Pagina's

maandag 27 juni 2016

De toekomst van Europa

Wat zijn de gedeelde waarden van Europa? Wat bindt ons en wat maakt ons uniek? Belangrijke vragen die op internationaal niveau regelmatig bediscussieerd moeten worden willen we de eenheid in Europa bewaren.

De jongeren van Europa
De uittreding van de Britten uit de EU (Brexit) doet de gemoederen hoog oplopen. Alsof we als EU al niet genoeg uitdagingen op ons bord hebben liggen. Nog nauwelijks bekomen van de crisis ziet Europa zich geconfronteerd met een toestroom aan vluchtelingen uit de door IS geterroriseerde gebieden en uit Noord-Afrika.

Het is van groot belang dat Europa het hoofd koel houdt en de ratio en de emotie weet te balanceren. Wat de consequenties zijn voor Brexit is nog niet te overzien. De beurzen reageerden heftig, maar als de emoties weer onder controle zijn veren de beurzen wel weer terug. De enorme toestroom aan migranten wordt als voornaamste reden voor de uittreding genoemd. Ook emotie? We gaan het zien in de onderhandelingen die de komende maanden gaan plaatsvinden.

Gedeelde waarden
De toekomst van Europa was een belangrijk onderwerp tijdens het halfjaarlijks congres van de Europese Groenen (EGP), dat in Utrecht plaatsvond van 20-22 mei 2016. In een plenair openingsdebat discussieerden Flavia Kleiner van Operation Libero uit Zwitserland, Charles Grant (UK) van het Centre for European Reform, Yves Bertoncini van Jacques Delors Institute uit Frankrijk en Daniela Schwarzer, researcher voor the German Marshall Fund of the US, over de vraag : “What holds Europe together”.

Nooit eerder sinds de oprichting van Europa staat het project EU door de vluchtelingenstroom zo sterk onder druk. Vooral het gevoel van vrijheid en veiligheid dat het Verdrag van Schengen ons altijd geboden heeft, laat te wensen over. Wil je mensen uit andere culturen een toevluchtsoord bieden dan is het belangrijk om te weten wie je zelf bent. In een verdeeld Europa zijn we het zicht kwijtgeraakt op wie we zijn en wat onze gedeelde waarden zijn. Dan is het lastig om het hoofd koel te houden bij de komst van zoveel ontheemden. Chaos ligt op de loer en toont de zwakke plekken van de EU. Brexit maakt het er niet makkelijker op.

Verbonden in diversiteit
Tijdens het debat werd de vraag gesteld of het Federalisme een antwoord is voor de EU? Federalisme zou mensen eerder verdelen dan verbinden en is ondemocratisch, betoogt de Engelsman Grant. Hij pleit voor innovatie en entrepreneurschap en meer onderlinge samenwerking zodat de nieuwe “Microsoft” uit Europa kan komen. Onze diversiteit maakt ons uniek.

De EU mag ook meer transparant zijn, dan zal het aan vertrouwen winnen. Kijk naar de ophef die het Transatlantic Trade & Investment Partnership - TTIP - oproept. Hierdoor wordt de kloof tussen de elite en het volk en de multinationals en de ‘gewone man’ alleen maar groter. De voordelen van de EU gaan vaak over handel en geld verdienen. Maar wat wordt het volk er beter van als banen verdwijnen en het klimaat wordt aangetast?

In actie komen
Een belangrijke bijdrage in de discussie werd geleverd door de nog jong Flavia Kleiner. Zij werd bekend omdat ze opstond tegen het populisme in haar land. Zij verweet de gevestigde partijen laksheid en weinig actiebereidheid tegen het toenemend populisme. Jongeren keren zich daardoor af van de politiek. “Een slechte zaak”, volgens haar. Wat de EU bij elkaar kan houden zijn onze gezamenlijke liberale en democratische waarden. Formuleer een visie die vooral jongeren aanspreekt en zoek naar gedeelde waarden, zoals het zich thuis voelen, behoefte aan warmte en het gevoel van optimisme dat jongeren eigen is. En voor politici geldt: “Geef het goede voorbeeld!”

