun vel zitten presteren gewoonweg beter. Al een aantal jaren help ik bedrijven om hiervoor open te staan en hun werknemers niet louter als arbeidskracht te beschouwen. Een lastig onderwerp. Een paar jaar geleden kwam ik de term Mentaal Verzuim® tegen van United Sense. Mentaal Verzuim® houdt in dat we niet betrokken zijn bij het werk of de organisatie waardoor taken worden verzuimd en verantwoordelijkheden worden verzaakt. Uit hun onderzoek blijkt dat bij bepaalde bedrijven wel 40% to 60% Mentaal Verzuim® bestaat, ook wel aangeduid met Onbenut Vermogen®. Recente schattingen wijzen op dat dit onbenutte vermogen de samenleving zo’n 30 miljard kost. Daar valt dus nog wel wat winst te behalen.

Uit onderzoek van Berenschot blijkt dat Nederland in de wachtstand staat. Door de kredietcrisis zijn we zo in de stress geschoten dat we verlamd zijn en helaas niet meer tot actie in staat. Dat geldt bijna voor iedere branche. Maar hoe kunnen we deze vicieuze cirkel doorbreken en weer met plezier in actie komen? De eerste stap is erkennen dat we massaal last hebben van dit fenomeen. Want de ontkenning staat de oplossing in de weg. De volgende stap die genomen moet worden is dat we het heft in eigen handen nemen. Want met afwachten komen we nergens.

Aandacht en zelfsturing helpt
Onlangs had ik een gesprek met een medewerker van een grote gemeente. De afdeling staat op de nominatie om opgeheven te worden. Geen leuk vooruitzicht dus. Na wat heen en weer gepraat bleek de medewerker vol ideeën over hoe de afdeling wel een zinvolle bijdrage zou kunnen leveren. “Maar waarom kaart je dat niet aan bij de leidinggevende?” was mijn vraag. “Omdat er toch niet geluisterd wordt, de leidinggevende is alleen bezig met zijn eigen positie.”

Ik heb de persoon geadviseerd zijn lot in eigen hand te nemen in plaats van lijdzaam af te wachten. Dat ik daarmee de spijker op zijn kop had geslagen bleek uit het gesprek wat ik een tijdje later met hem had. Hij had de weg omhoog weer gevonden. Mede doordat hij bij mij een luisterend oor vond. Zelfsturing en eigen zeggenschap zijn belangrijke punten die genoemd worden als het gaat om verbetering van de arbeidsomstandigheden. Geef mensen sturing over hun eigen omstandigheden en het gevoel van verantwoordelijkheid neemt vanzelf toe. Geef daarbij wat persoonlijke aandacht en de medewerker zal een positief signaal afgeven naar zijn omgeving.

Talent benutten
Het lot van de middelmanager is vaak dat ze hun tijd en aandacht moeten verdelen tussen de medewerkers en hun leidinggevende. Voeg daarbij nog de eigen werkzaamheden en de prioriteiten zijn dan gauw gemaakt. Toch zou iedere manager de tevredenheid van de eigen medewerkers als topprioriteit moeten adopteren. Want ontevredenheid op de werkvloer leidt tot onbenut vermogen en straalt vroeg of laat af op de manager zelf.

Zodra managers vertrouwen neerleggen bij hun medewerkers, hoeven ze op termijn niet meer bang te zijn voor hun eigen positie, omdat het resultaat vanzelf komt. Maar om de controle uit handen te geven is lef nodig. Ricardo Semler (foto), een Braziliaanse ondernemer, weet dat als geen ander. Hij heeft op basis van deze gedachte een bloeiend bedrijf gesticht en kan zich zelf alle vrijheden permitteren die maar denkbaar zijn. Zonder hem draait de zaak gewoon door.

Trots zijn op wat je doet is van groot belang om tegenwicht te bieden aan elk negatief signaal. Uit psychologische onderzoek blijkt dat een negatieve opmerking of referentie langer blijft hangen dan een positieve. Dat gevoel van trots zit in hele kleine dingen maar heeft vooral te maken met (h)erkenning en de mogelijkheid om zelfstandig te kunnen handelen. Dus zodra we het talent van mensen inzien en weten aan te spreken hoeven we geen controle meer uit te oefenen. Pas dan wordt ons leven een stuk gemakkelijker en aangenamer en kunnen we trots zijn op onszelf en op de organisatie.

Boek aanbeveling: Semco-stijl - Ricardo Semler

vrijdag 29 april 2011

Wat heeft het gezin met het werk te maken?

Onlangs was ik bij een lezing van Paul de Blot op Nyenrode. Nog steeds ben ik geraakt door de boodschap die hij uitdroeg. Blijkbaar heb ik iets heel wezenlijks ervaren.

“In ons werk streven we het liefst naar een gevoel van thuis zijn” verklaarde de Blot. “Wij willen erbij horen, gewaardeerd worden, in harmonie samen zijn, gezamenlijk problemen oplossen en zaken realiseren zodat ons voortbestaan gewaarborgd is. Kortom wij zijn op zoek naar een familieband.” Bij mij sloeg die opmerking in als een bom. Jarenlang heb ik mij in zeer vijandige macho-omgeving staande weten te houden. ’s Morgens zette ik een knopje om en deed mijn ding en ’s avonds ging het knopje weer andersom en was ik een ander. Werk en privé waren strikt gescheiden. Zo heb ik jarenlang kunnen overleven. Maar erg gelukkig heb ik mij in die periode nooit gevoeld.

