Pagina's

donderdag 25 november 2010

Vergissen is menselijk. Fouten maken ook.

Als kind al werd je gestraft voor het maken van een fout. Terwijl iets goed doen niet of nauwelijks werd beloond. Dus hebben we geleerd om fouten te vermijden. En mocht dat toch gebeuren dan proberen we de fout te verdoezelen. Maar fouten maken is niet per definitie slecht.
Vanaf de industriële revolutie waarbij de mensen naar de fabrieken gingen om te werken zijn we opgevoed met regels wat wel en niet mocht tijdens het werk. Wat en hoe wij iets deden werd nauwkeurig gecontroleerd door de baas. Denk maar aan de lopende band, vaak gebruikt als parodie, waarbij door een fout alles in de soep loopt. Angst regeerde want het maken van fouten kostte tijd en dus geld en werd bestraft.

Toch komen we er steeds meer achter dat fouten maken helemaal niet zo erg is. Van je fouten kan je namelijk leren. Ga maar na: herinnert u zich nog die ene fout die u leven veranderende? Toen wilde u wel door de grond zakken, maar nu is het een opgeslagen ervaring die u nooit had willen missen. Fouten blijven langer bij dan successen. Dat is natuurlijk jammer, maar het zijn juist de fouten die een leerervaring met zich meebrengen. Daarom weten we het nog zo goed. Die hebben meer indruk gemaakt dan de dingen die we goed deden, dat was niet zo spannend.

In hiërarchisch gestructureerde bedrijven worden fouten vaak toegerekend aan mensen. Terwijl in een open mensgerichte cultuur het niet zo heel erg is om fouten te maken, want daar heerst de overtuiging dat fouten maken loont. Hoeveel ondernemers zijn er niet die ooit failliet zijn gegaan, maar geleerd hebben van hun fouten waardoor ze nu wel succesvol zijn? Meer dan je denkt.

In bepaalde branches is het blijven functioneren van het primaire proces van levensbelang. Hierbij dient het maken van fouten tot een absoluut minimum te worden beperkt. Hiervoor worden vaak veelomvattende en uitputtende maatregelen genomen met beschikbaarheidgaranties van 99,9%. Dat deze processen veelal ondersteund worden door ICT-systemen zal niemand verbazen.

Soms hebben fouten grote gevolgen
Als het primaire proces van Schiphol een dag plat ligt dan kost dat miljoenen. Vandaar dat ICT daar een cruciale en prominente rol vervult. Dat ICT niet altijd afdoende werkt is afgelopen vrijdag gebleken bij de storing bij ProRail. Er ontstond brand in de ruimte waar het primaire proces draaide waardoor op last van de brandweer de stroom werd afgesloten. Gevolg: duizenden gestrande reizigers, omdat geen trein meer kon rijden. Niet echt een unieke situatie, want hoe vaak is het in de afgelopen jaren al niet fout gegaan?

De vraag die direct bij mij opkwam toen ik het nieuws hoorde was: ‘Waarom waren er geen back-upvoorzieningen?’ In al de jaren dat ik bedrijven adviseer over ICT heb ik daar altijd op gehamerd. Goede uitwijk- en back-upvoorzieningen voor het primaire proces is cruciaal. In oktober is er een geheel nieuwe controlecentrum voor het spoor in gebruik genomen, wat blijkbaar niet naar tevredenheid functioneert. Heel nieuwsgierig ben ik naar waar de Zwarte Piet komt te liggen en hoeveel koppen er gaan rollen. Er wordt zelfs al gesproken over vervangen van de directie en de Raad van Commissarissen. In ieder geval zal een batterij aan deskundigen zich over de schuldvraag gaan buigen. Terwijl het wellicht beter is om deskundigen over de oplossing van het probleem te laten nadenken.

Wie is de schuldige? Wie heeft de fout gemaakt? Wie moet er gestraft worden? Die vraag hangt altijd als een Zwaard van Damocles boven de hoofden van de mensen. Het is de cultuur waarin we leven. Op school worden alleen de fouten zichtbaar, dik onderstreept met rood. Terwijl we juist zouden moeten benadrukken hoeveel er wel goed gaat. Maar als de fouten niet zichtbaar gemaakt worden kunnen we er ook weer niets van leren. Toch vraag ik mij geregeld af of het niet anders kan?