Kleiner roept jongeren op om tot actie over te gaan en niet lijdzaam af te wachten. Met het verwijt dat de oudere generatie hun toekomst heeft verkwanseld reageren de Engelse jongeren boos op de uitslag van het Brexit-referendum. Een teken aan de wand. Misschien kunnen we uit die hoek nog wat actie verwachten? Tenslotte heeft de jeugd te toekomst.

donderdag 31 maart 2016

Bang voor een plofkip

Op internet circuleren allerlei berichten over waarom we ‘nee’ moeten zeggen tegen het associatieverdrag met de Oekraïne. Als belangrijkste argument voeren de tegenstemmers aan dat we overspoeld zullen worden door plofkippen. Maar is dit niet wat eenzijdig?

Geweldig dat we nu eindelijk de mogelijkheid hebben ons als burger uit te spreken over zaken die ons aan het hart gaan en waar we zelf wat over te zeggen willen hebben, in plaats van via de door ons gekozen volksvertegenwoordigers. Maar of het associatieverdrag met Oekraïne nu wel zo handig gekozen is om een referendum over te houden betwijfel ik. Het gaat hier namelijk om een kwestie waarbij alle 28 lidstaten van de Europese Unie hun zegje kunnen doen en dan telt wat de Nederlandse burger er van vindt toch minder zwaar dan wanneer het een binnenlandse kwestie zou zijn geweest.

Verdeeldheid
De verdeeldheid is groot als het gaat om de keuze ‘voor’ of ‘tegen’ het associatieverdrag. Vooral het ‘nee-kamp’ maakt behoorlijk tamtam. Tenslotte zijn zij het ook die het referendum hebben ingezet om hun mening te geven. Terwijl de voorstanders vooral te vinden zijn onder de grotere politieke partijen die denken dat ze de winst al op zak hebben. Met een meerderheid in de Tweede Kamer beslissen zij tenslotte of het associatieverdrag geratificeerd wordt of niet. Wat er uit het referendum komt kan alsnog worden genegeerd.

Ook in mijn eigen partij De Groenen zijn de meningen verdeeld. De laatste dagen wordt ook aan mij gevraagd hoe ik er over denk vandaar dat ik er maar een blogje aan wijd. Ik breng nog even in de herinnering dat het Oekraïense volk in 2004 massaal de straat op is gegaan voor vrijheid en democratie en een pro-Europese koers. Tijdens de Oranjerevolutie hebben burgers op het Maidanplein hun leven gewaagd en gelaten. Dat wil wat zeggen. Ik vind dat daarmee het Oekrainse volk onze steun verdient.

Handelsbelangen en geld
Veelal worden handelsbelangen aangevoerd in het ‘ja-kamp’ als argument om de banden met
Oekraïne aan te halen. Maar juist de plofkip, als uitwas daarvan, is symbool voor het ‘nee-kamp’ geworden. Uiteraard ben ik tegen de plofkip, mijn eigen eitjes komen van onze eigen scharrelkippen en als wij al (kippen)vlees eten dan is het van verantwoorde herkomst. Dit heb je als burger, of beter gezegd als bewuste consument, zelf in de hand. Als je tegen plofkip bent betaal je gewoon iets meer voor diervriendelijk vlees. Moet daarom het associatieverdrag worden tegengehouden? Dit is wel het meest simpele van alle argumenten om te weerleggen.

Maar ook financiële overwegingen worden door de tegenstanders als argument aangevoerd. Door het verdrag kunnen we een stroom aan Oekraïners verwachten die onze arbeidsmarkt opkomt. Dat is voorlopig nog niet aan de orde omdat Oekraïne nog geen lid is van de EU. Dat zijn ook argumenten die al veel eerder zijn gebruikt betreffende eerdere toetreders. Maar hebben we daar nu echt veel last van? Ik vind van niet. Dan opteer ik meer voor de positieve impuls die een handelsverdrag tot gevolg heeft, hoewel daar de nodige terughoudendheid betracht kan worden als het gaat om schaalvergroting en al teveel vervoersbewegingen.

Hervormingen in ruil voor subsidie
Door het ‘nee-kamp’ wordt ook aangevoerd dat door het verdrag veel subsidie richting de Oekraïne zal gaan. Dat klopt, maar dat is niet vrijblijvend, iedere subsidie wordt door de EU gecontroleerd en geeft de mogelijkheid tot sturing. De samenwerking die het associatieverdrag met zich meebrengt stelt ook eisen. De EU krijgt hiermee meer inzage in de handel en wandel van Oekraïne en daarnaast zal Oekraïne moeten werken aan hervormingen die tot meer democratie en vrijheid zullen leiden.