Actief blijven houdt gezond
Professor Dr. Paul de Chauvigny de Blot SJ is sinds 2006 hoogleraar Business Spiritualiteit aan de Business Universiteit Nyenrode. Hij is zoals hij zelf zegt op zoek naar de mystiek van het zakendoen. Al een aantal jaar ben ik geabonneerd op zijn blad: Business Spiritualiteit Magazine, waaruit ik al veel inspiratie heb opgedaan. Dus werd het hoog tijd om hem een keer in levende lijve te horen spreken.

De ontmoeting met de Blot begon al op de parkeerplaats waar ik mijn auto naast die van hem had geparkeerd. Geanimeerd liepen we samen naar het hoofdgebouw. Direct was ik in de ban van de warme en hartelijke uitstraling van deze man op leeftijd. Nee ik hoefde niets voor hem te dragen, hij had alles onder controle, vertelde hij. Zolang hij dat allemaal nog zelf kan regelen blijft hij in het land lezingen geven, dat houdt hem jong. Deze ontmoeting was echt de moeite waard.

De eerste boodschap, die Paul de Blot ook daadwerkelijk zelf ter hand neemt, is als je actief blijft en je geest blijft oefenen en een goede balans weet te vinden tussen werk en privé dan kan je tot op hoge leeftijd in goede gezondheid aan de samenleving meedoen. Kijk naar de mensen in de bejaardentehuizen, zij oefenen niet meer, gaan roesten en worden kasplantjes. Hij kan het weten want zelf is hij al 86 jaar!

Keerpunt en ellende
Dat knopje omzetten heb ik heel lang kunnen doen. Tot het moment dat ik mijn eigen gezin had, toen begon er iets te wringen. Ineens paste de gevoelens niet meer en ging ik in mijn werk op zoek naar de geborgenheid en veiligheid van thuis. Maar die was ver te zoeken. Dus ben ik ermee aan de slag gegaan. Ik ging het gesprek aan, stelde de onbalans aan de orde. Ineens werden mensen om mij heen mensen in plaats van arbeidskrachten en collega’s. Er ontstonden gesprekken met diepgang, aandacht en genegenheid, in plaats van de gebruikelijke afstandelijke houding. En toen begon de ellende pas echt.

Van de manager werd verwacht dat hij afstand hield. Mensen moesten resultaten opleveren, buffelen, werken voor hun geld, overuren maken, doen wat er gezegd werd. Ik herinner mij een keer de opmerking van mijn baas (alleen dat woord “baas” al! Een hond heeft een baas.) dat ik mijn team meer moest controleren en ze strakker houden. Maar ik merkte juist dat het tegenovergestelde werkte. Mijn antwoord naar mijn baas was: “Het is geen kleuterklas, het zijn professionals, zelfstandig denkende volwassenen die prima voor zichzelf kunnen denken”. Daar heb ik bij hem geen punten mee gescoord.

Meer incidenten deden zich voor, zoals de keer dat mijn baas zei dat een van mijn teamleden zich beter moest kleden. Deze man hield van nonchalante kreukpakken en droeg het liefst geen stropdas. Ik moest hem dus vertellen dat het anders moest, maar ik heb geweigerd. Het typeerde het karakter van de man, een creatieveling, goed in zijn vak, ik vond het prima zoals hij erbij liep. Ook dat heeft mij geen pluspunten opgeleverd.

Roulerend voorzitterschap
En dan de keer dat ik in mijn team het roulerend voorzitterschap introduceerde en ik ook eens een keer achterover kon leunen tijdens een vergadering. Ik hoor nog de echo van de snerende opmerking van mijn baas in mijn oor: “Je kan het zelf zeker niet aan, hè? Daarom delegeer je de boel maar.” Allemaal gebaseerd op controle als resultante van angst. Door mijn acties heb ik mijzelf heel geleidelijk buiten spel gezet. Ik zag het aankomen, maar ik kon niet anders.

De tijd was er blijkbaar nog niet rijp voor om de organisatie als een gezin te beschouwen. Zeker niet in de branche waarin ik werkte. En nog zijn veel bedrijfstakken er niet klaar voor. “Een gezin”, propagandeert de Blot, “heeft als grondslag samenleven, zorgen voor elkaar, elkaar helpen en steunen. Het is het kenmerk van duurzaamheid want je wil dat het blijft bestaan. En waarom zouden we die kenmerken niet overnemen in het zakenleven?”

De kanteling begint
Ik zie de laatste jaren gelukkig bij steeds meer bedrijven een kentering ontstaan. Bedrijven met een maatschappelijke verantwoordelijkheid zien de positieve eigenschappen van het gezin en richten steeds vaker hun organisatiemodel daar op in. Onderwerpen als diversiteit, persoonlijk leiderschap, zelfsturing, maatschappelijk verantwoord ondernemen en duurzaamheid passen daar in. Toch is en blijft het een voortdurend leerproces, net zoals dat in het gezin het geval is tussen ouder en kind. Maar dat maakt het juist zo boeiend.

Door het betoog van professor de Blot zijn mijn ogen geopend waarom ik mij jarenlang niet echt gelukkig heb gevoeld in mijn werk. Ik was voortdurend op zoek naar de verbinding tussen werk en privé. Dat heb ik de afgelopen jaren overigens prima weten te realiseren en daarom voel ik mij nu happy in wat ik doe. En voor mij staat vast: ik blijf tot hoge leeftijd actief!