Fouten maken is cultuurbepalend
In een feminiene cultuur speelt controle geen rol maar de kracht van het individu. In zo’n cultuur is het (binnen zekere grenzen) geoorloofd om fouten te maken. Als er zich dan toch een calamiteit voordoet hoeft niemand zijn kop in het zand te steken, omdat de oorzaak en de aanleiding bespreekbaar zijn. Niemand hoeft hier bang te zijn en in de paniek te schieten voor de schuldvraag, want het gaat hierbij om een gedeelde verantwoordelijkheid. Hier zijn vooraf alle denkbare scenario’s en risico’s ingeschat en doorgesproken. De genomen beslissingen worden gedragen en gedeeld in de organisatie.

Ik ben er ook van overtuigd dat in een organisaties waar openheid en transparantie de boventoon voert veel zorgvuldiger met risico’s wordt omgesprongen. In culturen gebaseerd op macht en waar wordt afgerekend op individuele prestaties is dit ondenkbaar. Dit zijn de culturen waar de angst regeert en de schuldvraag wordt ontweken. Waar mensen letterlijk ziek worden van mogelijke gevolgen van hun handelen.

Het begint allemaal bij de opvoeding
Veel van ons gedrag ligt opgesloten in onze opvoeding. Hoe vaak laten wij onze kinderen merken dat iets niet goed gaat? Is dat niet vaker dan dat we laten merken hoe goed ze het doen en hoeveel we van ze houden? Jammer toch! Veel kinderen hebben last van faalangst. En hoeveel mensen zijn er niet die hun leven lang wanhopig naar de goedkeuring van hun ouders zijn blijven streven? Het gevoel van ‘Je bent niet goed genoeg’ haalt dingen naar boven en een gedrevenheid die dodelijk zijn. Waaraan mensen kapot gaan. Als de drijfveer op verkeerde gronden is gebaseerd heeft dat nooit de juiste positieve gevolgen. Daar kom je pas achter als het te laat is.

Deze wetenschap leert ons dat we zaken ánders kunnen en moeten doen. Laat kinderen lekker aanmodderen en zaken zelf uitzoeken, want alleen daar leren ze wat van. Laat ze fouten maken en onderuit gaan, maar maak het wel bespreekbaar, want juist daar steken ze wat van op. Laten we de bedrijven inrichten waar openheid voorop staat en fouten maken geen doodzonde is, daar wordt de organisatie succesvoller van. Laat mensen weten dat ze uniek zijn en krachtig, daar worden we allemaal beter van.

vrijdag 19 november 2010

Imago van werk

In onze samenleving wordt veel waarde gehecht aan een baan en de status die het met zich meebrengt. Mensen hébben geen baan, maar zíjn hun baan. Met alle gevolgen van dien, want O wee als we onze baan kwijtraken, dan zijn we de crisis nabij.
Dat het hebben van een baan belangrijk is blijkt vooral bij onze eerste kennismaking met mensen. Want het eerste wat meestal gevraagd wordt is: wat doe je voor werk? Met het antwoord dat iemand vervolgens geeft plaatsen we hem of haar in een hokje. Het hebben van werk geeft ons niet alleen inkomsten om in de basisbehoefte te voorzien, maar geeft ons ook aanzien, status en identiteit.

In het huidige bedrijfsklimaat is het wel duidelijk aan het worden dat lifetime employment niet meer bestaat. Waar vroeger onze opa’s nog onderscheiden werden voor 40 jaar trouwe dienst bij dezelfde werkgever geldt nu eerder het omgekeerde. Je levenlang bij dezelfde werkgever is meer uitzondering dan regel geworden. Net als in ons consumptiepatroon zoeken we voortdurend afleiding en uitdaging. Uit onderzoek, o.a. het jaarlijks onderzoek van Manpower, blijkt dat deze trend zich voortzet. Waar baanzekerheid vroeger doorslaggevend was wordt nu persoonlijke ontwikkeling hoger gewaardeerd.

De onderzoeken wijzen uit dat de nieuwe werknemer (M/V) op zoek is naar niet-materiële waarden en naar meer zingeving in het werk en dat uitdaging belangrijker is dan de geldelijke beloning. Dit betekent niet dat geld niet belangrijk is maar men gaat er gewoon vanuit dat er voldoende geld verdiend kan worden om een leuk leven te leiden. Het is simpelweg geen issue.