In het gehele debat is weinig ruimte voor de Oekraïense bevolking om zich over ons referendum uit te spreken. Wat zij ervan vinden hebben we veel te weinig gehoord. Als we met een financiële bijdrage de bedrijvigheid van de burgers kunnen stimuleren en de macht van de oligarchen kunnen terugdringen is dat een geweldig resultaat.

Oekraïne als buffer
Dat de macht en de belangen van Poetin groot zijn wordt duidelijk door zijn betrokkenheid - hoewel ontkend - bij de burgeroorlog die heerst in Oekraïne. Juist daarom is het belangrijk om Oekraïne te helpen zelfstandig te blijven. De kans dat we met een ‘nee’ Poetin in de kaart spelen is groot. Immers Poetin wil niets liever dan de grenzen van de voormalige Sovjet-Unie in ere herstellen om zijn invloed te behouden. Maar met grenzen alleen is hij daar niet mee. Het is voor Europa juist goed om bondgenoten te zijn met mensen met de ‘Russische ziel’ om samenwerking met Rusland te verbeteren.

Wat moeten we nu gaan stemmen? De keuze is aan ieder individu. Inlezen en nadenken over de voor- en tegenargumenten is een eerste stap evenals je niet laten meeslepen in populisme. Ik roep wel iedereen op om te gaan stemmen, met niet stemmen laat je zien geen mening te hebben en gooi je je democratisch recht overboord. Helemaal opmerkelijk is dat GroenLinks zijn kiezers oproept om niet te gaan stemmen zodat de kiesdrempel van 30% niet gehaald zal worden. Als politicus zou ik dat mijn kiezers nooit adviseren. Ten eerste is het maar de vraag of de drempel niet wordt behaald en ten tweede wil je als politicus toch dat iedereen zich uitspreekt over politieke kwesties. Een vreemd advies dus.

Onze waarden
Mijn stem is een ‘ja-stem’ omdat ik geloof in mensen. Die plofkip kan ik makkelijk negeren. De tolerantie en vrijheidsgezindheid van de Nederlander staat steeds meer onder druk, daarvoor wil ik mijn stem laten horen. Dat kan en dat mag niet. Grenzen zijn door mensen gemaakt om anderen tegen te houden of buiten te sluiten. Ik geloof niet zo in grenzen. Wat mij betreft gaan we naar een grenzeloze wereld.

Wij in het Westen hebben als taak onze welvaart te leren delen met mensen die het slechter hebben dan wij. De mensen in ontwikkelingsgebieden daarentegen hebben tot taak zichzelf te ontwikkelen en voor zichzelf te zorgen en niet afhankelijk te zijn van het Westen. Daarbij is hulp geboden en is het een slechte zaak als wij wegkijken. Hier ligt voor de westerse samenleving een belangrijke taak weggelegd. Een handreiking naar een land als Oekraïne is een stap in die richting.



zondag 31 januari 2016

De verbeeldingskracht van sprookjes

We leven in een wereld waar de ratio de boventoon voert en de verbeelding verdwenen is. Maar het leven biedt zoveel meer.


Als kind was ik al dol op sprookjes. Na de sprookjes kwamen de fantasieverhalen, zoals “In de ban van de ring” en “De kronieken van Narnia” gevolgd door de Griekse mythologie. Maar ook verhalen in de toekomst, aangeduid met Sciences Fiction, vond ik razend interessant. Nu achteraf bezien begrijp ik beter waarom mij dat zo boeide. In de rationaliteit waarin wij leven ontbreekt iets wezenlijks waardoor wij afgeraakt zijn van waar het in het leven eigenlijk om draait.

Cijfers en geld zijn de maat
In sprookjes, mythen en sagen wordt een romantische werkelijkheid geschapen waarbij het overwinnen van het kwade en het vinden van de alomtegenwoordige liefde en de verbeeldingskracht de uitkomst zijn. Juist de liefde in de vorm van medemenselijkheid en respect voor elkaar en de verbeelding is in mijn beleving ver te zoeken in ons bestaan en vooral wat het werk betreft. Daar gaat het om de cijfers, het behalen van resultaten, concurreren, elkaar aftroeven en alleen wat je vast kunt pakken is de werkelijkheid. De ratio prevaleert en voert de boventoon ten koste van de emotie.

Neem nu de zorg voor zieken en ouderen, zelfs bij zo’n menselijk aspect spelen alleen de cijfers een belangrijke rol. Het al dan niet opereren van een patiënt wordt afgewogen op basis van cijfers die passen in de voor het ziekenhuis belangrijke statistieken. Of het nu gaat om het aantal minuten zorg dat per patiënt verleend mag worden of de soort medicijnen, alles wordt uitgedrukt in cijfers. Hoe wil jij zelf verzorgd worden als je oud of ziek bent? Dat vragen we ons te weinig af. Het is ook makkelijk beleid maken van achter je bureau, zeker als je zelf nog jong en gezond bent.

Mannelijkheid bewijzen
Als ik benadruk dat liefde, respect en verbeeldingskracht belangrijk zijn dan kijken veel mensen mij meewarig aan. Respect is nog wel iets dat wordt afgedwongen, maar liefde is niet voor het zakenleven, vooral niet als je in de prostitutie werkt. Liefde en verbeeldingskracht is voor het privédomein. Maar zelfs daar wordt mijn roep om meer
Doornroosje (Disney)
liefde en zorg voor elkaar niet serieus genomen. Mijn eigen puberjongens vinden mij een watje als zij mij een traantje zien wegpinken bij een onvervalste zwijmelfilm.

Ook al is de realiteit bij veel romantische films ver te zoeken, het spreekt een deel van je menszijn aan dat te weinig wordt geactiveerd. “Wacht maar tot de liefde jullie overvalt, dan piep je wel anders”, is het enige dat ik mijn pubers kan tegenwerpen. Het is natuurlijk niet stoer om je als jongen in de puberleeftijd met de liefde bezig te houden. Vechten, strijd voeren, je mannelijkheid bewijzen, dat is wat ze nastreven. Niets vreemds voor jonge jongens. Sinds de tijd dat de buffeljacht van jongens een man maakte voorbij is moeten ze toch wat.

Het gevoel ontbreekt
Toch maak ik mij wel eens zorgen want dat het voor puberjongens normaal is om je mannelijkheid ten toon te spreiden, zo onnatuurlijk is het dat we mannelijkheid prefereren boven vrouwelijkheid. Daarmee hebben we ook het subtiele van het voelen en de emotie weggedrukt. Op je gevoel of intuïtie afgaan is iets wat je steeds meer hoort, maar wat zeker nog niet voor iedereen gemeengoed is geworden. Juist sprookjes zijn goed in het verbeelden van de mannelijkheid – de held – en de zucht naar liefde van de mooie prinses. Veel archetypen liggen opgeslagen in de verhalen uit de overlevering, waarmee de niet-rationele elementen van ons menszijn worden opgeroepen.

Laatst zei ik tegen een collega dat ik niet zo’n goed gevoel heb bij een bepaald persoon. Hij keek mij aan en vroeg wat ik daarmee bedoelde. Ik moest toen gaan uitleggen dat ik altijd afga op het gevoel dat iemand bij mij oproept als ik die persoon voor het eerst ontmoet. Een gevoel wat ik vroeger negeerde omdat je het niet beet kon pakken, maar waarnaar ik door de jaren heen steeds meer heb leren luisteren. Nog nooit heeft mijn gevoel mij in de steek gelaten. Mijn collega begreep niet wat ik bedoelde en ik kon het hem niet verder uitleggen. Als ik dit voorbeeld vertel aan een vriendin dan weet zij direct wat ik bedoel.

Cijfers in plaats van verbeelding
Assepoester (Disney)
Ratio en cijfers blijven de boventoon voeren in onze samenleving. De leraren op de basisscholen komen niet meer aan het lesgeven toe vanwege alle leerlingvolgsystemen, toetsen die afgenomen moeten worden en managementrapportages die ingevuld moeten worden. Daarom is er geen tijd meer voor de basisschooljuf of -meester om sprookjes voor te lezen, waardoor de fantasie van het kinderbrein niet langer geprikkeld wordt en aangezet tot het maken van beelden. O, zo belangrijk als wij met creativiteit en innovatie voorop willen lopen in de wereld.