We kunnen hiermee concluderen dat het imago van werk aan het veranderen is en die ontwikkeling juich ik van harte toe. Dit is namelijk de eerste stap naar de echte elementen van het nieuwe werken. Het nieuwe werken wordt vooral geassocieerd met nieuwe technologie, social media, gebruik van internet en mobiel werken. Maar nog veel belangrijker dan de technologische mogelijkheden wordt het nieuwe werken bepaald door de zachtere menselijke aspecten, de sociale innovatie.

Sociale innovatie heeft betrekking op creativiteitontwikkeling, flexibiliteit, zelfstandigheid, mogelijkheden van zelfsturing, samenwerken, kwaliteit en vakmanschap. De puur menselijke kanten van het werk. Een prettige sfeer en een collegiale cultuur en ruimte voor wie je bent werd door jongeren in de onderzoeken als belangrijk aangemerkt. Het is algemeen bekend dat mensen die lekker in hun vel zitten beter presteren.

Toch blijft het imago van het soort werk dat je doet of de bedrijfstak waarin je werkt belangrijk. Dat merkte ik onlangs weer in gesprekken met een groep jongeren in de bijstand, veelal van allochtone afkomst. Het bleek dat ze liever op kantoor werken dan in een ambachtelijk beroep. Met een pak aan naar je werk heeft meer status dan werken in een overall! Daar ligt nog een belangrijke taak voor het leiderschap van werkgevers, opvoeders, het onderwijs maar zeker ook voor de media.

We staan de komende jaren voor een enorme uitdaging. Binnen een paar jaar dreigt een nijpend tekort aan goede vakmensen, of dit nu in de industrie, het onderwijs of in de gezondheidszorg is. Het is daarom zaak om het imago van dergelijke bedrijfstakken en bepaalde beroepen op te krikken. Hierbij moeten we onderzoeken hoe de elementen van sociale innovatie het werk ten goede komen en het imago van deze bedrijfstakken kunnen versterken. Zodat ook hier weer met plezier en vol trots gewerkt kan worden.

Ik heb het inmiddels afgeleerd om als eerste te vragen wat iemand voor werk doet. Wie die persoon is vind ik veel boeiender en interessanter. Ik vertel ook veel liever over mijn passie dan over mijn werk. Dat daar een zekere overlap in zit mag niet vreemd zijn, maar dat is het voor veel mensen wel. Wat je privé doet doe je voor je plezier en wat je in je werk doet is voor de status of voor het geld om te kunnen leven of je gezin te onderhouden. Zodra we deze gedachten van ons af weten te schudden zal het imago van werk veranderen.

maandag 15 november 2010

Economie van de krimp

Dit weekend kwam ik een paar artikelen tegen over krimp van de economie. Ik dacht gelijk hè hè eindelijk durven we er voor uit te komen dat we aan de vooravond staan van een krimpende economie. Kunnen we passende maatregelen gaan nemen. Helaas was dat niet de strekking van de artikelen.

 

De artikelen hadden een louter economische invalshoek, met als conclusie dat we zo snel mogelijk weer op groei aan moeten koersen. “Krimp bbp schokt Nederland” kopte de NRC. Nou zo schokkend was het artikel nu ook weer niet, want de inhoud ging over: lichte krimp en eenmalige dip. Maar niets over een structurele ontwikkeling waar we in Nederland de komende jaren mee geconfronteerd gaan worden. En niets over te nemen maatregelen alleen maar over groei, groei, groei.

Het zou eindelijk eens tijd worden dat we paal en perk gaan stellen aan de groei van de economie. Bomen groeien tenslotte ook niet tot aan de hemel dus waarom de economie wel? De afgelopen twee jaar zijn we ineens geconfronteerd met een stagnerende en zelfs krimpende economie. Het woord recessie dook op, een woord dat voorheen nagenoeg nooit aan de orde was, laat staan werd uitgesproken. Alleen al het uitspreken van zo’n beladen woord zou tot zelfdestructie kunnen leiden. Dus bleven we lekker geloven in ongebreidelde groei.


Ons economisch systeem is helaas ingericht op groei. We leven op ‘schuldengeld’, een term ontleend aan het boek van Ervin Laszlo – Je kunt de wereld veranderen. Dat betekent dat we rente op investeringen alleen kunnen terugbetalen als er groei tegenover staat. Willen we dit systeem veranderen zullen we op een totaal andere basis aan de middelen moeten gaan komen.