 De technologie is leidend geworden in alles wat we doen, waarbij de mens een steeds meer ondergeschikte rol lijkt te krijgen. Het gevoel en de bezieling zijn steeds meer naar de achtergrond verdreven. Wat niet bewezen kan worden bestaat niet is de gangbare levenshouding. Dat gaat zelfs op voor religie en het bestaan van God, maar ook voor ons innerlijk weten dat de geest leidend is bij alles wat we doen. Het besef dat we gedreven worden door een innerlijke kracht en dat de mens zelfhelend is zijn wij volledig kwijt. We vertrouwen liever een arts dan onze eigen intuïtie.

De zin van het bestaan
Onze voorouders haalden de zin van het leven uit de overlevering van verhalen, mythes en legendes. Zoals indianen rituelen hadden die zingevend waren en de zonen die werden ingewijd door op buffeljacht te gaan. Vraag mijn kinderen wat voor hen de zin van het leven is dan antwoorden ze: “Mijn telefoon en mijn playstation”. Ik kan mij daar boos over maken maar dan had ik ze uit deze wereld mee moeten nemen naar een verafgelegen onbewoonde plek zonder wifi en telefoonverbinding.

Waar ik mij wel druk om kan maken is het verdwijnen van de verbeeldingskracht doordat er steeds verder bezuinigd wordt op kunst en cultuur, omdat wij ons dat niet meer kunnen veroorloven. Wij zien blijkbaar de waarde van de verbeelding niet meer in. Terwijl juist in die kunst- en cultuursector ons verleden schuilt op basis waarvan ons land groot geworden is. Creativiteit en inspiratie komt voort uit de kunst en de cultuur, evenals onze toekomst.

De Romantiek is passé

Schilderij van Gustaf Wappers
We zijn volledig afgedwaald van het wereldbeeld waarbij de romantiek en het gevoel hoogtij vierden. Het tijdperk eind 18e eeuw – 19e eeuw waarin de hoffelijkheid, het Soie de Vivre, de emotie en de verbeelding gewoon waren en waarbij kunst en cultuur net zo belangrijk waren als eten en drinken. Kom daar nu nog eens om. Alle gevoel en menselijkheid worden langzaamaan uit onze samenleving weggevaagd, wat blijft is de ratio. Daar moeten wij ons blijvend tegen verzetten.

Toch is er een sprankje hoop. Successen als Harry Potter laten zien dat er behoefte is aan verbeelding en aan irrationaliteit. Ook met mijn jongens zal het wel goed komen. Mijn man en ik laten zien dat liefde en genegenheid er toe doen. Zodra ook bij hun de liefde om de hoek komt zeilen wordt hun andere hersenhelft in werking gesteld en zullen ze ontdekken dat er meer is dan gamen, werken en de stoere vent uithangen. En zodra die liefde beantwoord wordt zal hun zucht naar mannelijkheid plaatsmaken voor zorgzaamheid. En dat is niet iets wat alleen in sprookjes voorkomt. Sprookjes zijn de verbeelding van het echte leven. Ik weet inmiddels dat sprookjes bestaan en dat liefde alles overwint.

dinsdag 24 november 2015

Verdeeldheid en haat begint al om de hoek


De aanslagen in Parijs op 13 november 2015 hebben veel losgemaakt. Als het doel van de aanhangers van de Islamitische Staat is om angst te zaaien in de wereld dan is ze dat goed gelukt. Het is aan ieder van ons om dat niet te laten gebeuren.

Foto: NRC

De afgelopen week stond de krant bol van de reacties waarbij de angst voor aanslagen de boventoon voert. Die angst wordt vooral afgereageerd op de moslimgemeenschappen. Moslims wordt bespuugd, uitgescholden en zelfs met geweld tegemoet getreden. Wij verwachten van moslims dat ze afstand nemen van het geweld en spreken ze daar openlijk op aan. Onterecht want slechts een handje vol ontspoorde voornamelijk jonge mannen pleegt terreurdaden uit naam van de islam, terwijl velen niet eens religieus zijn.

Uiterlijk telt
In onze westerse seculiere samenleving zijn wij zo gewend dat ons geloof een privéaangelegenheid is en dat je daar niet mee te koop loopt, dat we mensen die dat wel laten zien met argwaan tegemoet treden. Zij vallen op door hun niet-westerse uiterlijk. Zij zijn anders en anders zijn leidt vaak tot uitsluiting. Vooral de jonge moslima’s die hun hoofddoek afdoen ervaren het verschil. Zij merken dat de toorn van felle tegenstanders uitblijft en dat ze ineens wel geaccepteerd worden.

Als je wil dat je erbij hoort moet je bepaalde concessies doen. Wil je niet opvallen en mikpunt worden van bespottingen dan is de eerste stap om je uiterlijk aan te passen aan de meerderheid. Kinderen zijn heel goed in het opgaan in de massa. Zij willen dezelfde kleding en haardracht als hun vrienden, klasgenoten en kinderen in de omgeving, omdat ze erbij willen horen. Mijn jongste zoon is gezegend met een flinke bos krullen. Aan het begin van dit schooljaar moesten zijn krullen er aan geloven. Kort haar is vet dus gingen zijn krullen eraf. Met pijn in mijn hart, want juist dat wat hem zo uniek maakt moest weg.

Intolerantie is overal
Vreemdelingenhaat is overal en van alle tijden en niet specifiek tegen moslims die er anders uitzien. Iedereen die maar even afwijkt van de grote massa kan zomaar onderwerp van spot en hoon worden. Zelf heb ik dat ook ervaren. Als geëmancipeerde dochter uit een streng religieus milieu stuit ik met mijn eigenzinnige ideeën geregeld op weerstand. Dus ik ken het gevoel van uitsluiting maar al te goed. Intolerantie is overal, in het gezin, op de werkvloer en in de gemeenschap.

Betuwse oogst
Onlangs was ik als bewoner van een Betuws dorp bij een bijeenkomst over het aantrekkelijker maken van het dorp en de omgeving. Een initiatief van betrokken bewoners van drie naast elkaar gelegen dorpen en de gemeente. De bijeenkomst werd georganiseerd in de kantine van de plaatselijke voetbalvereniging. Een zeer ongebruikelijke locatie met weinig ruimte en slechte akoestiek, terwijl in ons dorp een groot dorpshuis beschikbaar is.

Dorpen twist
In kleine groepen werden ideeën verzameld en de resultaten plenair gedeeld. Op zich was het niet vreemd dat de bewoners van de verschillende dorpen naar elkaar toe trokken. Maar tijdens het rondje langs de dorpen bekroop mij een gevoel van concurrentiestrijd wat ik niet goed kon plaatsen. Bij thuiskomst deelde ik mijn gevoel met mijn man. Hij begon hard te lachen en door zijn uitleg begreep ik ook direct waarom ons dorpshuis niet als locatie voor de ideeënavond was gekozen.

Al van oudsher zijn de dorpen met elkaar in strijd. Vooral de autochtone jongeren gaan zo nu en dan met elkaar op de vuist. Daarom moest de bijeenkomst plaatsvinden op neutraal terrein: de voetbalclub die de dorpen juist verbindt. Ik woon hier nu al bijna 14 jaar en heb er nooit iets van gemerkt. Ik heb mij nooit anders of ‘import’ gevoeld, vooral niet omdat ik met een ‘lokale’ getrouwd ben. Wel merk ik dat de cultuur waar ik uitkom anders is dan de gesloten cultuur in de Betuwe.

Angst is een slechte raadgever
Ook ik ben wel eens uitgescholden toen ik nog maar kort in het dorp woonde. Bij de plaatselijke supermarkt drong iemand op een onbeschofte manier voor bij de kassa dus liet ik duidelijk merken dat ik daar niet van gediend was. “Wie denk jij wel dat je bent, ga terug waar je vandaan komt” was het antwoord van de voordringende man. Ik was gechoqueerd. Mijn man wilde gelijk weten wie dat was om hem even de les te lezen.

De Betuwenaren zijn erg op zichzelf en vinden het niet fijn om aangesproken te worden op hun gedrag. Soms wil ik dat nog wel eens vergeten. Onze buurman is nog boos op mij omdat ik hem vriendelijk verzocht niet te stoken omdat de wind precies onze kant op stond. Hij praat niet meer tegen mij en zijn vrouw vindt mij een stom mens. Er op een volwassen manier over praten kan niet, helaas.