We realiseren ons nog steeds niet dat we aan de vooravond staan van een fenomeen dat we nog niet kennen: een krimpende samenleving. De krimp zit niet zo zeer in de economie, maar betreft vooral de Nederlandse bevolking. De gevolgen zullen we binnen een aantal jaar al gaan merken, omdat de naoorlogse babyboomgeneratie op het punt staat het bedrijfsleven te verlaten. Door de wijze waarop ons pensioenstelsel is ingericht gaan we een moeilijke tijd tegemoet waardoor onze welvaart structureel onder druk zal komen te staan. Ons pensioenstelsel wordt namelijk gefinancierd door de werkende beroepsbevolking en als die krimpt en er meer mensen (ouderen) onderhouden moeten worden dan loopt dat ergens spaak.

Er zijn niet alleen grenzen aan de economie en de bevolkingsgroei maar ook aan het exploiteren van onze planeet. Al Gore heeft de problematiek als trend wereldwijd onder de aandacht gebracht. Zoals de bomen niet tot in de hemel groeien zo kan de planeet ook niet oneindig ontgonnen worden. Het houdt gewoon simpelweg een keer op. En op is dan ook echt op!


Helaas komt de term krimpende economie niet voor in de vocabulaire van de hedendaagse econoom. Vanaf de recessie in de jaren ’30 van de vorige eeuw is economische groei als ideologie de grote drijfveer achter ons economisch bestel geworden. De grote econoom John Maynard Keynes zei toen al: Gemeen is nuttig, eerlijk niet. Waarmee een economisch systeem is ontstaan waarbij hebzucht de grote drijfveer is geworden. Maar zelfs Keynes gaf toentertijd al aan dat eens het tij zou moeten gaan keren. Alle signalen wijzen erop dat nu dat moment is aangebroken.

Nederland is een van de dichtst bevolkte gebieden ter wereld. Dat heeft gevolgen voor hoe wij met elkaar samenleven. In laboratoria zijn veelvuldig proeven gedaan met veel ratten in een kleine ruimte. Vroeg of laat leidt dat tot stress en agressie. Bij de mens is dat niet anders. Kijk naar fenomenen als zinloos en verbaal geweld en toenemende agressie tegen andere bevolkingsgroepen. Is dat niet een gevolg van de drukte in onze samenleving? Op zeker moment heeft ieder levend wezen behoefte aan rust en ruimte. Waar kunnen we tegenwoordig nog alleen zijn zonder gestoord te worden door burengerucht en geluidshinder? Het wordt tijd dat we ons uit onze verstedelijkte gebieden terug kunnen trekken in de natuur waar ruimte en stilte overheersen.

Als we de ontwikkelingen op een rij zetten is er maar een oplossing: willen we onze welvaart behouden dan moeten we slimmer en innovatiever worden en onze ongebreidelde consumptiedrang beteugelen. Een oplossing is dat we gaan streven naar duurzame groei. En als we ons nu goed voorbereiden dan kunnen we, over een aantal decennia als de bevolking echt gaat afnemen, een duurzame krimp aan.

Ook is het sterk aan te bevelen om in de economische wetenschap aandacht te geven aan krimp naast groeiscenario’s en aan overvloed denken in plaats van denken in schaarste. De economen van de toekomst moeten anders leren denken. Het is geen exacte wetenschap waarbij het verleden maatgevend is voor de toekomst. Er zit een grote mate van emotie en zelfmaakbaarheid in onze samenleving die nog onvoldoende wordt meegenomen in het economievak.

Welvaart hangt niet af van hetgeen we aan materie bezitten maar heeft te maken met de liefde en verbondenheid met andere mensen, met de vrijheid van het individu, een fijn gezin en een gezellige vriendenkring, een prettig huis om in te wonen in een natuurlijke omgeving en een zinvolle bijdrage (arbeid) aan de samenleving. Om gelukkig te zijn en in welvaart te leven hebben we niet per definitie economische groei nodig.

Bron: Ervin Laszlo - Je kunt de wereld veranderen

maandag 8 november 2010

Verschuiving van de macht

Inmiddels zijn we ons allemaal bewust dat de hegemonie van de Verenigde Staten zijn langste tijd gehad heeft. De macht komt steeds meer te liggen bij de opkomende industrieën. De ogen zijn vooral op China gericht, maar is dat wel zo verstandig?