De oplossing ligt bij onszelf
Ooit had ik een collega van Surinaamse afkomst. Zij was heel donker. Op een dag vroeg ik haar of zij wel eens gediscrimineerd werd. “Nee hoor”, zei ze, “het gaat er om hoe je er mee omgaat en hoe je in het leven staat. Ik voel mij nooit gediscrimineerd.” Haar antwoord was verrassend en zal ik nooit vergeten en is typerend voor hoe we ook om kunnen gaan met andersdenkenden en zelfs met de dreiging van terreur.

We moeten ons niet door angst laten leiden en verdeeldheid zien te voorkomen. Soms kan het helpen je te kleden of te gedragen naar de gebruiken van je omgeving, als het maar niet ten koste gaat van wie je werkelijk bent. We zijn allemaal mensen van vlees en bloed en we willen allemaal gelukkig zijn.


woensdag 11 november 2015

Groene belastingen

Er zijn grote veranderingen nodig om ons economisch systeem bestendig te maken voor de 21e eeuw. Beleidsmakers weten dat maar tot actie is het nog niet gekomen. Terwijl de oplossingen er zijn. 

Groen beleggen is inmiddels niet meer iets waar we onze wenkbrauw over optrekken. Groene belastingen daarentegen wel, want waar gaat dat nu weer over? Op 19 oktober 2015 vond in Utrecht een discussieavond plaats over ‘Groene Belastingen’ georganiseerd door het Platform Duurzame en Solidaire Economie (DSE). Heel veel nieuws heb ik die avond niet gehoord omdat ik al jaren in allerlei gremia met dezelfde onderwerpen bezig ben, waaronder de politiek bij De Groenen. Ik heb er al menig blogje aan gewijd en diverse presentaties over gegeven, maar het was goed dat het weer eens op een rij gezet werd.

Wat opviel aan de deelnemers aan de discussieavond was het grote aantal gepensioneerden. Leeft het alleen onder deze groep? Ik hoop van niet. Maar het gebrek aan belangstelling van jongeren en de bestuurders van vandaag is een teken aan de wand. Ook het platform DSE kan wel wat nieuw jong bloed gebruiken, liet de organisatie weten. Zelf vind ik het tekort aan vrouwen in de discussie alarmerender.

Discussie over waarden
De inleider Frans van der Steen van het platform DSE viel direct met de deur in huis. Bij groene belastingen moeten we denken aan belasting die geheven wordt op hetgeen onze leefomgeving nadelig beïnvloed. Dan kom je al gauw uit bij duurzaamheidsaspecten, maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) en de gevolgen van ons consumptiegedrag, de CO2-uitstoot, klimaatverandering en de aantasting van het milieu en onze aarde.

Groene belastingen zijn niet nieuw, denk maar aan milieuheffingen, maar er is nog een andere vorm: de Belasting op Onttrokken Waarde (BOW). Dat houdt in dat alles wat de grond uitkomt zoals grondstoffen (olie, hout, mineralen, water, etc.) wordt belast, maar daarnaast ook de waardevermindering van ons leefklimaat (lucht-, water- en milieuvervuiling) die het ontginnen met zich meebrengt, alsook het verbruik van vruchtbare aarde. BOW is nog altijd erg lastig toe te passen omdat moeilijk is vast te stellen wat de waardevermindering is en ook omdat er zoveel internationale partijen bij betrokken zijn. Maar onmogelijk is het zeker niet, als we maar willen.

BTW is achterhaald
Als een systeem met BOW goed wordt toegepast dan betekent dat het begin van een circulaire economie. Want alle grondstoffen die de grond al uit zijn kunnen worden hergebruikt en zijn daardoor goedkoper dan hetgeen aan de aarde onttrokken moet worden. BOW is een geheel ander systeem dan het huidige Belasting Toegevoegde Waarde (BTW). BOW handelt over het productiefactor natuur, terwijl de BTW de toegevoegde waarde door de productiefactor arbeid betreft. Vraag iedere willekeurige beleidsmaker op gebied van belasting waar deze het beste geheven kan worden en het antwoord zal zijn: op datgene dat schaars is.

Arbeid is niet langer schaars, immers er zijn zo’n 600.000 werklozen tegen ca. 100.000 vacatures, terwijl wij slechts één planeet aarde bezitten, in tegenstelling tot wat wij verbruiken. Zelfs nu nog wordt arbeid te zwaar belast, terwijl dat niet geldt voor robots – gemaakt van grondstoffen – die het werk overnemen. Een belastingverschuiving van arbeid naar resources is een logische stap. Er is helaas nog een lange weg te gaan om tot vergroening van de belastingen te komen. Zolang Nederland nog een belastingparadijs bij uitstek is waarbij belastingontwijking hoogtij viert, is er nog een hoop werk te verzetten.

Rookgordijnen
In zijn praatje zei Professor Klaas van Egmond dat de vergroening van onze economie vooral gericht is geweest op technologische vernieuwing en nooit op de economische kant. Daarnaast is ons economisch systeem zo complex dat er gemakkelijk rookgordijnen opgeworpen kunnen worden. Al jaren wordt er vanuit de overheid, de politiek en de wetenschap gesproken dat er iets moet veranderen, maar tot daadwerkelijke verandering leidde het nooit. Zelfs de SER heeft niet tot actie kunnen aanzetten. Dat alles terwijl het Ex’Tax project, dat de belastingverschuiving van arbeid naar resources berekende, afkomstig uit de ideeën van Eckart Wintzen, laat zien dat er €30 miljoen aan ombuigingen te realiseren zijn.

Een paneldiscussie met Klaas van Egmond, Paul Metz van DSE, Carla Dik-Faber Tweede Kamerlid van de Christen Unie en Guiseppe van der Helm, directeur van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO), liep qua onderwerp behoorlijk uiteen.

Producten zijn beter te controleren dan mensen
Heel nadrukkelijk werd gesproken over de huidige uiterst complexe handel in emissierechten en dat een systeem van CO2-heffingen betere oplossing biedt. Alle maatschappelijke kosten moeten in toekomstige prijzen worden doorberekend willen we onze planeet leefbaar houden. Verbruiksbelasting waarbij vervuilende producten hoger worden belast is een veel eenvoudiger en eerlijker systeem, met als voordeel dat vervuilende producten zich vanzelf uit de markt prijzen.

Zorgrobot (foto: Telegraaf)

De opmars van de robotisering is niet meer te stuiten en zal in de toekomst nog veel meer arbeid vervangen, ter compensatie van de productiefactor arbeid is de invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen een mooie oplossing. Betrek hierbij de verschuiving van belasting op arbeid naar belasting op grondstoffen en ons systeem wordt een stuk eenvoudiger. Daarbij is het grote voordeel tevens dat producten veel makkelijker te controleren en te belasten zijn dan mensen.

Onze grootste dwaling
TTIP, het vrijhandelsverdrag tussen de VS en de EU waarover momenteel onderhandeld wordt, kwam ook ter sprake. Het algemene beeld in de zaal was dat we dat niet moeten willen. De burger- en arbeidsrechten zijn in de EU beter geregeld, de milieueisen liggen hoger in Europa en daarbij is het ondemocratische ISDS-mechanisme niet wat wij in Europa als wenselijk ervaren.

Maar de allergrootste dwaling van het westers economisch systeem is dat we de geldschepping in handen van private instellingen hebben gegeven. Dat moet worden teruggedraaid wat naar schatting een besparing oplevert van ca. €25-30 miljard. Geldschepping is het recht van de gemeenschap. Dat hier beweging in zit bewijst het burgerinitiatief ‘Ons Geld’ dat het al tot een hoorzitting in de Tweede Kamer heeft weten te brengen.

Integrale benadering
De grote vraag was waarom al deze positieve ideeën nog steeds niet zijn geïmplementeerd? De beleidsmakers hebben de plannen, maar het bedrijfsleven moet het oppakken en uitvoeren. Zijn zij daar wel toe bereid? Daar ligt de uitdaging. Er waren beslist optimistische geluiden. De VBDO heeft mooie voorbeelden van de manier waarop het bedrijfsleven positief gestimuleerd wordt en daardoor actie onderneemt. Transparantie is daarbij een belangrijk uitgangspunt. Door de juiste mechanismes en incentives te creëren is dat zeker mogelijk.

De algehele conclusie was dat een nieuw economisch systeem vooral eenvoudig moet zijn en een integrale aanpak vraagt met als uitgangspunt het behoud van de aarde voor de toekomstige generaties. Kortom de oplossingen zijn er waarbij groene belastingen zeker een belangrijke bijdrage kunnen leveren. Nu de daadkracht nog.

Bekijk hier een filmpje over het onderwerp van Klaas van Egmond.