Nog altijd getergd door honger en armoede is het geweldig dat een land als China met de grootste populatie ter wereld (1,3 miljard inwoners) zich de laatst jaren zo positief ontwikkelt. De groei blijft fors en zal naar verwachting dit jaar boven de 10% uitkomen. Maar bij al die triomfgeluiden mogen we niet onze ogen sluiten voor zaken die nog altijd niet goed geregeld zijn.

Wat betreft de misstanden op gebied van mensenrechten in China hoef je veelal niet ver te zoeken. Geregeld maakt de media daar melding van en een zoekopdracht op internet geeft veel hits. Voorbeelden als arbeiders die lange dagen maken onder erbarmelijke omstandigheden, kinderarbeid, onveilige werkplekken waarbij nogal eens sprake is van blijvend letsel, mensen die de gevangenis in draaien omdat ze ageren tegen de Chinese overheid, noem maar op.

Nobelprijs voor de Vrede
De op 8 oktober jongstleden toegekende Nobelprijs voor de Vrede aan de Chinese dissident Liu Xiaobo heeft veel stof doen opwaaien. Vorig jaar werd Liu veroordeeld tot 11 jaar gevangenisstraf voor “aanzetten tot staatsondermijning”. Hij roept al jaren op voor meer vrijheid en democratie en vermindering van de dominante rol van de Communistische Partij. De dag na de toekenning werd de vrouw van Liu onder huisarrest geplaatst, zodat ook zij niet in staat zal zijn de prijs in ontvangst te nemen.

Vrijdag meldde de kranten dat de Chinese overheid landen van de Europese Unie onder druk zet om de uitreiking van de Nobelprijs op 10 december te boycotten. Doen ze dat niet dan zal dt gevolgen hebben. Vergelijkbaar met het signaal dat het afgelopen jaar werd afgegeven voorafgaand aan het bezoek van de Dalai Lama. Onder deze druk zwichtte onze regering door op persoonlijke titel met de Dalai Lama te praten, in plaats van als vertegenwoordiger van de Nederlandse regering.

Economisch evenwicht
Door haar enorme groei heeft China een handelsbalansoverschot. Ooit heeft de Engelse econoom John Maynard Keynes aangegeven dat voor een gezond economisch evenwicht in de wereld de handelsbalanstekorten cq –overschotten binnen de min en plus 4% moeten liggen. China ligt daar momenteel net boven en als ze zo doorgaan zal dat ruim naar boven oplopen.

Vorig jaar heeft het Westen al aangedrongen op beperking van de groei, ook in verband met de hoeveelheid CO2 uitstoot, maar de enige reactie van China was dat ze ook recht heeft op welvaart. De vraag is of China zich wel realiseert welke invloed de machtige positie, die ze innemen in het monetaire systeem, inhoudt?

Monopoliepositie
De laatste maanden gaat China nog een stapje verder. Het land is rijk aan zeer zeldzame grondstoffen die belangrijk zijn voor mobiele telefonie, de ICT en accu’s voor hybride auto’s. Eerder dit jaar kondigde China aan dat zij de uitvoer van bepaalde aardmetalen gaat beperken. Na een recent incident met Japan legde China de uitvoer aan Japan volledig stil. Wat als wij nu geen gehoor geven aan de oproep om de Nobelprijsceremonie te boycotten?

Allemaal krachtig taal van een land dat op de economische ranglijst inmiddels na de Verenigde Staten de tweede plaats inneemt. Het lijkt er veel op dat China haar monopolistische positie uitbuit. Echter de nieuwe machtspositie van China neemt ook verantwoordelijkheid met zich mee. Zorgvuldigheid is hierbij geboden gezien de wereldwijde belangen.

Beperken afhankelijkheid
Natuurlijk moeten we blijven streven naar intensieve samenwerking met China, maar het is zeker niet onverstandig om ons heen te blijven kijken naar alternatieve mogelijkheden.
Ik denk dan vooral aan een land als Brazilië. Een land met een enorme potentie met als bijkomstigheid een cultuur die veel beter bij het Westen past dan de Chinese cultuur. Zeker nu het land een nieuwe fase ingaat na de verkiezing van Dilma Rousseff als eerste vrouwelijke president. Ook een land rijk aan olie en grondstoffen. Laten we vooral kritisch blijven en niet in de valkuil trappen en onszelf afhankelijk maken van één machtige speler.